Van Oilily tot Chanel: creative director Saskia deelt tips voor de ultieme garderobe

"Start vandaag nog"

image
Merel Daantje

‘Laatst zat ik foto’s te kijken van toen ik nog een baby en peuter was. Ik liep steevast rond in veel ruches en kleur, doorgaans van Oilily; het echte merk, of de namaak van mijn moeder. Zij heeft mij liefde voor mode bijgebracht. Lang hield ik krampachtig vast aan de kleurexplosiestijl van mijn moeder, tot ik kleedgeld toucheerde en bovendien bijbaantjes in de horeca en supermarkt kreeg. Vanaf toen begon ik een eigen stijl te ontwikkelen en te investeren in mijn eigen, goed gecureerde garderobe.

Mode-bloopers van Sas

Wie denkt dat ik direct een unieke, sophisticated, tijdloze stijl had, heeft het mis. Daar gingen heel wat bloopers en stevige styling aan vooraf. Ik had zogezegd mijn Oilily-periode (maar die kun je me niet helemaal aanrekenen) en ik had een periode met korte rokjes en lange sokken, het liefst in oranjetinten. Een periode met roze haren en een periode waarin alles véél te groot was.

No fashion- fast fashion - high fashion

Ik groeide op in Zeeland. Daar hadden we weinig tot geen fast fashion; er was merkkleding en er was C&A, maar daar kon ik mijn ei niet echt kwijt. Dus droeg ik een mix van merken, waaronder Donaldson, Diesel Stylelab, Miss Sixty en Naf Naf – dat laatste merk kocht ik vaak tijdens vakanties in Frankrijk. Dat stijltje hield ik een tijdlang vol, tot ik naar de kunstacademie ging. Toen maakte ik kennis met H&M, Zara en andere bekende highstreetwinkels.

Er ging een wereld voor me open – al was ik die ook snel beu. En daar had je het: mijn liefde voor designerkleding diende zich aan, al haatte ik diezelfde designerkleding ook, omdat ik er het geld helemaal niet voor had. Gelukkig kreeg ik via via lucht van het bestaan van sample sales, onder meer van Antwerpse ontwerpers als Dries Van Noten, Bernhard Willhelm, Ann Demeulemeester, Veronique Branquinho en Raf Simons. Zij verkopen een paar keer per jaar de stukken die over zijn of de productie niet hebben gehaald. Zo begon ik met het opbouwen van een kast vol bijzondere designerpieces, stuk voor stuk kleren die nog jaren mee zouden gaan. Ik gaf mezelf telkens een budget van 250 euro en daarmee kocht ik zo veel mogelijk goede outfits voor het komende half jaar, een garderobe die ik aanvulde met H&M en Zara.

Eigen stijl

Vanaf het moment dat ik één voet op de redactie van Elle Girl zette voor mijn stage, was de beer los. Ik kocht mijn eerste Balenciaga-jurk, een wat truttige jurk met bloemen, en een vest met sterren van Yves Saint Laurent. In de sale natuurlijk, want het echte designergeld had ik nog steeds niet – nu nog niet trouwens. Ik kocht van mijn eerste salaris bij Elle een Chanel-tas. En dat was het begin van mijn liefde voor klassiekers. Open nu mijn kast en je zult zien dat er geen spoortje van mijn moeders geliefde Oilily te bekennen is. Je ziet in een oogopslag dat mijn liefde is omgeslagen van explosieve kleur, naar donkere tinten. Zwart, donker - blauw en grijs domineren. En designer pieces, die ook. Hoe ik dat doe? Je leest het in mijn toptips.

Tips voor het samenstellen van de ideale garderobe

  1. Ik koop niet veel kleding en ik denk goed na over wat ik wél koop. Ik draag al mijn kleding jarenlang en gooi zelden iets weg. Mijn garderobe is opgebouwd uit neutrale kleuren zoals grijs, donkerblauw en zwart; dat zijn de forever items. Daarnaast heb ik een paar ‘gekke’ dingen, zoals een roze sweater en Gucci-schoenen met grote parels erop. Die twee stijlen mix ik. De uitgesproken stukken verkoop ik meestal door op sites zoals Designer Vintage of Vestiaire Collective. Vaak krijg ik daar echt een goede prijs voor. En (toptip!) ik koop veel in de uitverkoop
  2. Koop geen kleding speciaal voor een feestje. Voor dat feestje heb je echt wel een outfit in je kast en zo’n lastminutekoop wordt zeker een miskoop.
  3. Mijn kast bevat een aantal denims, een goede bloes (of twee, drie), een net jasje, wat mooie broeken (lange en gecropt), kasjmieren truitjes in grijs en donkerblauw, een joggingbroek, hooded sweater, T–shirts met korte mouwen (maar niet superkort) en een jurkje voor als ik nette kleding aan moet. Deze opbouw wil ik graag zo houden, want het zijn stukken die ik allemaal veel draag. Mijn tip: koop niks wat je niet één keer per week draagt.
  4. Ruim regelmatig je kast op en doe weg wat je niet draagt. Geef je oude spul aan vriendinnen, verkoop het via een site of voor een paar euro op de markt; zorg er hoe dan ook voor dat je kleding goed terechtkomt. Twijfel je of je een bepaald item weg moet doen? Je kunt kleding ook eerst in je opslag opbergen. Mis je het na een maand niet? Dan kan het dus weg.
  5. Koop kleding van goede kwaliteit. Ik heb eens gelezen dat als je iets vijftig keer draagt, je kunt zeggen dat het een duurzaam stuk is. Ik kom bij negentig procent van mijn garderobe met gemak aan die vijftig keer dragen.
  6. Start vandaag nog met de opbouw van jouw ideale garderobe. En vergeet vooral niet dat perfectie niet bestaat en een fantastische garderobe niet eentwee-drie gefikst is. Miskopen horen erbij. Gelukkig kan ik je in zo’n geval doorverwijzen naar tip 1.

    Advertentie - Lees hieronder verder
    Meer van Fashion