View this post on Instagram

#jail

A post shared by Patrick Sitnicki (@dying_ground) on

61 dagen in de cel. Waar het licht altijd brandde en de ratten onder de vloer vandaan kwamen. Faiza (26) voerde vorig jaar met Greenpeace actie in het Noordpoolgebied. Tot de Russchische kustwacht ingreep en ze in de gevangenis belandde.

Advertentie - Lees hieronder verder

Faiza:“Toen we de haven van Kirkenes in Noorwegen uit voeren, was er niks aan de hand. Ik genoot van wat ik zag: overal water en in de verte de groene Noorse fjorden. De zon scheen volop, er stond geen zuchtje wind. Ik voelde me helemaal zen worden. Later bleek dit slechts de stilte voor de storm.Ik wilde graag een keer mee met de Arctic Sunrise. Al twee jaar werk ik als campagneleider voor Greenpeace en ik vond het tijd worden dat ik zelf ook eens naar de plek zou gaan waar ik me zo voor inzet.

Het plan was vreedzaam actievoeren bij het boorplatform Prirazlomnaya in de Pechora Zee. Natuurlijk nam ik daarmee een risico. Maar je kunt niet alleen vanuit je bureaustoel blijven roepen ‘save the arctic’. Want dan gebeurt er niets. Ik zeg altijd: mensen hebben in het verleden de wereld niet veranderd door een boze brief te schrijven naar de overheid, maar omdat ze de straat op gingen. Kijk naar Gandhi, vrouwenkiesrecht of de Arabische lente. Als het om het Noordpoolgebied gaat, is het echt vijf voor twaalf. Er moet daar iets veranderen. Vorig jaar waren we op dezelfde plek en hebben we de oliewinningproductie voor even kunnen stopzetten. Dat wilden we dit jaar opnieuw proberen.”

Vreedzame actie
“Via de radio onderhielden we contact met de Russische kustwacht die ons nauwlettend in de gaten hielden. We vertelden wie we waren en wat we gingen doen. We waren totaal niet bang of bezorgd. Vorig jaar had diezelfde kustwacht ons geen strobreed in de weg gelegd. Sterker nog, ze zeiden toen: als het een vreedzame actie is, houden wij ons afzijdig. Nu liep dat totaal anders. Op het moment dat onze mensen met rubberbootjes richting het platform gingen en we de eerste klimmers op het booreiland hadden, begon de kustwacht dreigend om hen heen te varen en zonder waarschuwing vooraf in de lucht en in het water te schieten. Ik sloeg het gade en dacht: wat gebeurt hier!

Op datzelfde ogenblik werden de klimmers vanaf het booreiland met waterkanonnen aangevallen. Levensgevaarlijk. We wilden ons eigenlijk meteen terugtrekken, maar dat lukte niet doordat de kustwacht bleef schieten. Het was chaos. Het leek wel oorlog! Ik rook gewoon de kruitdampen. De klimmers werden aangehouden en alleen onze mensen in de rubberboten slaagden erin de Arctic Sunrise te bereiken.”

‘Mannen in camouflagekleding en bivakmutsen schreeuwden en hielden een AK47 op ons gericht’



Intimidatie
“Ik bleef nog altijd vrij kalm. Dacht: dit is pure intimidatie. Zo veel machtsvertoon slaat nergens op, is ook niet nodig. Via de radio vroegen we de kustwacht of onze klimmers in orde waren en of we met ze mochten praten. Het mocht niet. Eigenlijk werd vanaf toen de situatie grimmiger. Een dag later dook ineens vanuit het niets een militaire helikopter boven ons schip op. Mannen in camouflagekleding en bivakmutsen kwamen één voor één via een touwladder naar beneden. Ze schreeuwden en hielden een AK47 op ons gericht. Alles ging supersnel. Het was alsof ik op de set van een of andere actiefilm stond. Alleen was dit geen film, maar de realiteit. Voor ons lag een Russische ijsbreker, achter ons de boot van de kustwacht. Het drong tot me door: we zijn omsingeld en gaan voorlopig niet naar huis.”

‘Constant waren er die vragen in mijn hoofd: wat gaat er gebeuren? Die onzekerheid is killing’



Paniek
“Met z’n allen moesten we vervolgens naar de kantine waar we de tijd verdreven met spelletjes. Onze boot werd door de kustwacht naar Moermansk gesleept. Pas in de politiecel daar werd me duidelijk dat het de Russen menens was. We kwamen in voorarrest. En werden voor het eerst afgezonderd van elkaar. Ik dacht: oké, dit hoort erbij als je actie voert. Hier ben ik mentaal op voorbereid. Maar toen de rechter duidelijk maakte dat we beschuldigd werden van piraterij en ons vijftien jaar boven het hoofd hing, brak ik. Ze gaan hier echt werk van maken, schoot door mijn hoofd.

Van het een op het andere moment werd ik heel cynisch. Bovendien sloeg de paniek toe. Want als er iets is wat ik uit een eerder bezoek aan Rusland wist, is dat daar álles kan. Stel je voor dat ik er vijftien jaar van mijn leven moest slijten. Ver weg van alles en iedereen. En pas op mijn 41ste zou vrijkomen! Angstaanjagend. Ik wilde er eigenlijk niet aan denken dat ik mijn vrijheid zou kwijtraken voor zo’n lange tijd. Constant waren er die vragen in mijn hoofd: wat gaat er gebeuren? Hoe lang moet ik hier zitten? Die onzekerheid is killing.

‘Toen het misging realiseerde ik me dat ik anderen had meegesleurd. Daar voelde ik me schuldig over'



Achter de tralies
“Ik kwam terecht in een detentiecentrum waar het overgrote deel van de gevangenen in voorlopige hechtenis zat voor drugshandel. Mijn cel was twee bij vier meter groot. Het had groene muren, een houten verrotte vloer, een wc die bijna uit elkaar viel en overal van die vreemde plekken, alsof iemand er ooit had geprobeerd brand te stichten. De deur was van dik, koud metaal. Verder lag op het bed een ultradun matras. Voor én achter het raam zaten tralies.

Een vervelende bijkomstigheid was dat het raam klemde en niet helemaal dicht kon, waardoor het er af en toe echt koud werd. En het was er gewoon smerig. ’s Nachts had ik last van ratten. Die kwamen onder de vloer vandaan. En dan het eten. Smakeloos, ongezond en heel eenzijdig. Droog brood en pap of aardappelen in soep. Ik ben in de gevangenis ontzettend afgevallen. Ik zat moederziel alleen, andere gevangenen zag ik niet. Maar als dat eens gebeurde, dan was het meteen: ‘Greenpeace? Respect!’

We werden door hen onthaald als helden, al voelde ik me allesbehalve een held. Vooral die eerste dagen waren loodzwaar. Als je niks te doen hebt, gaat de tijd heel langzaam. Ik zat alleen, kon met niemand praten. De cipiers behandelde me prima, maar spraken geen woord Engels. Alles ging in het Russisch. De radio stond vrij hard en ik hoorde vaak het woord Arctic Sunrise – maar verder werd ik ook daar geen wijs uit. Ik miste mijn familie, mijn vrienden en maakte me vooral zorgen om mijn moeder. Ze is banger en voorzichtiger aangelegd dan ik. Kon ze die onzekerheid over mijn lot wel aan?

Eigenlijk realiseerde ik me toen pas dat je een beslissing neemt voor jezelf om mee te doen aan een protestactie. Maar dat je op het moment dat het fout gaat, anderen ook meesleurt. Daar heb ik niet bij stilgestaan. En daar voelde ik me behoorlijk schuldig over.”

‘Na een week gevangenis kwam de hoop terug. Godzijdank. Anders was ik daar beslist weggekwijnd’



Absurde aanklachten
“Pas na een week gevangenisleven kwam bij mij de hoop terug. Godzijdank. Anders was ik daar beslist weggekwijnd. Mijn advocaat overtuigde me dat de aanklachten absurd waren. Ik dacht: oké, word wakker. Rusland is ons schip illegaal geënterd – over piraterij gesproken – er zijn dertig mensen opgepakt uit achttien verschillende landen, de Olympische Spelen komen eraan, het komt gewoon goed. Vanaf toen heb ik mijn schouders eronder gezet.

Ik ontwikkelde een soort routine om het leven in de gevangenis leefbaar te maken. Elke dag stond ik op en waste ik mezelf met een emmertje en een plastic flesje. Daarna maakte ik mijn cel schoon. Ik waste mijn ondergoed en sokken en zette heel provisorisch een kop thee. Daar was ik wel even zoet mee. Verder deed ik oefeningen, schreef ik mijn gedachten op en luisterde ik naar de muziek op de radio van de cipiers. Die stond zo hard aan dat ik de liedjes in mijn cel kon horen. Twee keer per week mocht ik douchen. En elke dag werd ik gelucht. Hoe koud ook, dat was echt iets om naar uit te kijken. Want de andere Greenpeace-vrouwen werden op hetzelfde moment gelucht in de cellen naast me.

We konden over de muren heen schreeuwen. De eerste vraag was standaard: ‘Hoe gaat het?’ De tweede: ‘Is er nieuws?’ We ontdekten ook een manier om via de verwarmingsbuizen op onze cel met elkaar te communiceren. Daarvoor hadden we een soort tapsysteem ontwikkeld. Natuurlijk mocht dat niet, maar je moet wat. Je wordt gek als je geen contact hebt.”

Op borgtocht vrij
“Van mijn advocaat kreeg ik wel af en toe wat brieven, kaarten of nieuws binnen, maar mondjesmaat. Ik wist via hem in elk geval dat de wereld meekeek en dat dat een goed teken was. Natuurlijk had ik nog steeds ook mijn mindere dagen, maar ik wist: hier komt een einde aan. Na precies 61 dagen cel kwamen we op borgtocht vrij. Bijzonder, want in Rusland komt borgtocht zelden voor. We moesten wel in het land blijven en werden met z’n allen ondergebracht in een hotel in Sint Petersburg. Voor mij voelde dat al wel als vrijheid. Ik kon naar buiten. In de zon lopen. Bellen wanneer ik wilde, douchen als ik daar zin in had en slapen in het donker. Heerlijk! In de gevangenis ging het licht nooit uit. Er was daar ook altijd herrie en kabaal. Het sloopt je. Nu kon ik eindelijk dat slaaptekort inhalen.

Na vier weken kwam de langverwachte amnestie. We waren vrij. Twee dagen later vloog ik naar huis. Het klinkt misschien vreemd maar afscheid nemen van de mensen met wie je in korte tijd zo veel hebt gedeeld, voelde dubbel. Ik heb daar echt vrienden voor het leven gemaakt, heel bijzonder. Al weegt niets op tegen je eigen vrijheid.”

‘In de gevangenis was álles waardevol. Een verse tomaat, iemand de hand schudden, een brief krijgen'



Leven op waarde schatten
“Thuis had ik tijd nodig om te landen. Het leven dat ik leidde vóór mijn gevangenschap leek mijlenver weg. In het begin sliep ik vooral, daarna maakte ik elke dag een afspraak met een vriend of vriendin. Dat heb ik zo gemist. Normale gesprekken voeren, midden op de dag in een cafeetje hangen. Sowieso geniet ik meer van die kleine, alledaagse dingen. Op de een of andere manier weet ik het leven na mijn vrijlating beter op waarde te schatten. En dat is – ondanks alles – toch een geschenk. Als je alleen in een cel zit, heb je tijd om na te denken. Wat is belangrijk, wie is belangrijk, wat heb ik nodig? Wat mis ik? In de gevangenis besefte ik pas hoe mooi mijn leven eigenlijk is. Maar ook dat ik er niet voldoende van geniet. Ik prop mijn dagen vaak te vol. En kan mezelf behoorlijk verliezen in mijn werk. En vergeet dan dat ik altijd de keuze heb om ergens vol voor te gaan of ergens een rem op te zetten. Ik realiseerde me in mijn cel dat ik moest leren wát belangrijk is voor mij. Ik moest het leven op waarde schatten.Na zo’n avontuur in Rusland is dat niet moeilijk. In de gevangenis was álles waardevol. Een verse tomaat, iemand de hand schudden, een brief ontvangen, een gesprek voeren. Alles. Daar sta je in het normale leven niet bij stil. Dat realiseer je je pas als je het kwijtraakt. Mensen die de oorlog hebben meegemaakt, zeggen weleens dat ze terugverlangen naar die periode. Niet omdat het zo fijn was, maar wel omdat alles toen meer waarde had. Ik denk dat ik begrijp wat ze bedoelen. Als alles je ontnomen wordt, alles onzeker is, dan betekent die ene maaltijd, dat ene contact of die vriendschap ineens zo veel meer. Ik denk dat ik voorheen te veel dingen en te vaak mensen voor lief nam. Dat is nu anders. Ik ben nog steeds een harde werker, nog steeds die wereldverbeteraar. Ik wil mijn steentje bijdragen, het verschil maken en zet me daarvoor honderd procent in. Maar daarnaast maak ik nu ook tijd voor andere dingen. Mijn familie, vrienden, een keer lekker uit eten, reizen en lachen. Veel lachen.”

‘Ik heb heel vaak moeten denken aan de vrouwen van Pussy Riot’



Niet monddood
“Ik ben veranderd. Ik relativeer meer en plaats alles in perspectief. Als je drie maanden in een situatie zit waarbij iets fundamenteels op het spel staat, namelijk je vrijheid, verbleken onnozele issues als: heb ik wel een leuke trui op die broek? Terwijl ik juist altijd heel ijdel was. Er hangen bij mij wel tien jurken en tig rokken in de kast. Maar nu denk ik: heb ik ze echt nodig? Een vriendin van me schreef op een spandoek: ‘Vrijheid is alles’. Iedereen weet dat, maar je vóelt het pas als je het kwijt bent.

In de Russische gevangenis heb ik heel vaak moeten denken aan de vrouwen van Pussy Riot. Zij laten zich ondanks alles wat hen is aangedaan, niet monddood maken. Ik heb respect voor hen. Ze blijven zeggen wat ze willen. En daardoor zijn zij misschien wel vrijer dan de gemiddelde Rus. Ik neem daar graag een voorbeeld aan. Ook ik blijf me inzetten om onze aarde te beschermen. Mijn werk bij Greenpeace gaat gewoon door. Al lijkt me eenzelfde actie als die met de Arctic Sunrise nu niet zo verstandig. We moeten echt andere creatieve manieren bedenken om het Noordpoolgebied te redden.”

Advertentie - Lees hieronder verder
Advertentie - Lees hieronder verder

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Glamour's septembernummer van 2014. Meer van dit soort reality stories lezen? Je leest ze iedere maand in Glamour. Sluit nu een abonnement af en ontvang 11 nummers en een Parfum Moschino t.w.v. €118,34 (100 ml) nu voor maar €38.