Jarenlang zweeg Marianne (43) over wat haar als kind was overkomen. Haar vader die haar keer op keer misbruikte. Toen ze hem daar als volwassen vrouw eindelijk mee durfde te confronteren, ontkende hij alles. Ook haar moeder stak haar kop in het zand en koos ervoor haar niet te geloven.

“Ik weet niet of ik van nature een breekbaar en kwetsbaar kind was, of dat mijn vader dat van me maakte. Heel mijn jeugd zei hij dat hij wilde dat ik nooit geboren was. Elke dag riep hij dat ik in de weg liep en dat ik lastig was. Hij was dominant, wilde alles op zijn manier. Ik gooide dat als kind natuurlijk in de war. Soms zei hij wel lieve dingen. Wanneer hij me wilde misbruiken, zei hij altijd zachtjes: ‘Je papa wil je nog even welterusten komen wensen.’ Dan wist ik genoeg. Ik werd misselijk, kreeg het ijskoud en moest opeens enorm plassen. En dan had hij me nog met geen vinger aangeraakt.

Advertentie - Lees hieronder verder

Meestal kwam hij bij me als ik net op bed lag. Kwam hij dáárvoor, dan klonken zijn stappen anders. Steviger, meer vastberaden en doelgericht. Soms wilde hij dat ik aan hem zat, of hij deed dingen bij mij. Dan dacht ik achteraf: dat viel mee. Andere keren ging hij helemaal op me liggen, waardoor ik amper kon ademen. Ik wilde sterk zijn, maar soms werd het me bijna te veel. Dan dacht ik dat ik doodging. Ik probeerde niet te huilen, want ik wist dat hij dat niet leuk vond. Natuurlijk had ik kunnen gillen, dan was mijn moeder misschien gekomen. Maar ik voelde als kind al dat dat geen oplossing was. Dat zij mijn vader nooit de rug zou toekeren. Ik was doodsbang om erover te praten. Geen woord zei ik, tegen niemand. De volgende ochtend, nadat hij me misbruikt had, zat ik gewoon naast mijn vader aan het ontbijt. Hij vroeg of ik lekker geslapen had en ik zei keurig ‘Ja, papa.’ Dan ging hij naar zijn werk en ik naar school. Alsof er niets was gebeurd.”

Ik wist genoeg als hij zei: ‘ik kom je nog even welterusten wensen’



Vader-dochteruitje

“Als mijn moeder had opgelet, had ze het kunnen weten. Een kind kan niet zo goed acteren. Mijn ogen moeten rood zijn geweest van het huilen en ik stond stijf van de spanning. Maar ze vroeg niets. Soms moet het er ook normaal hebben uitgezien, dan zat ik gewoon bij papa op schoot. Ondanks alles, of misschien dankzij alles, was ik op zoek naar mijn vaders goedkeuring. Ik vroeg vaak of hij me wilde helpen met mijn huiswerk, zodat hij even aandacht voor me had. Net als ieder kind wilde ik bevestiging en liefde. Dus probeerde ik het kind te zijn dat mijn vader wilde dat ik was. Ook als hij me misbruikte. Meewerken was het makkelijkst voor ons beiden.

Op mijn negende beet ik voor het eerst van me af. Mijn vader nam me mee op een vader-dochteruitje. Ik was weken van tevoren al nerveus, hoopte op de Linnaeushof of de dierentuin. Maar hij nam me mee naar een huis, waar andere mannen waren. Hij legde me op tafel en mijn vader en de mannen misbruikten me. De details zal ik iedereen besparen, die zijn te walgelijk. Maar ik raakte buiten bewustzijn. Hij was woest toen ik weer bijkwam, omdat ik hem zo had laten schrikken. Toen ik me in een hoekje van de kamer probeerde aan te kleden, wilde mijn vader helpen. Ik heb gekrijst. ‘Blijf van me af!’ De grens van wat ik aankon, was bereikt. Hij schrok, dat weet ik nog heel goed. Het was de eerste keer dat zijn kleine meisje zich verzette.

Thuis zei hij tegen mijn moeder dat ik de vader-dochterdag had verpest. Ik ging naar mijn kamer, waar ik zo hard huilde dat mijn kussen doorweekt was. Mijn vader raakte me na die dag niet meer aan, niet op die manier. Ik denk dat hij geschrokken was van mijn verzet. Zelfs zijn knuffels voelden vanaf die dag anders, afstandelijker en koeler.”

Advertentie - Lees hieronder verder
Advertentie - Lees hieronder verder

‘Bij elk afscheid zei mijn moeder: ‘Ga je mee naar huis? Dan zeggen we sorry tegen papa’

Paniekaanvallen
“Op mijn vijftiende kreeg ik paniekaanvallen. De eerste was tijdens een concert. Mijn ouders brachten mij en mijn vriendin erheen, zij zouden de stad in gaan en ons daarna weer ophalen. Tijdens het concert werd ik opeens doodsbang. Geen idee waardoor. Mijn hart sloeg dubbel zo hard, ik zag wazig, was misselijk en durfde niet meer te blijven stilstaan. Mijn vriendin wist niet wat ze met me aan moest. Ik rende naar de uitgang en zag daar mijn vader en moeder zitten. Ze waren blijven wachten bij de garderobe, want mijn vader had een naar voorgevoel. Voelde hij me echt aan? Of had hij iets gedaan waarvan hij wist: dit gaat niet goed? Ik weet het nog altijd niet. Ik viel ze in de armen; gek genoeg waren zij het veiligste wat ik had.

De paniekaanvallen bleven en het begrip werd steeds minder. Al snel moest ik mijn angst verbergen voor mijn vader, anders werd hij boos. Zat ik ’s nachts te trillen en huilen in bed, dan zei mijn moeder: ‘Zachtjes, straks wordt papa wakker.’ Mijn moeder hield in het donker urenlang mijn hand vast, ze liep mee als ik niet alleen naar de wc durfde. Twee jaar lang had ik die paniekaanvallen, en al die tijd vroeg niemand aan me wat de reden was. Of ik misschien ergens mee zat. De doktoren in het ziekenhuis niet, maar ook mijn ouders niet. Mijn vader was waarschijnlijk bang dat ik het zou vertellen. Die wist heus wel waar de paniek vandaan kwam. En mijn moeder? Was zij ook bang? Misschien wist ze wat mijn vader had gedaan elke keer dat hij me een nachtkus ging geven en dan een kwartier wegbleef. Ze zal toch wel een keer zijn gaan kijken? Wilde ze de waarheid niet horen? Nee, omdat die te veel pijn deed. Aan mijn pijn dacht ze duidelijk niet.”

Briesende moeder
“Het duurde jaren voordat ik mijn vader durfde te confronteren met zijn daden. Ik was altijd zo vreselijk bang. In therapie leerde ik dat die angst iets van vroeger was. Inmiddels was ik volwassen en zelfstandig, mijn vader kon me niets meer doen. De therapeut was ervan overtuigd dat mijn vader confronteren me zou helpen in mijn verwerking. Ik was 26 toen ik met hem afsprak in het restaurant van een hotel. Hij wachtte op me op een bankje voor de deur.

Toen ik hem zag, schoten de zenuwen door mijn lijf. Hij was al oud, maar dat overwicht van vroeger, die dominantie was er nog. Ik voelde me weer even dat kleine kind. We gingen tegenover elkaar aan een tafeltje zitten. Meteen kwam ik ter zake. Ik zei dat ik wist wat hij in mijn jeugd met me had gedaan. Ik zag zijn ogen veranderen, ze werden hard. ‘Je bent gek,’ riep hij. ‘Je bent gehersenspoeld door therapeuten.’ Hij zei dat ik loog en hem kapot wilde maken. ‘Noem een voorbeeld dan. Noem dan een voorbeeld,’ vroeg hij dreigend. Dat deed ik. Vreselijk om die herinnering uit te spreken, met tegenover me de man die het me aandeed. Boos liep hij weg, nadat hij zei dat ik zijn dochter niet meer was. Hij zou me onterven. Het was zijn manier om te zeggen: voor mij besta je niet meer. Ik was verdrietig, al denk ik achteraf: wat had ik dan gedacht? Ik confronteerde een misbruiker met zijn daden. Hij reageerde als een kat in het nauw.

Thuis vertelde hij het wel aan mijn moeder. Hij kende me en had gezien hoe strijdvaardig ik was. Hij wist: als hij het zelf niet deed, deed ik het. Een dag later stond mijn moeder onaangekondigd op de stoep. ‘Waar ben jij mee bezig?’ brieste ze toen ik de deur voor haar opendeed. Ik had altijd al geweten dat ze zo zou reageren als ik ooit de kracht had om eerlijk te zijn. En toch deed het pijn. Ze bleef mijn moeder, de vrouw die me in mijn jeugd nog enig gevoel van warmte en liefde had gegeven. Ze hoefde me niet meteen te geloven, maar ze kon op z’n minst luisteren en daarna pas haar conclusie trekken. Maar nee, ze ging in de aanval. ‘Jij hebt je standpunt al ingenomen, dat is duidelijk,’ zei ik. En zo eindigde ons gesprek, voor zover het een gesprek te noemen was.”

Mijn waarheid
“Ik verloor in een klap allebei mijn ouders. Mijn moeder stuurde tot voor kort nog weleens een kaartje, met kerst bijvoorbeeld, waarop ze schreef dat ze me graag wilde zien. Ik ben haar enige kind. En ik verlang ook naar mijn moeder. Als ik bij vriendinnen op verjaardagen ben en hun moeders gezellig met een taartje op de bank zie zitten, doet dat pijn. Ik wil mijn moeder ook op mijn verjaardag hebben. Maar als ze negeert wat er vroeger met me is gebeurd, kan zij niet in mijn leven zijn. Dan ontkent ze een essentieel deel van wie ik ben. In het weinige contact dat er door de jaren heen was, liet ik me af en toe verleiden tot een lunch met mijn moeder. Ergens was er nog de hoop dat het goed zou komen. We aten een broodje, zij vroeg naar mijn werk, naar hoe het thuis was. Het voelde fijn om zo met haar te praten. Echt als een moeder en dochter. Bij elk afscheid zei ze: ‘Dat was gezellig, hè? Ga je dan nu even mee naar huis? Dan zeggen we sorry tegen papa en kan alles weer zo zijn als vroeger.’ En zo werd alles wat we opbouwden, steeds weer met de grond gelijk gemaakt. De hoop op verzoening met haar heb ik inmiddels opgegeven, net als de hoop op een eerlijk en open gesprek met mijn vader. Lang vond ik het een marteling dat hij zijn daden maar niet wilde toegeven. Nu denk ik: ik ken mijn waarheid, dat is genoeg. Als mijn ouders vandaag voor de deur staan en echt willen praten, dan laat ik ze binnen. Maar gebeurt dat niet, dan blijf ik een gelukkig mens. Ik heb hun bevestiging niet meer nodig.”

Durven praten
Marianne zette een stichting op om slachtoffers van misbruik te helpen hun verhaal te vertellen. Ga voor meer info naar projectspeaknow.nl Ook werkt Marianne als coach; kijk op contactsignals.nl.

Dit artikel stond in het maartnummer van Glamour.