Reality story: "Ik dronk geen druppel alcohol tot mijn 27e door mijn fobie voor overgeven"

Emetofobie is de zevende meest voorkomende fobie in Nederland. Tijd om het erover te hebben

double exposure of woman sitting by wall
Dina Issam / EyeEmGetty Images

"Jij ook een wijntje?" Tot mijn 27e bedankte ik hier altijd vriendelijk voor. Want in mijn hoofd ging het: drankje - dronken - overgeven. In die volgorde. Hierbij mijn verhaal over het leven met emetofobie, oftewel de angst voor overgeven. Dit beperkt zich niet tot het zelf doen, ook bij anderen kan ik er niet tegen. En hoor ik het woord 'misselijk' vallen, ben ik zo weg.

De angst is héél echt

Mijn allereerste herinnering aan braken was toen ik ongeveer vijf jaar oud was. Midden in de nacht klom ik uit mijn hoogslaper en liep de kamer van mijn ouders in. Nog voor ik kon vertellen me niet lekker te voelen, had ik mijn maaginhoud op de lichtgekleurde vloerbedekking gedeponeerd. Niet top. Mijn moeder verzorgde me en een paar dagen later was ik het incident alweer vergeten.

Fast forward met zo'n tien jaar. Ik was vijftien en aan het begin van mijn zomervakantie kreeg ik het nieuws dat mijn vader ongeneeslijk ziek was. Longkanker. Het hartverscheurende nieuws ging gepaard met dikke tranen en onwijs veel geneesmiddelen; voor mijn vader dan. Maar beter werd hij niet. De medicatie zorgde ervoor dat hij nog wel eens moeite had met alles binnenhouden. Drie maanden later trok ik mijn mooiste pakje aan en stapte in de auto op weg naar zijn crematie.

Ik wist op die leeftijd niet goed hoe ik met mijn verdriet moest omgaan en stopte het weg. Al kwam dit dubbel en dwars terug. Want een jaartje later was ik ineens een echte tiener, of dat had ik moeten zijn. Ik kwam veel later thuis dan ik met mijn moeder had afgesproken en was op feestjes waar de middelen toen al rijkelijk rond gingen. Hoewel ik een bezorgde mama had die dacht dat ik van god los ging, zat ik braaf in een hoekje met mijn watertje. Want toen had ik al de connectie gemaakt dat van zuipen kotsen komt.

In de daaropvolgende jaren nam mijn angst steeds ergere vormen aan, maar ik wilde het niet onder ogen komen. Want erkenning ging ook gepaard met schaamte. En het was me in de tussentijd wel duidelijk geworden dat anderen niet begrepen waar ik zo bang voor was. Maar voor mij was het héél echt. Zo erg zelfs dat ik altijd met de afstandsbediening in de hand televisie keek voor het geval dat iemand zich niet lekker zou voelen. Daarnaast ontwikkelde ik een eetstoornis – want mijn gedachtegang was: hoe minder je eet, hoe minder je kotst. Ook wilde ik absoluut niets van buiten de deur eten, want ik wist niet precies hoe het bereid was. En verliet ik het huis niet zonder een pakje kauwgom en flesje water. Maar dat was het nog niet. Want toen ik erachter kwam dat er medicatie bestond om misselijkheid te remmen, slikte ik die als snoepjes. Ongeveer een jaar na mijn ontdekking was het middel nog slechts op recept te verkrijgen, omdat het hartritmestoornis kon veroorzaken en moest ik afkicken van iets dat me rust gaf.

Professionele hulp

Achttien jaar, ik was eindelijk oud genoeg om uit huis te gaan, maar ik durfde niet. Dagelijks wekte ik mijn moeder, omdat ik me niet lekker voelde. Dagelijks zat ze 's nachts aan de rand van mijn bed om me weer in slaap te praten. Mijn moeder had gebroken nachten, maar ik was vooral moe van mezelf. En dus besloten we samen de stap te zetten om professionele hulp te zoeken. Na aanmelding bij een kliniek, mocht ik op intakegesprek komen. Daar kreeg ik al snel te horen dat mijn angst niet "ernstig" genoeg was en voelde ik me niet alleen totaal niet serieus genomen, maar ook een grote aansteller. Het duurde een jaar voor ik weer hulp durfde te vragen. Het was ook wel nodig, want van schaal 1 tot 10 zat mijn angst inmiddels op een twaalf. Ik kon nog amper normaal functioneren en het begon zijn tol te eisen.

Mijn eerste therapeut was van de mindfulness, al had ik daar toen geen boodschap aan. We spraken elkaar wekelijks en bij elk bezoekje ging ik me meer aan zijn gedrag irriteren. De gesprekken hielpen niet. En dus vroeg ik om een andere behandelaar. Ik viel met mijn neus in de boter en kreeg iemand aangewezen die zich specialiseerde in fobieën. We begonnen samen met het opstellen van een lijst met plekken en dingen die ik vermeed door angst. Ik was behendig geworden in het verzinnen van excuusjes om niet naar mee te hoeven naar de kermis, altijd op de passagiersstoel te zitten in de auto en boodschappen ruim voor de vervaldatum weg te gooien. En dus daagde hij me uit dit allemaal aan te gaan en in de gaten te houden hoe ik in mijn stresslevels zat. Mijn eerste stap was aan de slag te gaan als bartender. Mijn overtuiging was namelijk dat iedereen die alcohol nuttigde altijd een stapje te ver ging en met z'n hoofd boven de toiletpot eindigde. Hoewel confronterend, was dit een een belangrijk moment voor het leggen van nieuwe verbindingen in mijn brein.

Tegelijkertijd gingen we verder met exposure therapie. Deze vorm van cognitieve gedragstherapie stelt je letterlijk bloot aan je angst. Ik had het "geluk" dat deze angst zó veel voorkwam dat er een hele stichting voor was opgezet. En zij hadden op de site een stappenplan klaarstaan om mij te confronteren met datgeen waar ik doodsbang voor was. Maandenlang keek ik wekelijks naar afbeeldingen van braaksel. Ja, echt! Het ging van 1 bij 1 cm zwart-witte afbeeldingen naar fullscreen Jackass video's met geluid. Het idee erachter was mijn brein te laten herkennen dat er geen gevaar schuilde in dit natuurlijke proces. Wekelijks ging ik met buikpijn naar binnen en kwam ik er misselijk weer uit. Soms met tranen die niet stopten tot ik in slaap viel. Dit was allesbehalve leuk, maar bleek uiteindelijk wel effectief. Want had nu iemand op straat z'n lunch achter gelaten, dan kon ik er omheen lopen zonder er dagen later nog over te malen. Zo'n vier jaar na onze kennismaking nam ik afscheid van mijn behandelaar.

Rouwverwerking

Het voelde alsof ik de wereld aan kon, maar het feit bleef nog altijd dat ik van alles vermeed. En dus ging ik de daaropvolgende jaren diverse therapeuten af: nog meer cognitieve therapie, hypnotherapie en zelfs een energetische cleansing. Tot ik aankwam bij EMDR. Deze therapievorm moest ervoor zorgen dat mijn brein nieuwe connecties kon maken en ik dus een grote stap vooruit kon doen in angstvermindering. De allereerste vraag die ik bij het intakegesprek kreeg, was of ik wist waar het vandaan kwam. Hoewel ik inmiddels al zes jaar lang met iedereen sprak, had ik daar nog geen antwoord op. We spraken ook over het overlijden van mijn vader, hoe ik mijn verdriet in de laatste jaren had verwerkt en hoe ik nu tegenover zijn dood stond. Met tranen in mijn ogen vertelde ik haar alles wat ze wilde weten. En we kwamen uit op een behandelplan van zeven sessies. De eerste vier waren gericht op rouwverwerking en de laatste drie op angstvermindering.

Die rouwverwerking is misschien het allerheftigste dat ik ooit heb meegemaakt. Alle gevoelens rondom mijn vader, zijn ziekte en overlijden, kwamen naar boven. En plots wist ik waar het vandaan kwam. Ik was bang dat er niemand was om mij bij te staan, zoals mijn vader altijd deed toen ik jonger was en ziek thuis bleef. En nu moest ik dus in feite alleen ziek zijn. Of dat had mijn hoofd ervan gemaakt. Met dikke tranen en spanning door mijn hele lijf keek ik naar het lopende balkje met kleurtjes en voelde ik hoe de sensoren in mijn handen vrijwel letterlijk mijn angst weg trilden. Van schaal 1 tot 10 zat ik inmiddels op een 2. En dat was voor mij het startschot om te gaan leven.

Overwinning

In de tussentijd was ik bevriend geraakt met Anaïs. Een hele leuk meid die al bij het zien van een rot ei ging kokhalzen. Nou, lekker dan. We trokken veel met elkaar op. Een keer reden we samen weg bij een feestje. Ik zat achter het stuur, want broodnuchter, en zij met haar hoofd uit het raam omdat ze haar lichaam vergiftigd had met iets te veel middelen. Op dat moment kon ik haar wel wat aandoen en draaide ik de volumeknop van de radio open om haar niet te horen én ons dus in leven te houden. Maar achteraf gezien was dit een belangrijke ervaring in mijn ontwikkeling. Ik had voor het eerst sinds jaren meegemaakt waar ik zo intens bang voor was geweest. En belangrijker nog: ik had het overleefd. Victory. Zij was ook de eerste die mij een glaasje wijn aanbood en nog altijd met liefde proost op tijden waarin ik nee zei tegen drank.

Ik weet dat overgeven niet het einde van mijn leven betekent; dat het een natuurlijk proces is, dat mijn lichaam mijn ademhaling overneemt en dat het vast nog eens in m'n leven zal voorkomen. Al hoef je niet te verwachten dat ik als vriendin je haar naar achteren houd en zeg: "Gooi het er maar lekker uit, schat." Wat ik wél verwacht is dat wanneer het zover is de wereld aan m'n zij staat, me aanmoedigt vanuit de badkamer en feestviert wanneer ik mezelf daarna van de vloer af peuter. Tot die tijd drink ik met mate en hoop ik niet tegen het buikgriepvirus of verrotte etenswaren aan te lopen.

Lange tijd identificeerde ik mezelf als het meisje met een fobie. Inmiddels weet ik dat ik veel meer ben dan mijn angst, het is een onderdeel van mij dat ik heb geaccepteerd en waar ik mee heb leren leven. Zij en ik zijn misschien geen beste vriendinnen, maar over de jaren toch bijzonder close geworden. Al kan ik niet wachten voor eeuwig van d'r af te zijn.

This content is created and maintained by a third party, and imported onto this page to help users provide their email addresses. You may be able to find more information about this and similar content at piano.io
Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Health