Mijn vader is nogal gebrand op het correct gebruik van de Nederlandse taal. Het is zelfs zo erg dat als ik weer eens bij mijn ouders thuiskom, ik van de zenuwen spontaan dingen begin te zeggen als ‘ik weet even niet meer hoe de vork in de lepel zit’ en ‘ik spreek toch zeker vloeibaar Nederlands’. En dan die blik. Levert me iedere keer weer een postanale agressie-aanval op.

Het fanatisme van vaders beperkt zich allerminst tot het verbeteren van spelfouten en verbasterde spreekwoorden. Het ergst van alles vindt hij de verandering (zijn woordkeuze: verloedering) van de Nederlandse taal. Hij gruwelt met name van twee dingen. 1. Modewoorden en 2. Geïmporteerde woorden uit het Engels. ‘Wat bedoelen ze nou eigenlijk precies met consultant?’ vraagt-ie dan geïrriteerd, ‘is daar geen Nederlands woord voor?’. En: ‘In het Duits hebben ze tenminste een eigen woord voor inbox, Posteingang.’ Dat laatste spreekt-ie dan met zo’n verrukking uit dat je zeker weet dat-ie ervan baalt die hij niet in Duitsland is geboren. Wat ik al zei, een echte grammar-nazi.

En dan die modewoorden. Het is dat mijn moeder al een ring om haar vinger had, maar anders was hij absoluut op Pauline Cornelisse gevallen. ‘Mijn ding, mijn ding’, moppert hij dan. Of wat hem laatst weer tegen de borst had gestoten: ‘Het komt goed’. Blijkbaar zegt iedereen tegenwoordig de hele tijd dat alles goed komt, terwijl het volgens mijn vader ‘helemaal niet altijd goed komt’. Mocht je soms wat cynisme bij me bespeuren, je begrijpt uit wat voor nest ik kom.

Hoewel ik in mijn puberjaren altijd dacht dat ik rond mijn dertigste wel net zo zou kunnen oreren als Godfried Bomans, is dat bepaald niet het geval. Ik hoor mezelf regelmatig dingen zeggen, waarvan ik denk: ‘verwoordde ik dit nou echt zó slecht?’ Mijn vriend is het daar roerend mee eens en zegt wel eens: ‘Als je toch eens zou kunnen spreken zoals je schrijft…’.

Enfin, al die jaren later lig ik spreektechnisch meer op één lijn met mijn broertje van veertien dan met Godfried Bomans en hou ik dus nog steeds enorm van foute modewoorden. Maar daar hoef ik bij mijn vader dus niet mee aan te komen. Als ik met hem praat, voelt het een beetje alsof ik dat spelletje speel waarbij je geen ‘nee’, ‘ja’ en ‘euhm’ mag zeggen. Probeer maar eens ontspannen over je vakantie te vertellen als je de woorden ‘super chill’, ‘genieten’ en ‘ziek lekker eten’ niet mag gebruiken. Dat dacht ik ook ja. Niet te doen gewoon.

Advertentie - Lees hieronder verder

Mijn moeder is het op zich wel met mijn vader eens, maar is beduidend een minder fanatieke aanhanger van het Nederlandcisme. Vroeger attendeerde ze me er nog wel eens op als ik tien keer per dag hetzelfde stopwoordje of idiote uitdrukking gebruikte (zo vond ik een tijdje alles ‘dik in orde’), maar zo ver als mijn vader ging ze eigenlijk nooit.

Inmiddels ben ik een beetje aan de situatie gewend geraakt en doe ik als ik bij mijn ouders ben, toch maar gewoon mijn zegje. Zij het altijd een beetje op mijn hoede. Zo zat ik een tijdje geleden met ze aan het strand en vertelde ik dat er ineens allerlei vriendinnen om mij heen begonnen te trouwen. Ik weet dat iedereen er tijdens de jaarlijkse strandvakantie iets ontspannender bij zit dan gebruikelijk en dus zei ik dat ik dat persoonlijk ‘vrij sick’ vond. Mijn ouders luisterden aandachtig naar mijn relaas en toen ik klaar was, was het even stil.

Mijn vader, die wel een beetje gebromd had bij het woord sick, zei niets (het was ook een beetje een vrouwengesprek), maar mijn moeder had er wel een mening over: ‘Jullie zijn toch allemaal een beetje rond de dertig, zo sick is dat dan niet hoor.’ En dan die blik van mijn vader.