Waarom kan ik niet gelukkig zijn in mijn eentje, zonder relatie?

“Je kan het niet alleen, hè,” zei een stemmetje in mijn hoofd.

Font, Orange, Text, Yellow, Logo, Graphics, Brand,
Glamour

Na haar break-up komt journalist Lianne Marije Sanders er ineens achter dat ze nog geen maand alleen kan zijn. Waarom kan ze niet gelukkig zijn in haar eentje, zonder relatie? En wat heeft verlatingsangst ermee te maken?

Ga niet bij me weg

“Je moet eerst van jezelf houden voordat je van een ander kunt houden,” stelde mijn beste vriendin toen ik na een lange relatie aan één stuk door begon te daten. Wat een cliché, dacht ik toen. En ik opende Happn voor een nieuwe serie Toms, Jobs, Maartens en Bassen. Ik wilde gewoon een leuke vriend. Maar nadat mijn volgende relatie ook strandde, waren de goedbedoelde adviezen wederom niet van de lucht. “Probeer het eerst eens leuk te hebben in je eentje” en “Je hebt toch geen vriend nodig om gelukkig te worden?” Nou, wel dus. Want met een vriend voelde ik me in m’n element. Dan voelde ik me lief, gezellig, mooi, bijzonder en kalm. En in m’n eentje was ik juist onrustig. Maar toen ik een paar dagen na de break-up m’n profielen op de datingapps weer opgepoetst had, begon er toch iets te knagen. “Je kan het niet alleen, hè,” zei een stemmetje in mijn hoofd. “Je voelt je minder zonder vriend, een sukkel, iemand die het fout doet,” bleef het ratelen. En dus besloot ik dat gevoel aan te pakken.

Ik verwijderde de app, zei Tom 1 en 2 gedag en kocht het boek ‘Liefdesbang’ van Hannah Cuppen. Hierin vertelt de therapeut hoe de dynamiek van bindingsangst en verlatingsangst werkt en hoe die ervoor zorgt dat je geen duurzame relatie kunt opbouwen, en leeft vanuit angst. In de stukken over verlatingsangst herkende ik me meteen.

Continu op m’n tenen

Heb je verlatingsangst, dan ben je vaak bang dat degene van wie je houdt bij je weggaat. Of dat degene met wie je date, de deur dichtgooit. Je raakt in paniek bij de gedachte dat een relatie over kan gaan en doet er dan ook alles aan om je vriend(in) te behouden. Je maakt wat je werkelijk voelt en wilt ondergeschikt aan het behouden van wat er samen is. Je bent altijd bezig met de ander: hoe voelt hij of zij zich? Is hij of zij nog wel blij? Moet ik niet wat meer moeite doen? Als ik met iemand aan het daten was, was ik altijd volledig op de ander gericht. Al tijdens het appen vroeg ik me af of hij het nog wel leuk vond, analyseerde ik zijn berichtjes tot in den treure en als het tot een date kwam, was ik die avond vooral bezig met de vraag of hij me nog een keer wilde zien. Ik grapte soms tegen vriendinnen dat een jongen haast een seriemoordenaar moest zijn voordat ik ’m afwees, want ik gaf iedereen een kans. Iedere jongen was voor mij een potentieel nieuw vriendje, een kans op weer gelukkig worden.

'Mijn laatste ex wilde veel alleen zijn, dat voelde als een afwijzing'

Ook in m’n relaties was ik veel met m’n vriend bezig. Mijn laatste ex wilde veel alleen zijn, iets wat ik heel moeilijk vond. Dat voelde namelijk als afwijzing. Wanneer hij zei dat hij een dag alleen ging doorbrengen, hoorde ik vooral: dus niet met mij. Omdat ik wist dat die me-time heel belangrijk voor hem was, werd ik geobsedeerd door het idee niet te veel aanwezig te zijn. Als ik een avond bij hem was, prentte ik mezelf in dat ik na het ontbijt de volgende dag snel weg moest gaan, zodat hij tijd voor zichzelf had. En als ik een middag kwam lunchen, mocht ik niet teleurgesteld zijn als het niet overliep in een leuke avond. Ik moest begrijpen dat hij zijn rust nodig had. Ik liep continu op m’n tenen, was alleen maar bezig met of hij gelukkig was, of hij zich goed voelde, zodat ik me ook goed zou voelen. Het behouden van m’n relatie was voor mij alles waard. Ik hield van hem, vond hem de leukste van de wereld en zolang ik maar voldeed aan zijn voorwaarden, kwam het allemaal goed. Ik moest gewoon wat meer m’n best doen.

Is hij wel happy?

Nadat ik ‘Liefdesbang’ had gelezen, besefte ik dat mijn ex alle boxen qua bindingsangst afvinkte. Hij gaf mij altijd net een vinger, maar wanneer ik de hele hand wilde pakken, draaide hij zich van me weg. Hij stelde zich nooit volledig kwetsbaar op en hield altijd iets van zichzelf achter. Daardoor had ik vaak het idee dat ik hem niet helemaal kende. Ook liet hij altijd alle opties open. Samen op vakantie? Op het laatste moment boeken. Samenwonen? Misschien over een paar maanden of een jaar. Weekendje weg? Dat kon-ie allemaal niet overzien. Maar we hadden toch geen haast? We leefden toch in het nu? En nu was alles toch goed?

Dat mensen met bindingsangst en verlatingsangst elkaar aantrekken, is geen toeval. Volgens Hannah zijn het twee polen van dezelfde magneet. Je hebt beiden last van hetzelfde onderliggende probleem: het onvermogen om je op een gezonde manier (aan elkaar) te hechten. Wanneer je je gezond aan iemand kunt hechten, laat je tijdens het daten en in een relatie geleidelijk aan steeds meer van jezelf zien. Dat gaat automatisch: het contact verdiept en je stelt je steeds meer open. Op deze manier ontstaat een gezonde verbinding, met openheid en vertrouwen. Wanneer je je niet goed kunt hechten aan iemand, hou je vaak bepaalde delen van jezelf achter uit angst om niet goed genoeg te zijn. Je bent de leukste, slimste en grappigste versie van jezelf bij de ander en probeert het hem of haar zo makkelijk mogelijk te maken om van jou te houden. Bevestigt de ander jou in dat gevoel, dan voel je je on top of the world. Je wilt niks liever dan dat gevoel behouden. Zo ontstaat er geen gezonde verbinding, maar binding. Een afhankelijkheid van elkaar die niet gebaseerd is op liefde en vertrouwen, maar op het idee dat de ander ervoor kan zorgen dat jij je goed voelt.

Wat zat daarachter? Waarom lukte het me niet om helemaal mezelf te zijn bij iemand? Waarom was ik altijd bezig met de vraag of die ander wel gelukkig was? Volgens Hannah komt dit door een oude hechtingswond, meestal opgelopen in je jeugd, die ervoor heeft gezorgd dat je ervan overtuigd bent geraakt dat je niet goed genoeg bent zoals je bent. Dat kan komen door allerlei omstandigheden: bijvoorbeeld doordat een van je ouders (emotioneel) niet beschikbaar voor je was toen je hem of haar nodig had, of omdat een ouder is overleden, of je ouders uit elkaar zijn gegaan. Dat heeft je pijn gedaan – je voelde je diep verlaten en alleen – en die pijn wil je nooit meer voelen. Dus ontwikkel je (onbewust) strategieën om die pijn te vermijden. Je voorkomt dat je je weer zo hecht aan iemand (bindingsangst) of doet er alles aan om ervoor te zorgen dat een ander niet weggaat (verlatingsangst). De oplossing voor die oude pijn is meestal niet het aangaan van een nieuwe relatie. Volgens Hannah heel je die wond door meer van jezelf te houden.

Wat wil jij?

En daar was-ie dus weer: je moet eerst van jezelf houden voordat je van een ander kunt houden. Wanneer je van jezelf houdt, ben je afgestemd op je eigen gevoelens en verlangens. Dan verlies je niet uit het oog wat je zelf wil en wat jou gelukkig maakt. Kun je je het korte verhaal over de Cat Person uit The New Yorker nog herinneren, uit 2017? Dat stuk ging viral en werd het best gelezen online verhaal ooit. In het verhaal ontmoet de twintigjarige Margot een man, die later veertien jaar ouder blijkt te zijn, en na tijdenlang hilarisch appen ontmoeten ze elkaar voor een date. Alles aan die date is teleurstellend: zijn filmkeuze, de manier waarop hij zoent en het ongemakkelijke, minderwaardige gevoel dat hij haar geeft. Toch gaat ze met hem mee naar huis en hebben ze seks. Ook dat vindt ze verschrikkelijk, maar het lijkt haar nog erger om hem op het allerlaatste moment af te wijzen.

'Maar hoe doe je dat dan, van jezelf houden?'

Dit stuk was onder andere zo herkenbaar omdat het volgens mij feilloos weergeeft hoe vrouwen hun eigen verlangens en gevoelens wegcijferen uit angst. Angst om ‘moeilijk’ te zijn, angst om iemand teleur te stellen en angst om niet goed genoeg te zijn wanneer je helemaal jezelf bent. Angst geboren uit een gebrek aan zelfliefde. Maar hoe doe je dat dan, van jezelf houden? Ik denk dat dat een proces is dat je leven lang duurt, maar het begint bij meer stilstaan bij wat je zelf voelt en wilt. Het hielp mij om op de momenten dat ik weer eens volledig gericht was op een ander, m’n telefoon in een hoek van de kamer te gooien en muziek te luisteren. Gewoon even zitten voelen, zonder iets of iemand om me af te leiden. Om daarna een stuk steviger in m’n schoenen aan te geven hoe ik iets zag. Dat breidde ik uit naar alleen wandelen, mediteren, boeken lezen en koken. Totdat ik besefte dat ik het eigenlijk best alleen kan, leven. En het dan nog leuk is ook.

Deze real life verscheen in het septembernummer van Glamour. Deze maand ligt er ook weer een gloednieuw issue in de winkel, bomvol real life verhalen en nog véél meer. Je bestelt 'm hier online!

This content is created and maintained by a third party, and imported onto this page to help users provide their email addresses. You may be able to find more information about this and similar content at piano.io
Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Relatie