“Mijn eerste chemokuur was doodeng. Ik lag aan het infuus en zag hoe de zakken vol ‘gif’ mijn lichaam inliepen."

SHOPPING

Reality Story: Manon kreeg kanker nadat ze de uitnodiging voor een uitstrijkje negeerde

"Ik stortte hard huilend ter aarde. Heel dramatisch, maar zo voelde ik me"

Manon van Buren (33) kan zich wel voor haar kop slaan dat ze drie jaar geleden de uitnodiging voor een uitstrijkje negeerde. Een rare bloeding na seks bleek het ergste te voorspellen: baarmoederhalskanker. Nu krijgt ze chemo en is de toekomst onzeker.

“Het was de dag voor Kerstmis en ik was in Berlijn met een vriendin, toen ik een telefoontje kreeg van de huisarts. Haar stem klonk bedrukt. ‘Het spijt me, Manon, de uitslag van je uitstrijkje is niet goed. Er is kanker geconstateerd en je moet zo snel mogelijk terugkomen naar Nederland.’ Ik liet mijn telefoon uit mijn handen vallen en het werd zwart voor mijn ogen.

‘Ik smeet de oproep neer en keek er niet meer naar om. Dom, dom, dom’

Tinder-date
Net als elke vrouw in Nederland ontving ik bijna drie jaar eerder, net na mijn dertigste verjaardag, de uitnodiging om een uitstrijkje te laten maken. Ik zat toen midden in een nare break-up van een relatie van zeven jaar, ik moest ons huis uit. Het laatste waar mijn hoofd op dat moment naar stond was om met mijn benen wijd bij de huisarts te gaan liggen. Dat leek me sowieso ongemakkelijk, dus ik smeet de oproep ergens neer en keek er niet meer naar om. Dom, dom, dom.

Toen mijn relatie definitief voorbij was waagde ik me op Tinder. Zo had ik ook de leuke man leren kennen die bij me in bed was beland. We hadden seks. Maar dat liep niet zoals gepland, want ik kreeg een bloeding. Nee, ik was niet ongesteld geworden. Dit keer zag het er anders uit en het voelde ook anders, het bloed kwam eruit zoals wanneer je in je vinger hebt gesneden. Dit is niet goed, dacht ik meteen. Ik bonjourde de man mijn huis uit, sprong onder de douche en dook in bed. Het was zaterdagnacht, wat kon ik doen? Maandagochtend belde ik de huisarts. Ik kon komen voor een uitstrijkje, zei ze.

Op dinsdagochtend lag ik trillend van de zenuwen op de bank in de praktijkruimte van mijn huisarts. Zij schoof de eendenbek bij me naar binnen en zei meteen: ‘O nee….’ Er kwam flink wat bloed uit mijn vagina. Ik schrok en zij duidelijk ook.”

Rustig blijven
“Pas een maand na het uitstrijkje kreeg ik de uitslag. Ik was in Berlijn en moest zo snel mogelijk terug naar huis. In eerste instantie raakte ik enorm in paniek. Even daarvoor had ik het er met mijn vriendin over gehad; dat je maar dertig seconden de hoogste status van paniek kunt voelen, omdat je lichaam voor meer niet genoeg adrenaline heeft. Dus dat mensen tijdens een vliegtuigongeluk maar dertig seconden echte doodsangst ervaren en daarna rustig worden. Ik herinnerde me dit gesprek en begon te tellen. 30, 29, 28… Daarna besloot ik dat ik rustig moest blijven en dat lukte redelijk. Misschien ook omdat ik het eigenlijk meteen op een drinken heb gezet.
Tegelijkertijd belde ik de zes meiden uit mijn vriendinnengroep om te vertellen wat er aan de hand was. Toen ik aan het einde van de dag thuiskwam van het vliegveld, zaten ze allemaal in mijn huis. Ze hadden champagne, wodka en gin bij zich en veel lekker eten. We hebben er een enorm feestje van gemaakt. Het is de beste herinnering die ik aan het afgelopen jaar heb.”
 
Mallemolen
“Ik kwam na die slechte uitslag meteen in de mallemolen van ziekenhuisonderzoeken terecht. En dat de huisarts het bij het goede eind had, werd me steeds duidelijker. Ook latere onderzoeken wezen uit dat ik kanker had. Toen de arts in het ziekenhuis me liet meekijken op de monitor, zag ik hoe er een grote witte plek te zien was in mijn baarmoedermond. ‘Dit is niet wat ik wil zien,’ zei ze. ‘Ik ook niet,’ antwoordde ik met een trillende stem. Ik reageerde zoals je in films soms ziet: ik stortte hard huilend ter aarde. Heel dramatisch, maar zo voelde ik me.

‘Ik stortte hard huilend ter aarde. Heel dramatisch, maar zo voelde ik me’

Ik heb kanker, wat nu? Er werden de weken erna allerlei onderzoeken gedaan. En gesprekken gevoerd. In een van de allereerste gesprekken werd me al duidelijk dat ik de grootste kans op overleven had als mijn baarmoeder werd verwijderd. Toch wilde ik dat niet. Wat voor mij namelijk meteen onomstotelijk vaststond, was dat mijn kinderwens niet in het geding moest komen. Ik heb altijd al geweten dat ik ooit moeder wil worden en zo denk ik er nog steeds over. Of ik nou een partner heb of niet, dat wil ik me niet laten afnemen. Dit heb ik meteen tegen de artsen in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis gezegd, waar ik onder behandeling ben. Ze reageerden in eerste instantie aarzelend, maar nadat ze hadden overlegd met collega’s in Amerika, besloten ze mij toe te laten tot een trial, een proefbehandeling. Ik ben de 71ste persoon ter wereld bij wie deze vorm van kanker eerst te lijf wordt gegaan met zware chemokuren. Daarna, als die kuren aanslaan, kan er worden volstaan met een kleinere operatie van de baarmoeder, zodat die behouden blijft.”

Pijn, pijn, pijn
“Mijn eerste chemokuur was doodeng. Ik lag aan het infuus en zag hoe de zakken vol ‘gif’ mijn lichaam inliepen. Ik dacht zelfs dat ik het zou voelen, maar dat was niet zo. Gelukkig. De dag na deze kuur voelde ik me eigenlijk prima. Als dit chemo is, dan kan ik dat aan, dacht ik nog optimistisch. Maar dat bleek een illusie. Want de dag daarna was ik er beroerd aan toe. Heel gek, alsof er opeens een schakelaar in mijn lichaam was omgezet. Ik kon niet meer op mijn benen staan, viel flauw in de douche. Elk geluid, alles werd me teveel. Ik kon geen tv kijken, geen boek lezen, licht deed al pijn aan mijn ogen. Op bed liggen en slapen, was het enige wat ik nog kon.
Na een paar dagen ging het weer. Alsof die schakelaar weer teruggezet was naar ‘ik ben er weer’. Zo heb ik dat tot nu toe bij de volgende chemo’s ook ervaren. Op zo’n dag probeer ik er alles uit te halen wat erin zit, alles te doen waar mijn hoofd naar staat. Stofzuigen bijvoorbeeld. Of met het raam open op bed liggen, film kijken en tegelijkertijd muziek luisteren. Of lekker pizza eten en een glas champagne drinken. Als ik daarvan dan een foto op Facebook post, zijn de reacties soms fel: ‘Je hebt toch chemo, je zit ziek thuis aan de champagne zeker?’ Mensen begrijpen daar niets van. En ik weet inmiddels: het mag voor de buitenwereld goed met me gaan, maar niet te goed. Het mag slecht met me gaan, maar niet te slecht. Daar kunnen mensen nu eenmaal niet mee dealen. Ik weet dat er in weken van zware kuren maar één dag is dat ik me goed voel en dat ik de volgende dag weer aan de chemo mag. Ik weet dat ik dan moet doen waar ik zin in heb. Nu kan het nog, de komende maanden zal ik me waarschijnlijk steeds vermoeider gaan voelen.
Die reacties van anderen laat ik van me afglijden. Ik concentreer me op de mensen die belangrijk voor me zijn: mijn vriendinnen. Er gaat geen avond voorbij of ze staan met tassen boodschappen voor de deur. Mijn beste vriendin Anne gaat mee naar ziekenhuisafspraken en chemo’s. En tijdens de kuren – ik heb er inmiddels zeven gehad – zet ik mijn computer aan en skype ik met alle vijf tegelijk. Zo voel ik me geen moment alleen.”

Vluchtgedrag
“Mijn beroep is projectmanager. Het liefst had ik het ‘project kanker’ ook op die manier aangepakt. Maar zo werkt het nou eenmaal niet, dat vertellen de artsen me steeds. Ik ben afhankelijk van wat de cellen in mijn lijf doen. Of de kanker zich verspreidt of niet. Ik weet dat ik vijfentwintig procent kans heb om dit niet te overleven. Maar toch is doodgaan niet waar ik bang voor ben. Het is juist de onzekerheid die me soms om de oren slaat. Hoe gaat het straks met me? Zal ik ooit nog kinderen kunnen krijgen? Kan ik überhaupt nog seks hebben, doet dat geen pijn? Zitten mannen wel te wachten op een vrouw die misschien geen kinderen kan krijgen? Blijf ik dan alleen over? Misschien krijg ik wel last van lymfoedeem, als mijn lymfeklieren eruit moeten. Dan zal ik dikker worden. Dat zijn gedachten waarmee ik mezelf helemaal gek kan maken.
Toch blijf ik redelijk rustig onder alles wat er gebeurt. Ik ga zo goed mogelijk door met mijn leven en probeer zo veel mogelijk leuke dingen te doen. Een beetje vluchten is dat misschien wel. Soms word ik geconfronteerd met de werkelijkheid en heb ik een flinke huilbui. Als ik me na zo’n kuur vreselijk rot voel bijvoorbeeld. Of laatst, bij de balie van het ziekenhuis. Ik keek om me heen en zag al die patiënten. Dat zijn de momenten waarop ik me realiseer: ik heb kanker. En dan wordt het me dus allemaal even teveel. Aan de andere kant probeer ik in alle ellende ook juist de mooie dingen te zien. Dat een meelevende arts zegt: ‘Ik heb nog aan je gedacht toen ik thuiskwam.’ Of dat de vrouw van de pruikenwinkel zo lief voor me is en zegt: ‘Ik geef je mijn privénummer wel. Als het nodig is, kun je me appen en spring ik zo op de fiets om naar je toe te komen en je haar eraf te halen.’ Dat soort dingen geven me veel kracht.”

Tóch zwanger worden
“Naar omstandigheden gaat het best goed met me. De uitslagen die ik tot nu toe heb gekregen lijken positief. Er zijn geen uitzaaiingen gevonden, dus ook mijn lymfeklieren kunnen waarschijnlijk behouden blijven. En de tumor lijkt goed te reageren op de chemo’s die ik krijg. Ik merk wel dat ik door de kuren steeds vermoeider raak. En om mijn eileiders te sparen ben ik vroegtijdig in de overgang gebracht. Zo wordt de werking van mijn eileiders tijdelijk gestopt en blijven mijn eitjes gespaard. En kan ik eventueel ooit toch nog op de reguliere manier zwanger worden.
Ik merk ook dat de hormonen ervoor zorgen dat ik soms uit balans raak. Gisteren voelde ik bijvoorbeeld een knobbeltje in mijn lies. De paniek sloeg hard toe en ik ben in de armen van een vriendin in huilen uitgebarsten. Vandaag was ik rustiger en heb ik mijn arts gebeld. Zij zegt dat zo’n knobbeltje ook kan komen door de chemokuren, dus daardoor ben ik weer gerustgesteld. Maar ik merk dat het me veel moeite kost om op mijn lichaam te vertrouwen. Ik probeer mezelf voor te houden dat dit allemaal tijdelijk is. Na de zomer wil ik schoon zijn, zodat ik door kan met mijn leven. Ik ben dan een half jaar bezig geweest met deze ziekte en er wel klaar mee.”

Uitstrijkje? Doen!
“Ik hoop dat vrouwen mijn verhaal lezen en denken: ik ga niet wachten met het maken van een uitstrijkje. Inmiddels heb ik in ieder geval al mijn vriendinnen zover gekregen dat ze gewoon zijn gegaan en ze vonden het enorm meevallen.
Baarmoederhalskanker ontstaat door het seksueel overdraagbare HPV-virus. Onlangs stond nog in de kranten dat steeds meer vrouwen daarmee besmet raken. Ik weet niet wanneer de ziekte bij mij is ontstaan. Maar ik had er eerder bij kunnen zijn als ik het uitstrijkje op mijn dertigste had laten maken. Als ik niet mijn kop in het zand had gestoken, als ik niet zo kinderachtig was geweest. Laat mijn harde les een les voor iedereen zijn.”

Dit verhaal stond in het augustusnummer van Glamour. Meer reality? Lees ook 'John is net zo oud als mijn moeder'

TOP
Menu
Ads for you!

Hi you!

Wij zien dat je een adblocker gebruikt die ervoor zorgt dat je geen advertenties ziet op Glamour.
Dit vinden wij jammer, want daardoor missen we inkomsten die we hard nodig hebben om jou
de meest awesome content te bieden? Merk dan onze site als 'veilig' aan en volg deze instructies.

Thanks a million!

Sluiten