Ze had alles: een leuke man, een lief kind, veel vrienden en een mooie carrière. Maar nadat Annemarie twee jaar geleden haar relatie met Lex beëindigde, begon hij haar te bedreigen en mishandelen. ‘Mensen hebben geen idee wat stalking met je doet.’


“Vaak als ik uit mijn werk kwam, dacht ik: nee! Dan stond hij daar weer. Schelden, dreigen: ‘Hoer, ik vermoord je!’ Iedereen kijkt, maar dat is het ergste niet. Ik was blij als het daarbij bleef. Schelden doet geen pijn, of in elk geval minder dan fysieke mishandelingen. Liever dat, dan slaan of aan mijn haren over straat te worden gesleept. Of de vernielingen van mijn spullen. Dan liep ik naar mijn auto en had hij weer ‘hoer’ in de lak gekrast. Een woord dat hij ook dikwijls in grote letters op de schutting aan de achterkant van mijn huis kalkte. Om moedeloos van te worden. Eng ook, iemand die met nare gedachten om je huis sluipt.”

Schreeuwende ex
“Ik ben onlangs verhuisd naar een veiligere plek, vijftig kilometer verderop, die hij nog niet heeft ontdekt. Hiervoor woonde ik met mijn zoon in een hoekwoning bij een park. Mijn zoon woont nu bij zijn vader. De kinderbescherming vond het niet meer veilig bij mij. Ik ben er kapot van. Maar ze hebben een punt. Behalve onveilig is het ook onrustig. Kinderen hebben rust nodig. Er kwamen sowieso weinig mensen meer bij mij. Het was eng, een ex die steeds plotseling schreeuwend voor de deur stond.

Mijn zoon woont nu bij zijn vader. De kinderbescherming vond het niet veilig meer bij mij



Mijn nieuwe huis is minder stalkingsgevoelig. Het ligt in het centrum. Rondom mijn vorige huis was veel groen. Gelegenheid genoeg om je daar onopvallend te bewegen. Steeds werden ramen en muren volgespoten met scheldwoorden. Soms hoorde ik hem ’s nachts. Stond ik om zes uur ’s morgens weer verf van de muren en ramen te krabben. Mijn deuren zijn vaak ingetrapt. De schutting, het tuinstel, de plantenbakken, buitenlampen: alles werd vernield. De buurt hielp mij soms. Onbekenden kwamen mijn schutting repareren. Vervangen was voor mij financieel niet meer mogelijk. Ik werk in de zorg en heb een bedrijfje maar ben door de terreur bijna failliet. Sommige buren zijn verhuisd: de schuttingtaal, het lawaai: het voelde ook voor hen onveilig.”

Contactverbod
“Het was niet mogelijk om ’s avonds weg te gaan. Zeker niet tijdens de kortere winterdagen. Mijn ex is dan bang dat ik iemand anders zie. Hij wachtte me op, urenlang. Dat gebeurde overdag ook, maar is enger in het donker. Echte mishandeling kwam ook voor. Ik werd aan mijn haren over straat getrokken. Geschopt. Geslagen. Buiten, thuis, in mijn auto: overal. In de supermarkt sloeg hij de zonnebril van mijn hoofd. Mensen schrikken, maar niemand die iets doet. Mijn telefoon werd afgepakt, mijn koffer met gereedschap… Ik kon daar niets tegen doen. Ik ben een kleine, tengere verschijning, hij een grote man. In mijn telefoon keek hij met wie ik belde. Als ik hem geen wachtwoord gaf, werd hij gewelddadig. Absurd, ja. Maar doe er op dat moment maar iets tegen.

Ik werd en word bijna elke dag bedreigd. Telefonisch, per mail, chat of sms. Ik heb twintigduizend tekstjes bewaard. Dingen als: ‘Hoer, ik vermoord je!’ Toen hij dat een keer door de telefoon schreeuwde, zat de politie erbij. Dit is in een notendop wat ik heb meegemaakt. Extreem. Het rare is: het went. Elke dag dat het stil blijft, verwonder ik me over de rust. Nu door justitie een streng contactverbod is opgelegd, krijg ik weer adem. Mijn vermoeidheid is minder, want ik kon geen nacht ongestoord slapen. Altijd moe zijn, is slopend.”

Slim & manipulerend
“Mensen hebben geen idee wat stalking is. Wat het met je doet. Wat voor persoon zo iemand is? Stalkers zoals mijn ex zijn psychopaten. Slim. Manipulerend. Creatief. Ze zijn je altijd een stap voor. Ik ben bijvoorbeeld naar de politie geweest na mishandelingen en bedreigingen. Verschrikkelijk overstuur natuurlijk. Wat er gebeurde was zo extreem, ik zag de mensen op het politiebureau schrikken van mijn verhaal. Dan kwam mijn ex. Rustig. Beheerst. Een coöperatieve opstelling. ‘Ik weet van niets,’ zei hij dan. ‘Mijn ex-vriendin is in de war. Zullen we samen naar haar toe gaan?’

De politie geloofde hem. Ik werd – min of meer – voor gek verklaard



Ze geloofden hem en ik werd – min of meer – voor gek verklaard. Zo kon het gebeuren dat de politie zelfs samen met Lex op de stoep stond en met hem mijn huis inliep. ‘Even praten,’ legden ze uit. Ik werd niet geloofd. Het kostte tijd en een hoop hulp en meldingen van omwonenden voordat de politie inzag dat het menens was. Nu heb ik godzijdank hulp van hen en een persoonlijk alarm thuis, een apparaat dat enorm veel lawaai maakt als ik het inschakel.

Mensen vragen: zag je dit nooit aankomen? Nee. Dan begin je niet aan een relatie. Als je dit allemaal hoort, denk je misschien over mij: wat is dat voor mens? Maar echt, ik had een normaal leven. Ik heb gestudeerd, een leuk sociaal leven, een lief kind, een mooie baan. Ook hiervoor had ik een ‘normale’ relatie; vijftien jaar was ik samen met mijn jeugdliefde. Helaas kwam na de geboorte van onze zoon de klad erin. We groeiden uit elkaar omdat we elkaar nauwelijks zagen. We werkten keihard – hij had onregelmatige diensten en mijn focus lag op mijn carrière. Mijn baan is altijd belangrijk voor me geweest. Misschien dat het ook daardoor komt dat ik nu signalen heb gemist.”

Op een voetstuk
“Ik kwam hem voor het eerst tegen op een feest van buurtgenoten. Hij woonde tijdelijk bij zijn ouders en was op zoek naar een huis. Een knappe vent. Leuk haar, hip shirt, jeans. Goed gebouwd. Rustig. Oké, hij had niet mijn opleidingsniveau maar was wel iemand die vertrouwen opwekte. Op zich moet dat kunnen. Een studiegenoot van mij is samen met een loodgieter. Een relatie om jaloers op te worden. Lex was ook een stuk jonger dan ik. Dat deed me wél aarzelen. Maar het was leuk met hem, hij zette me op een voetstuk: ik smolt. Belangrijk ook: met mijn zoon klikte het. De eerste keer dat hij langskwam, speelden ze samen spelletjes. Super.

Het was leuk met hem, hij zette me op een voetstuk: ik smolt



Al snel woonde hij bij ons. Logisch: ik had een woning, hij kon goed met mijn zoon overweg. Dat hij een gat in zijn cv had en waarom, ontdekte ik later. Hij kwam, toen we elkaar ontmoetten, net uit de gevangenis. Een straf voor geweldpleging. Ik schrok, natuurlijk. Ik ken dat milieu niet. Maar ik ging al een poosje met hem om. Het ging goed. Dan denk je: een mens moet toch een kans krijgen? Die gaf ik hem. Zijn verjaardag vierden we groots. Vrienden, mijn familie, zijn familie, buren: het was druk. Hij genoot.

Maar vanaf die verjaardag ging het mis. Het was de eerste keer in zijn leven dat alles eens gewoon was. Leuk. Gezellig. Maar vooral: hij werd gewaardeerd. Hij ging in de overdrive, begon een dubbelleven. Hij ging blowen. Er kwamen andere vrouwen. Ik betrapte hem. Wilde het uitmaken. Toen kwamen de eerste mishandelingen. Die pikte ik niet. Na veel smeekbedes ging ik door de knieën. Tot het zich herhaalde.

‘Ik stop hiermee,’ zei ik. ‘Je moet vertrekken.’ Dat deed hij. Toen begon het stalken. Het onvermoeibare achtervolgen, bedreigen, mishandelen, de vernielingen. Dat duurt nu twee jaar. Jaren waarin ik achter veel meer ben gekomen. Dat Lex een moeilijke jeugd had. Dat hij al vanaf jonge leeftijd met justitie in aanraking kwam. Dat kon ik niet weten. Ik kwam niet uit de buurt en ben altijd aan het werk. Iemand die ik goed ken, wist wel meer over zijn verleden. Ze heeft nu spijt dat ze niets heeft gezegd. Ze dacht: ach, het gaat goed. Moet ik roet in het eten gooien?”

Veiligheidsplan
“Ik hoop dat het ergste achter de rug is. Ik heb zo veel aangiftes gedaan. Uiteindelijk zag de politie in wat een manipulator hij is. Maar daar was wel weer een zware mishandeling voor nodig. Er is nu een veiligheidsplan, instructies voor wat ik moet doen als hij dreigt en mishandelt. Een contactverbod. Een straatverbod. Eerdaags moet hij voorkomen. Ik hoop op gevangenisstraf. Dat betekent rust, mijn leven terug.

Er zijn ook momenten dat ik denk: het is triest. Zelf heeft hij geen leven



Ik heb veel geblokt in mijn hoofd, maar was vaak doodsbang. Ik las over de 28-jarige Linda in Waalwijk. Doodgeschoten door haar ex, die haar ook had gestalkt. Ik dacht: dat kan mij elk moment overkomen. Mijn vrienden en ouders vrezen daar ook voor. Wat weerhoudt hem, denk ik vaak. Er zijn ook momenten dat ik denk: het is triest. Zelf heeft hij geen leven. Hij heeft in de eerste plaats een psychisch probleem. En in zijn bestaan heeft hij alleen onze tijd samen als veilig en fijn ervaren. Dat was het ook, maar hij kon er niet mee overweg. Ik moest ermee stoppen. Daarmee hield zijn stukje geluk op. Die onmacht het niet vast te kunnen houden, reageert hij op mij af. Eigen verantwoordelijkheid kent hij niet. Daar komt dit vandaan. En daar ben ik de dupe van.”

Advertentie - Lees hieronder verder