Eetbuien, laxeerpillen, braken: voor Hannah (22) was dit jarenlang aan de orde van de dag. Omdat ze wel altijd een gezond gewicht had, zag niemand hoe ziek ze was.

“Bij eetstoornissen denken mensen vaak aan graatmagere meisjes van dertig kilo, die zichzelf te dik vinden. Maar dat is een misvatting. Ik heb altijd een gezond gewicht gehad, en toch heb ik zeven jaar lang geworsteld met eten. Vroeger was ik al een gevoelig meisje, al heb ik geen idee waar dat vandaan kwam. Als ik naar foto’s uit mijn jeugd kijk, zie ik een doodnormaal kind, ik zag er niet anders uit dan anderen. Thuis waren er geen problemen, moeilijkheden of andere narigheid, dus waarschijnlijk heb ik aanleg voor gevoeligheid. Het is een karaktereigenschap die ik vroeger niet kon verbloemen, mijn klasgenoten roken mijn onzekerheid vanaf een kilometer afstand.

Het maakte me al jong het pispaaltje van de klas. Als we verstoppertje speelden, was ik altijd degene die moest tellen. En natuurlijk kon ik dan niemand vinden, want iedereen zat allang binnen. Zulke kinderachtige pesterijen maakte ik dag in, dag uit mee. Ik was zo goedgelovig dat ik er elke keer opnieuw intrapte. Steeds weer hoopte ik dat het die dag anders zou gaan, dat ik mocht meedoen en ze me normaal zouden behandelen. Maar als ik dan toch weer de deksel op mijn neus kreeg, gaf ik niet mijn klasgenoten, maar mezelf de schuld. ’s Avonds lag ik huilend in bed, ’s ochtends wilde ik niet naar school. Mijn ouders trokken aan de bel bij docenten, lieten me een weerbaarheidscursus volgen en switchten tussentijds van basisschool. Maar vriendinnen leverde het niet op.”

‘Een eetstoornis sluipt er als het ware in. Ik wilde ergens controle over hebben; dat werd voedsel’



Koekjes en laxeerpillen
“De middelbare school zag ik als een nieuwe start. Ik was zo vastbesloten om niet weer buiten de groep te vallen dat ik het voortouw nam. Al vrij snel had ik een groepje vriendinnen verzameld met wie ik optrok in de klas. Dat leek goed te gaan, totdat ik erachter kwam dat zij achter mijn rug om samen leuke dingen deden, zonder mij mee te vragen. Het was een klap in mijn gezicht, een teleurstelling die keihard aankwam. Ik begreep het niet. Wat was er mis met mij? Ik besloot niet langer mijn best te doen om ergens bij te horen. Als mensen me zagen zitten: prima. Vonden ze me niet leuk: ook goed.

Diep vanbinnen was ik natuurlijk doodongelukkig. In die periode ontwikkelde ik mijn eetstoornis, al besluit je niet van de ene op de andere dag gek te gaan doen met eten. Zoiets gaat veel subtieler, sluipt er als het ware in. Ik wilde ergens controle over hebben, er de baas over spelen en me laten gelden. Juist omdat ik voor mijn gevoel op andere vlakken faalde, vond ik mijn houvast in eten. Want zodra het om eten ging, bepaalde ík voortaan wat ik deed, en niet andere mensen. De lunch die ik van huis meenam, gooide ik bijvoorbeeld weg. In plaats daarvan kocht ik in de supermarkt koekjes, chips of chocola. Op een gegeven moment kocht ik ook snoep voor thuis. Als ik het avondeten niet lekker vond, had ik tenminste nog snacks op mijn kamer. Binnen de kortste keren was de regelmaat uit mijn eetpatroon. Als ik me om vier uur ’s middags volpropte met koekjes, liet ik het avondeten staan. Om niet aan te komen, kocht ik laxeerpillen. Mijn ouders hadden vrij vlot in de gaten dat er iets speelde.

Ik was stil, zat vaak alleen op mijn slaapkamer en at niet normaal. Toen mijn moeder een strip laxeerpillen en een pak koekjes onder mijn bed vond, confronteerde ze me ermee. ‘Waar ben je mee bezig? Heb je problemen?’ In eerste instantie ontkende ik glashard dat er iets aan de hand was. Pas tijdens een gesprek met de vertrouwenspersoon van school erbij vertelde ik dat ik mezelf dik en lelijk vond, en daarom eetbuien had en laxeerpillen slikte. Ik loog. Ik vond mezelf helemaal niet dik en lelijk. Maar voor mij was dat makkelijker om te zeggen dan: ik voel me afgewezen, onbelangrijk, ongezien, nutteloos en alleen. Of: ik ben elke dag bang dat ik niet voldoe aan de verwachtingen van anderen. Ik ben bang een complete mislukking te zijn.”

‘Om vier uur propte ik me vol met koekjes, het avondeten liet ik staan’

Advertentie - Lees hieronder verder


Euroshopper-eetbuien
“Mijn ouders stuurden me naar een psycholoog. Helaas nam die me niet serieus, ze bagatelliseerde mijn eetprobleem. ‘Hoezo, een eetstoornis? Je ziet er goed en gezond uit. Met jou is niks mis.’ Aan de buitenkant wás er ook niks te zien, maar in mijn hoofd was het chaos. Ik was alleen nog maar bezig met eten, want dan hoefde ik niet aan andere dingen te denken. Ik bedacht bijvoorbeeld wat ik allemaal mocht eten zonder aan te komen. En waar en wanneer ik het kon eten zonder betrapt te worden. Vervolgens sleepte ik mezelf uit bed, sleepte me naar school, sleepte me van les naar les. Ik deed alle normale dingen omdat het moest, maar was er niet bij met mijn gedachten.

Ik liep op mijn tenen en kon pas ontspannen als ik naar huis mocht, naar mijn kamer, mijn bed. Eenmaal daar ging ik los. Ik stopte mezelf helemaal vol, had gigantische eetbuien. Maar al die Euroshopper-producten boden me niet per se troost, ze gaven me eerder even rust. Een time-out waarin ik kon ontsnappen aan de realiteit en niet hoefde te denken aan de wereld daarbuiten die ik overduidelijk niet aankon. Vergelijk het met de roes die je voelt na alcohol. Je bent er even niet. Maar meteen daarna baal je van jezelf, omdat je weet: er is niets veranderd aan mijn situatie. Alles is nog steeds hetzelfde. Of erger.”

Machteloos
“Op een gegeven moment ben ik ook gaan braken. De meeste mensen spugen om te kunnen eten, maar bij mij was het andersom. Ik at, al was het maar een appel, om daarna te kunnen overgeven. Alles wat erin ging, kwam er ook weer uit. Thuis én op school. Hangend boven de wc-pot voelde ik me veilig. Daar was ik even alleen en voelde ik geen ogen op me gericht. Ik kon er al mijn maskers laten vallen. Sterker nog: ik kotste alle angst en paniek eruit. Mijn ouders wisten dat ik braakte. Ze stonden machteloos, konden niet tot me doordringen. Intussen liep ik bij diverse therapeuten en een diëtist, maar jarenlang leek niets te helpen.

Op mijn dieptepunt braakte ik wel tien keer per dag, voor mijn gevoel was ik met niets anders meer bezig. Het was het moment waarop ik eindelijk serieus werd genomen door de hulpverlening. Omdat mijn gezondheid in gevaar was – mijn kaliumgehalte was te laag, ik kreeg niet voldoende voedingsstoffen binnen en raakte ondervoed – werd ik opgenomen in een eetstoorniskliniek. Twee keer een korte opname. Langzaamaan kwam het besef dat er iets moest veranderen, wilde ik een normaal leven leiden. Door intensieve therapie, waarbij ik opnieuw moest leren eten, kreeg ik mijn eetpatroon beter onder controle en braakte ik nauwelijks nog. Maar ik was kwetsbaar voor een terugval. Eten is niet iets wat je zomaar uit je leven kunt bannen, het is er altijd en overal. Ik heb weer moeten ontdekken wat normaal is – af en toe drie koeken achter elkaar eten mag bijvoorbeeld best – en wat bij mij past. Zoiets kost tijd. Pas daarna kon ik de onderliggende problemen aanpakken, zoals mijn angst om echte contacten aan te gaan en mijn lage eigenwaarde.”

‘Ik was bang een complete mislukkeling te zijn’



Ik hou van mij
“Tussen de veilige muren van een kliniek voor jongvolwassenen die in hun leven vastlopen, liet ik voor het eerst mijn emoties toe. Voorheen onderdrukte ik ze met eten, maar hier leerde ik dat, als dingen tegenzitten, ik me ook op een andere, gezondere, manier kan uiten. Soms schiet ik nog wel in de stress. Als ik bijvoorbeeld een tijdje niets hoor van een vriendin, denk ik: zie je wel. Maar zodra ik er dan met iemand anders over praat, het van me af schrijf of er een nachtje overheen laat gaan, weet ik: het hoeft niet aan mij te liggen. Ik ben sterker geworden. Zelfverzekerder. En ik vind mezelf tegenwoordig de moeite waard.

Ik heb niet per se andere mensen nodig om me goed te voelen: geluk zit in het accepteren van jezelf. Want als jij niet van jezelf houdt, waarom zouden anderen dat dan wel doen? Ik maak me niet meer zo snel druk om wat anderen van me vinden of verwachten. Dat leeft een stuk lichter. Natuurlijk ben ik van tijd tot tijd onzeker over hoe anderen naar me kijken, maar ik laat me er niet meer door leiden. Ik ben veel te blij dat ik weer normaal functioneer, sociale contacten heb en gezond ben. Al beschouw ik de jaren van obsessief bezig zijn met eten niet als verloren tijd. Blijkbaar had ik toen geen andere oplossing om met mijn problemen te dealen. Ik bekijk het positief: iedereen loopt in zijn leven wel ergens tegenaan. Ik heb het maar alvast gehad.”