De Marokkaanse Firdaus (31) is lesbisch. Iets wat niet geaccepteerd wordt in haar cultuur. Daarom houdt ze het geheim voor haar familie.

“Ik zie eruit als een ‘gewone’ Marokkaanse moslima. Ik draag een hoofddoek, ben moeder van een tweeling en gedraag me in het openbaar ingetogen en kalm. Vanbinnen voel ik me echter een vrijgevochten, lesbische moslima. Het liefst zou ik van de daken schreeuwen: ik hou van vrouwen! Maar dat gaat niet. In onze cultuur is het not done om over dat soort gevoelens te praten. Laat staan er iets mee te doen. Het is een reden voor eerwraak, al zal dat waarschijnlijk zo’n vaart niet lopen. Toch ben ik heel voorzichtig. In het geniep had ik een relatie met een vrouw. Ik leefde en leef nog steeds een dubbelleven. Niet ideaal, maar beter dan hoe het was.”

"Ik besloot me te verdiepen in de Koran, als ik maar hard genoeg zou bidden, dan kwam het vast goed"

Taboe

“Ik was elf toen ik voor de eerste keer verliefd werd op een meisje. Ik wist meteen: dit kan niet. Ik durfde er met niemand over te praten. Uit schaamte en uit angst. In de meeste Marokkaanse families is het sowieso taboe om over seksualiteit te praten, of je nu op mannen of vrouwen valt. Je hebt het gewoon niet over relaties buiten het huwelijk. Dat was in ons gezin niet anders. Geloof speelde bij ons thuis een belangrijke rol. Al keken mijn ouders ook hoe ze het geloof het best konden combineren met de westerse samenleving. Er golden bij ons duidelijke regels die je respecteerde: geen minirokken, geen alcohol, geen sigaretten of drugs en geen intieme relaties voor het huwelijk. Verder waren mijn vader en moeder best open en modern. Ik hoefde van hen bijvoorbeeld geen hoofddoek te dragen. Bovendien stond mijn vader erop dat ik later zou studeren. Maar of hij van een elfjarige de mededeling ‘Ik val op vrouwen’ had gerespecteerd en geaccepteerd, betwijfel ik. Zelf begreep ik het ook niet. Hoe kon ík nu lesbisch zijn? Een Marokkaanse! Als dat nu een Nederlandse zou overkomen… Ik dacht eerst dat het iets psychisch was. Iets wat ik kon wegpoetsen als ik er maar niet te veel aan dacht. Uiteindelijk ging die verliefdheid inderdaad over, maar ik wist: er komt opnieuw een moment dat ik op een meisje val. Een vreselijke zonde, waartegen ik me moest wapenen. Ik besloot me te verdiepen in de Koran. Ik was ervan overtuigd dat dat mijn enige redding was. Mijn gedachtes waren besmeurd, maar als ik maar hard genoeg zou bidden, dan kwam het vast goed. Ik bad vijf keer per dag, zeven dagen in de week. En deed er voor de zekerheid nog extra gebeden bij. Terugkijkend leefde ik als een non en was ik beland in een soort sekte. Een vrouwelijke geleerde in de moskee – vergelijkbaar met een imam – bepaalde alles voor me. Zij besliste wat ik deed, met wie ik omging en hoe ik eruitzag. Er werd gepredikt wat goed en slecht was. Ik ging naar school, deed mijn huiswerk en hielp vervolgens mijn moeder. Veel wereldse zaken waren verboden terrein. Naar muziek luisteren mocht niet, bepaalde films waren verboden en op schoolfeestjes kwam ik al helemaal niet. Ik leefde zo vroom mogelijk. In de moskee hamerden ze erop vooral met moslimzusters om te gaan. Voor Nederlanders mocht je goed zijn, maar je kon niet van ze houden. Pure indoctrinatie. Als je eens een kritische vraag stelde, dan werd die direct afgekapt. Je moest doen wat de moskee van je verlangde, anders kwam het niet goed met je. Ik geloofde het, wílde het geloven. Het was mijn enige houvast. Op mijn vijftiende droeg ik een hoofddoek. Ik was in die tijd geen vrolijk meisje meer. Ik was passief, volgzaam, voelde me lamgeslagen en down. Waarschijnlijk omdat ik niet mezelf kon zijn.”

Verliefd, verloofd, getrouwd

“De breuk met de moskee kwam toen ik wilde studeren. Ik was ingeloot voor de studie geneeskunde en dolblij. De vrouwelijke geleerde adviseerde me dringend deze studie niet te doen, maar een andere studie dichter bij huis te zoeken. Op kamers gaan en alleen reizen, dat kon absoluut niet als alleenstaande vrouw. Ik overwoog het hele studieplan te cancelen, maar mijn vader stond erop dat ik ging. Vanaf dat moment kwam ik minder in de moskee. Natuurlijk werd ik blootgesteld aan nieuwe dingen. Ik leerde kritisch naar mezelf te kijken, na te denken over van alles en nog wat. En uiteraard werd ik verliefd op een medestudente. Maar als je je vinger niet wil branden aan een kaars, blijf je ver weg van het vuur. Zo deed ik dat ook bij degenen op wie ik verliefd werd. Na mijn afstuderen vond ik een baan en was het tijd voor de volgende stap. Ik moest een man zoeken. Anders zou ik alleen blijven en misschien écht in de verleiding komen. Ik ontmoette Asad tijdens een trouwerij van een nichtje. Hij was ook net klaar met zijn studie. Na drie maanden daten besloten we te trouwen. Het eerste halfjaar van ons huwelijk heb ik heel erg geprobeerd me voor hem open te stellen. Maar het lukte niet. Elke keer als we samen in bed lagen, blokkeerde ik. Eerst dacht hij: ze is preuts, kuis, moet nog wat ontdooien. Maar toen hij merkte dat ik niet veranderde, kwam zijn machogedrag opzetten. ‘Hoezo lukt het je niet bij mij? Ben ik dan niet goed genoeg? Wat is er mis met jou?’ Hij had er totaal geen begrip voor en werd agressief. Ik probeerde een modus voor mezelf te vinden, een overlevingsstrategie. Want ik wist heel goed: elke keer als ik mijn man weiger, is dat een zonde. En dat nam ik mezelf kwalijk. Ik stelde voor om in therapie te gaan. Ik vond dat híj moest leren zijn woede te temperen, dan zou ík proberen meer van hem te houden. Hij vond het onzin. Dus kon ik maar één ding doen en dat was vluchten in mijn werk. Ik was vaak weg en stak al mijn energie in mijn carrière. Het wierp zijn vruchten af. In no-time had ik een leidinggevende functie in een gezondheidscentrum.”

Flirten en zoenen

“Ik wilde beslist geen kinderen, maar raakte toch zwanger. Ik heb nog de morning-afterpil geslikt, maar die werkte niet. Asad nam me kwalijk dat ik de zwangerschap had willen afbreken. Toen ik vervolgens allerlei complicaties kreeg tijdens de zwangerschap, vond hij dat dat mijn schuld was. Toen pas werd ons huwelijk echt een hel. Geestelijke en emotionele mishandeling namen de overhand. Ik deed in zijn ogen alles verkeerd. Terwijl ik vanaf het moment dat ik mijn kindjes op de echo zag, niets liever wilde dan dat ze gezond ter wereld kwamen. Ik wist dat de complicaties niets met de morning-afterpil te maken hadden, maar met de enorme stress en onrust die ik voelde, elke dag weer. Ik kon niet zijn wie ik wilde zijn. Dit zou ik niet volhouden. Net toen ik me realiseerde dat ik de bodem van de put bereikt had – veel donkerder kon het niet worden – kwam er een straaltje zon tevoorschijn; ik werd verliefd op een vrouw. Deze verliefdheid was heftiger dan alle voorgaande. Het klikte tussen ons. We konden uren kletsen, sms’ten elke dag. Ik bloeide helemaal op, was in de wolken. Op een gegeven moment hebben we onze gevoelens naar elkaar uitgesproken. Zij wist niet eens dat ze op vrouwen viel! Laat staan op een getrouwde, zwangere Marokkaanse. Dit kon echt niet. Toch bleven we flirten en zoenden we. Daarna wist ik zeker: dit is het! Er werd iets in me wakker geschud waardoor ik even schijt had aan alles. Ik was klaar met de strenge regels die ik mezelf al die jaren had opgelegd. Het was alsof ik alsnog in de puberteit terechtkwam, de rebel in mij kwam los. Ik wist dat ik mijn gevoel moest volgen, ik werd zo blij van deze vrouw. Een leven met Asad wilde ik niet meer. Het sloopte me geestelijk en fysiek. Een aantal maanden na de bevalling vertelde ik mijn ouders dat ik wilde scheiden omdat ik niet gelukkig was. Mijn moeder zei: ‘Doe niet zo raar.’ Maar mijn vader steunde me. Hij had al eerder tegen me gezegd: ‘Firdaus, je lacht niet meer. Wat is er toch aan de hand?’ Ik gooide het altijd maar op mijn werk, want de waarheid kon ik niet vertellen. Asad was verrast toen ik wilde dat hij zou vertrekken. Geloofde het eerst niet en dacht dat ik wel zou bijdraaien. Toch heeft hij uiteindelijk zijn spullen gepakt en is hij gegaan.”

"Mijn moeder weet dat ik op vrouwen val, maar niet dat ik daar iets mee doe"

Niet langer verstoppen

“Met de vrijheid die ik ineens had, heb ik het moeilijk gehad. Ik ben in therapie geweest om mezelf open te stellen voor mijn gevoel. Dat had ik te lang weggestopt, terwijl het er natuurlijk niet voor niets is. Sterker nog, je gevoel is vaak de beste gids in het leven. Ik kreeg een geheime relatie met die vrouw, maar daar worstelde ik wel mee. Op bijeenkomsten van LetsBeOpen (zie kader, red.) ontmoette ik moslima’s met dezelfde problemen. Dat was een eyeopener, een geruststelling. Het sterkte me dat ik niet de enige lesbische Marokkaanse ben. Toch ben ik niet altijd open over mijn geaardheid. Laatst vroeg mijn moeder waarom ik niet een andere man zocht. ‘Je bent nog zo jong, Firdaus,’ zei ze. ‘Ik val niet op mannen,’ was mijn antwoord. ‘Ben je lesbisch?’ vroeg ze. ‘Ik denk het wel.’ Ze heeft niet doorgevraagd. Vroeg alleen: ‘Weet je het zeker?’ Ik heb haar toen alles verteld; waarom ik was gevlucht in het geloof en in een huwelijk. Dat deed haar pijn. Zij weet nu dus dat ik op vrouwen val, maar niet dat ik er ook iets mee doe. Ik durf het niet te vertellen. Ik ben bang het contact met mijn familie te verliezen of mijn dochters kwijt te raken. Ik weet zeker dat als mijn ex weet dat hier af en toe een vrouw slaapt, hij er alles aan zal doen om mijn dochters van me af te pakken. Dat gevecht kan ik nu nog niet aan, maar ik groei er langzaam naartoe."

LetsBeOpen

Stichting LetsBeOpen probeert homoseksualiteit onder allochtonen bespreekbaar te maken.