Illustrator Iris de Groot (30) groeide op met een alleenstaande, zwakbegaafde moeder. Over haar turbulente en verdrietige kindertijd maakte ze een award-winning stripboek. ‘Mijn jeugd wens ik geen enkel kind toe.’

'De enige ‘wasbeurt’ die ik kreeg, was de douche na de zwemles'

“Pas toen ik een jaar of tien was, begon ik te zien wat er aan de hand was bij ons thuis. Alle andere kinderen kwamen elke dag schoon gewassen, met frisse kleding, geborsteld haar en gepoetste tanden naar school. Ik niet. De douche bij ons thuis was al jaren kapot. De enige ‘wasbeurt’ die ik kreeg, was de douche na de zwemles. Een kam of een borstel was bij ons in huis niet te vinden, laat staan shampoo. In mijn haar hadden zich inmiddels zulke knopen ontwikkeld dat ik er niet doorheen kon met de kam. Een keer kwam er een vriendinnetje met me mee naar huis. We hebben toen alle klitten uit mijn haar geknipt. Als ik naar een kinderfoto van mezelf kijk, zie ik een klein hulpeloos meisje over wie ik me wil ontfermen. Ik voel haar pijn en zie haar frustratie en boosheid. Soms raakt dat me nog steeds.”

Advertentie - Lees hieronder verder

Altijd alleen
“Wat een gek vrouwtje: dat zou je eerste gedachte kunnen zijn als je mijn moeder ontmoet. Ze draagt vreemde, flodderige kleding die totaal niet bij elkaar past. Is vrij onverzorgd. Ze komt naïef over. Ze is 67 jaar maar heeft de emotionele leeftijd van een kind van tien. Ze bleef op de basisschool vier keer zitten en toen lieten ze haar de school uiteindelijk maar afmaken. Als er iemand niet aardig tegen haar doet, blijft ze daarin hangen als een stampvoetende, dreinende kleuter. Mijn moeder is zwakbegaafd.


Ze werd dertig jaar geleden zwanger van mij. Mijn vader was al tijdens de zwangerschap uit beeld. Daardoor kwam zij er alleen voor te staan. Met minieme steun van haar ouders. Ze kreeg van de kraamhulp een cursus voeden en luiers verschonen en dat was het. Gek genoeg. Want dat zij totaal niet capabel was om mij groot te brengen, staat voor mij vast. Ik heb een jeugd gehad die ik geen enkel ander kind toe zou willen toewensen.

Als ik terugdenk aan mijn kindertijd zijn er twee gevoelens die overheersen. Eenzaamheid en frustratie. Als kind was ik namelijk altijd alleen. Op school werd ik gepest, ze vonden me maar merkwaardig. Ik had de ‘verkeerde’ en vieze kleding die werd onder gepist door onze kat. Ze noemden me steevast stinkdier. Thuis raakte ik gefrustreerd omdat mijn moeder me nooit eens ergens mee kon helpen. Ik deed alles alleen: mezelf aankleden, huiswerk maken. Voorlezen kon ze ook al niet. Ik werd er chagrijnig en boos van.”

Doe even normaal
“Om over ons huis nog maar te zwijgen. Mijn bed was doorgezakt en ik sliep al tijden op een matrasje op de grond. Er was een keer lekkage geweest en daardoor zat er schimmel op de muren. En toen onze kat overal begon te poepen en te piesen was er geen fris plekje meer te vinden. Schoonmaken deed mijn moeder niet, ze had geen idee dat het moest of hoe het moest. Het is een wonder dat we allebei niet ongelooflijk ziek zijn geworden.



Steeds meer begonnen de rollen van mijn moeder en mij om te draaien. Ik zorgde voor haar, in plaats van zij voor mij. Toen ik kon lezen, maakte ik de post open en las die haar voor. Als ik bij andere kinderen kwam, zag ik hoe gezellig en netjes het daar was. En hoe die ouders de kinderen hielpen. Het maakte me boos en verdrietig. Waarom was mijn moeder niet gewoon normaal? Ik keerde steeds meer in mezelf en meldde me op school geregeld ziek, zodat ik niet hoefde te dealen met het gepest. Thuis sloot ik me op in mijn kamer en dook in mijn eigen fantasiewereld. Ik begon met tekenen. Daar kon ik me in verliezen en zo voelde ik de eenzaamheid niet. In huis liep ik achter mijn moeder aan. Als ze een kop koffie liet vallen op de grond, ruimde ik het op. Als ze een formulier verkeerd had ingevuld, moest ik alles rechtzetten.

Ondertussen was er niemand die ons te hulp schoot. Mijn oma leek niet met de situatie om te kunnen gaan, mijn opa was al overleden. En hoewel ze volgens mij mijn moeder soms wel wat geld toestopte, deed ze verder niets. Een keer is Thuiszorg bij ons geweest, op aanraden van een leraar van school. Die deden niets toen ze even met mijn moeder gesproken hadden. Ze keken totaal niet naar hoe het met mij ging. De enige die mij ooit heeft geholpen was een mentrix op school. Heel geduldig en liefdevol legde ze me uit hoe vaak mensen horen te douchen bijvoorbeeld. Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor.”

Nieuwe start
“Mijn overlevingsstrategie was om zo veel mogelijk mijn eigen gang te gaan. Zo kon ik me afsluiten voor de problemen thuis. Dat deed ik bijvoorbeeld door in mijn kamer een kastje schoon te maken en mijn kleding er in te leggen. Zo werd ik niet ‘besmet’ met de viezigheid. Ook verschool ik mezelf uren achter mijn bureau om te tekenen of speelde ik computerspelletjes. Ondertussen brandde ik vanbinnen helemaal op. Ik was doodmoe, schaamde me tegenover iedereen en had het gevoel dat ik bij niemand terecht kon. Gelukkig waren mijn resultaten op de middelbare school goed genoeg om te slagen, zodat ik aan een studie aan de kunstacademie kon beginnen. Ik verhuisde naar een andere plaats en kon daar een nieuwe start maken. Helaas ging dat niet zo makkelijk. De klap van al die jaren verdriet en onvrede, kreeg ik toen alsnog. Mijn blik werd steeds zwartgalliger, ik merkte dat ik geen energie meer had om iets te ondernemen. Nadat ik bij een psycholoog was geweest, bedacht ik pas dat die problemen misschien met mijn jeugd te maken hadden. Ik had ondanks alles het gevoel dat het me niet zo geraakt had. Ik dacht dat ik door de nieuwe studie gewoon wat te veel hooi op mijn vork had genomen.”

'Ik had niet geboren mogen worden'



Heftig statement
“Ik vind het belangrijk om mijn verhaal te delen. Ik merk dat er best vaak aandacht is voor de discussie of zwakbegaafde mensen kinderen zouden mogen verwekken. Hoe een kind het ervaart om grootgebracht te worden door een zwakbegaafde ouder, komt niet aan bod. Daarom maakte ik – ik studeerde animatie en illustratie aan de kunstacademie – een stripboek over mijn jeugd. Als je het mij vraagt: ik vind niet dat ik geboren had mogen worden. Mijn zwakbegaafde moeder was niet capabel om een kind groot te brengen. Daardoor heb ik een jeugd gehad waar ik met verdriet aan terugdenk. Voor mensen die dit niet hebben meegemaakt, of mijn verhaal niet van dichtbij kennen, is het niet te begrijpen. Die zeggen dan tegen me: ‘Het blijft toch je moeder hè?’ Ja, dat is zo, maar dat rechtvaardigt natuurlijk niet dat ik daarom alles maar voor lief heb moeten nemen. In mijn hart hou ik wel van haar, maar ik heb mezelf zolang boven water moeten houden, dat ik dat nu nauwelijks meer kan voelen. Mensen vinden dit een heftig statement. Maar zo voel ik het wel. Ik wens geen enkel kind de jeugd toe die ik heb gehad. Ik heb altijd voor mezelf moeten zorgen, kon naar niemand toe en moest ondertussen altijd maar de energie opbrengen om achter mijn moeder aan te lopen.”

Blij en gelukkig
“Toch kan ik op dit moment oprecht zeggen dat het goed met me gaat. En met mijn moeder ook. Ze is blij en gelukkig, gaat een paar keer week naar het buurthuis en dat vindt ze fantastisch. Op onze manier heb ik met mijn moeder een goede band. Dat betekent dat we elkaar een keer per week bellen en dan altijd hetzelfde gesprek voeren. Zij is naar het buurthuis geweest en heeft tekeningen gemaakt. That’s it. Als ik haar iets vertel, dan begrijpt ze dat niet, moet ik het drie keer herhalen en is ze het de volgende keer alweer vergeten. Geregeld stuurt ze me kattebelletjes of een tekening toe. Voor haar is dat voldoende, voor mij ook. Ik probeer er maar positief naar te kijken. Mocht ik ooit kinderen krijgen – ik heb al zes jaar een vriend – dan ontvangen die een hoop mooie tekeningen van hun oma. Verder heeft zij echt geen idee hoe ik mijn jeugd heb ervaren of wat er met haar aan de hand is.

Advertentie - Lees hieronder verder
Advertentie - Lees hieronder verder

Ik geloof dat ik het aan mijn opgewekte, volhardende karakter te danken heb dat ik mezelf staande heb gehouden. Ik ben open, geïnteresseerd in anderen en in de basis een optimistisch persoon die van aanpakken weet. Ik veroordeel andere mensen niet en doe moeite om de positieve kanten van iemand te zien.

Ik heb snel geleerd om zelfstandig te zijn en zie dat nu als een pluspunt. Ik vraag niet zo snel iemand om hulp. Of het nou met koken is of met het doen van mijn belastingaangifte. Ik zou bij wijze van spreken nog googelen hoe je een heel huis verbouwt en daar zelf ook aan beginnen.”

Dit verhaal stond in het aprilnummer van Glamour. Meer reality? Lees ook het reality liefdesverhaal: 'John is de vader van mijn ex'