Sharon (25): "Ik lieg over mijn ziekte voor een uitkering"

het leverde haar een uitkering tot haar 65e op

image
Unsplash

Sharon (25) zag een leven lang ploeteren op kantoor niet zitten. Een bedrijfsongeval bleek de uitkomst: het leverde haar een uitkering tot haar 65e op. “Ik verdien een Oscar.”

Bedrijfsongeval

“Daar lag ik: kermend op het beton. Een stuk bot wipte uit mijn elleboog. Mijn collega’s stonden spierwit om me heen. ‘Bel een ambulance!’ gilde iemand. Ik keek nog een keer naar mijn arm en toen al, op dat moment, besefte ik dat deze val weleens een gouden kans kon zijn. Ik was een lui kind. Zodra het kon, stopte ik met school. Doorleren vond ik onzin. Zelfs voor een baantje achter de kassa had ik een beter diploma nodig dan het mijne, en advocaat of laborant was al helemaal te hoog gegrepen. Na twee maanden ‘nadenken’ op de bank dwongen mijn ouders me een baan te zoeken. Bijna drie jaar lang werkte ik in de horeca, zodat ik op mezelf kon gaan wonen. Toen de weekenddiensten en zware dienbladen me steeds meer gingen tegenstaan, werd ik planner voor een distributiecentrum. Ik vond het saai; ik miste de gekkigheid met klanten en de informele werksfeer, het naborrelen. Vaak meldde ik me ziek met vage klachten, zoals migraine of menstruatiepijn.

'Vaak meldde ik me ziek met vage klachten, zoals migraine of menstruatiepijn'

De dag van het ongeluk was er een heftruckchauffeur ziek. Ik, het kantoormeisje met de grote bek dat altijd in was voor wat actie, zou in het magazijn wel even die grote doos van een pallet trekken. Niet dus. De pallet gleed scheef en de heftruck kantelde, met mij er nog in. In het ziekenhuis bleek de schade een gebroken enkel, een meervoudige open botbreuk in mijn rechterarm en een hersenschudding. Ik wist mijn herstel eindeloos te rekken, genoot van alle aandacht. Na drie maanden besliste de arbo-arts dat ik weer aan de slag moest. Maar ik had écht nog steeds last van mijn elleboog. Op Google las ik dat botbreuken posttraumatische dystrofie kunnen opleveren. Daar had mijn eigen arts ook al met me over gesproken; dat er een kans was op het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS), waardoor lichaamsweefsel permanent slecht functioneert, soms met blijvende invaliditeit tot gevolg. Omdat ik zeker wist dat ik dát had, meldde ik me na twee werkdagen weer ziek. Wel dikte ik mijn werkelijke pijn flink aan.”

Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS)

“Ik kreeg speciale bruistabletten, zalf, fysiotherapie en een apparaat met kleine stroomstootjes. Maar zo gauw ik, om tijd te rekken, volhield dat ik nergens baat bij had of dat de pijn toenam, werd de behandeling gestopt. Ik verzon dat ik angstig werd voor pijn en overprikkeling. Ik kwam terecht bij een psycholoog, die werkelijk alles geloofde wat ik vertelde. Ik bewoog opzettelijk onhandig en klaagde over het afschuwelijke lot wat mij als jonge meid moest overkomen en hoe stom ik was geweest door op die heftruck te klimmen. Vervolgens ging het de rest van de sessie over mijn schuldgevoel. Na een medisch proces en vooral administratieve rompslomp die zeker een half jaar duurde, kwam ik in de Wajong terecht; een uitkering voor jonge mensen die arbeidsongeschikt raken. Dat ik beoordeeld werd als 85 procent arbeidsongeschikt, vond ik een giller. Ik had gehoopt op de helft, maar verwachtte twintig procent. Blijkbaar verdiende ik een Oscar voor m’n rol. Mijn ouders en vriendinnen vonden het allemaal vreselijk voor me. Volgens hen had ik de rest van mijn leven een ‘stempel’, een vlek. Ik was de gehandicapte, arbeidsongeschikte dochter zonder toekomst, zonder carrièreperspectief. Mijn ouders hebben me opgevoed om mijn eigen broek te kunnen ophouden, en nu was ik afhankelijk van de staat. Wat een geluk dat ik in Nederland woonde. Met dat laatste was ik het roerend eens. Momenteel ontvang ik 75 procent van het minimumloon, samen met huurtoeslag en zorgtoeslag. Ook de gemeente geeft me toeslagen, zoals laatst nog geld voor een wasmachine. Ik ontvang netto meer dan vriendinnen die fulltime werken. En daar hoef ik niets voor te doen!

‘De psycholoog geloofde werkelijk alles wat ik vertelde’

Omdat ze het zo rot vinden, stoppen mijn ouders me ook regelmatig kleine bedragen toe. Ik praat mee met de onvolprezen clichés dat gezondheid je grootste goed is. Dat is ook zo. Ik zie op straat heus wel de mensen in een rolstoel, lees over kinderen die kanker krijgen. Op mijn achttiende verongelukte mijn beste vriendin. Ze was negentien en had nog zo veel te doen. Ik wil gewoon niet net als zij sterven met nog zo veel dingen op mijn bucketlist. Mijn leven duurt te kort om bijna de helft van de tijd in een kantoortuin te zitten met een plastic beker automaatkoffie, tussen het gezeur om de personeelspot en elke maandag hetzelfde geneuzel over de voetbalwedstrijden van dat weekend. Ik voel me dan ook totaal niet schuldig. De wereld is zo verrot. Veel mensen in mijn omgeving werken zwart naast hun uitkering, helen, verkopen drugs of tillen de verzekering. Waarom zou ik dan de nobele ridder moeten uithangen? Ik kom zonder goede diploma’s toch niet ver, zal nooit een topsalaris verdienen. En in studeren heb ik geen zin. Dat kost geld, maar vooral tijd. En tijd is wat ik het liefst heb. Als ik dan denk aan mijn overleden vriendin, ben ik zo dankbaar dat ik nu de vrijheid heb om écht te leven. Als vriendinnen problemen hebben, kan ik altijd naar ze toe. Ik plan mijn dagen vol leuke dingen, heb een actief leven. Ik wil het niet verkwisten.”

Krokodillentranen

“Misschien kan ik best in een callcenter werken, maar dat hoeft niet. De herkeuringen stellen niets voor. Ik zie er schattig uit en huil krokodillentranen om wat me is overkomen. Ik zeg dat ik nog vaak wakker word van de pijn en haal braaf mijn recepten met pijnstillers op, die ik alleen op heel slechte dagen gebruik. Zelden dus. Niemand kan daadwerkelijk mijn spiertrauma en dus pijn voelen of controleren. Er is geen test, bloedonderzoek of röntgenfoto waarmee een diagnose kan worden gesteld. Alles wordt gebaseerd op wat ik zeg. Ook mijn ouders en vriendinnen geloven me blind. Mijn broer maakte ooit een opmerking dat mijn handicap vast geen grote straf voor me is, maar daar bleef het gelukkig bij. Bij klussen die ik vervelend vind om te doen, zoals zware verjaardagsboodschappen inslaan of de gordijnen wassen, bel ik mijn moeder. Zij is weer blij met de bos bloemen die ik haar geef en vindt het leuk om samen met mij iets te doen. Ik ben altijd beschikbaar, ga braaf met haar naar de Huishoudbeurs.

Natuurlijk vind ik het soms lastig dat ik in een leugen leef. Het maakt me onoprecht en gaat in tegen alles waar ik voor sta: eerlijkheid. Dat steekt, maar ook weer niet genoeg om mijn leven ervoor te beteren. Het is zeker zo dat ik last heb van mijn arm. Wanneer de seizoenen wisselen, voel ik dat; ik hou vocht vast. En als ik mijn elleboog overbelast, is er zeker drie dagen die zeurende pijn die echt ongemakkelijk is. Soms bonkt het als een malle en wild dansen of gek doen kan ik niet. Maar zo erg dat ik niet meer kan werken? No way. Misschien dat ik hooguit geen stapel ordners meer kan tillen of wat minder uren op een dag volhou.

‘Ik weet dat andere mensen voor mijn uitkering werken, en daar ben ik niet trots op’

Eén keer had ik een vriend die me wantrouwde. Hij vond dat ik beter mijn best kon doen en werk moest zoeken dat wél lukte, zoals docent, softwareontwikkelaar of tolk. Maar ik wil niet terug naar school. En zolang ik dat niet hoef en ik in een vrije flow zit, geniet ik er maar van. Na zijn opmerking hing ik bij hem de dramaqueen uit. Waarom vertrouwde hij me niet? Hij zag toch ook de medicijndoosjes met feloranje stickers erop in mijn badkamer staan? Hoe kón hij bedenken dat ik over zoiets ergs zou liegen? Of begreep hij niet dat ik liever zelf vrienden wilde kunnen verhuizen of een plank ophangen in huis? Paardrijden, misschien? Hij geloofde me, maar ik voelde me zo in het nauw gedreven dat ik niet lang daarna de relatie verbrak. De liefde zat niet diep en ik voelde me na zijn beschuldiging gecontroleerd. Terechtgewezen, misschien.”

Leven met een geheim

“Dagelijks verbaas ik me erover hoe makkelijk het is om te frauderen. Want als ik het kan, hoeveel mensen doen het dan ook? Of ben ik de losgeslagen hedonist die alleen voor zichzelf leeft? Eerlijk gezegd geloof ik dat niet. Ik weet dat andere mensen nu voor mijn uitkering werken, en daar ben ik niet trots op. Maar als ik dan weer eens in de media lees over jonge mensen die overlijden en hoeveel geld er wordt verkwist aan bizarre extraatjes, verkeerd uitbetaalde uitkeringen en de astronomische winsten en salarissen van sommige overheidsinstanties en kopstukken, maak ik me niet zo druk. Al bijna vier jaar klopt en bonkt mijn arm. Vaak zijn er dagen dat ik baal dat mijn leven nooit meer pijnloos zal zijn. Op sommige avonden blijf ik binnen, omdat ik me dan echt naar voel. Maar dat is het dan ook wel. Ik vind het zo wel prima, weet dat er veel anderen zijn die het slechter hebben getroffen. Die elke dag vreselijke pijn hebben, die ploeteren voor hun bestaan of jong sterven. Ik leef mijn mooiste jaren, ben nog fris en jong, heb overal tijd voor en geniet me suf. De prijs die ik voor dit luxe, vrije leven betaal – een lichte handicap – heb ik ervoor over. Dan maar leven met een geheim. Mijn vriendin had maar wat graag met me geruild. En als ik het liegen ooit zat ben, kan ik altijd zeggen dat het beter gaat. Maar voorlopig gaat dat écht niet gebeuren.”

Het interview met Sharon verscheen eerder in ons novembernummer. Iedere maand lees je een real life verhaal in Glamour. Dus get it while it's hot!

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Feel Good