Reality Story: Jasmine ging depressief naar Bali, maar dat bleek haar slechtste keuze ooit

"Tijdens een depressie heb ik het meest aan een veilige, comfortabele omgeving met zo min mogelijk prikkels, Bali was allesbehalve dat"

reality-story-depressief-bali
Bernard Hermant

Ontbijt maken, douchen: simpele dingen waren al een uitputtingsslag voor Jasmine (32). Een depressie? Daar wilde ze niet aan. Met drie maanden Bali zou ze haar leven weer op de rails krijgen. Nou ja, dat was het plan.

Als er vogelpoep op je raam zit, zie je niet meer wat daarachter is. Het is vies, het hoort daar niet en het moet snel weg. Zo zag ik twee jaar geleden mijn beginnende depressie; als smet op mijn leuke leven, die ik wel even weg zou poetsen. Ik had mijn eigen studio in het centrum van Amsterdam, werd continu voor opdrachten gevraagd als freelance journalist, had lieve vrienden en kon altijd bij mijn familie terecht. Toch voelde ik me gitzwart vanbinnen. En daar had ik dé oplossing voor bedacht: drie maanden naar Bali. Zon, zee en vrijheid zouden die allesverterende donkerte in mij wegvagen.

Advertentie - Lees hieronder verder

Sluimerende paniek
Tijdens een wandeling met mijn beste vriend twee winters terug, werd mijn zicht ineens wazig en het voelde alsof iemand in één teug al het bloed uit mijn lichaam zoog. Dit was het begin van een paniekaanval. Dat wist ik, omdat ik een paar jaar daarvoor zoveel paniekaanvallen had, dat ik mezelf steeds vaker opsloot in huis. De oorzaak was dat ik veel te veel werkte, dacht ik toen.

Paniekaanval
Therapie en antidepressiva hielpen mij er destijds in een paar maanden bovenop. Sindsdien had ik alle inzichten om een terugval te voorkomen, dacht ik. Ik ging echter door een heftige periode: mijn relatie was na zeven jaar op de klippen gelopen en voor het eerst sinds lange tijd woonde ik weer op mezelf. Ondanks mijn voornemen om af en toe gas terug te nemen, werkte ik nog steeds keihard en vond ik het moeilijk om te ontspannen. Triggers genoeg voor een paniekaanval dus.

"Die depressie zag ik als smet op mijn leuke leven, die ik wel even weg zou poetsen"

Oxazepam
Daarna ging het steeds vaker mis. Als ik de deur uit ging, kreeg ik koudzweetaanvallen. Bij het idee om de supermarkt in te gaan, begon mijn hart al hevig te kloppen. Alledaagse dingen begon ik te vermijden. Voor eten ging ik de deur niet uit, ik sliep de honger wel weg. Alleen voor interviews ging ik naar buiten. Van de dokter kreeg ik oxazepam om wat te kunnen ontspannen. High van de pillen ging ik dan zo’n gesprek in. De buitenwereld mocht niets aan mij merken, was mijn rotsvaste overtuiging, zelfs mijn vrienden niet. Ik liet me steeds minder vaak zien, zij dachten dat ik het extreem druk had. Een perfect plaatje had ik van mezelf voor ogen: er altijd verzorgd uitzien, een glanzende carrière hebben en steevast leuk gezelschap zijn. Bij anderen hield ik de schone schijn op.

Zwetend en klappertandend in de bus
Inmiddels had ik een ticket naar Bali geboekt. Samen met een collega zou ik drie maanden de digital nomad gaan uithangen. De weken voor ons vertrek ging het slechter met me, waarschijnlijk door het naderende vertrek en de bijbehorende onzekerheid. Op weg naar een interview voelde ik me alsof ik mezelf naar het slachthuis liet rijden. Ik zat in de bus, zwetend en klappertandend. Ik probeerde mijn gedachten af te leiden: somde in mijn hoofd alle dieren op met de letter ‘a’, telde de grijze haren van de jongen voor me.

Wie was ik nog?
Tot die deuren open gingen bij de halte waar ik moest uitstappen. Ik liep een drukke kroeg in en mijn blik werd wazig, aan een tafeltje zag ik de BN’er zitten voor wie ik kwam. “Ik kan het interview niet doen,” zei ik. Ik verraste mezelf, het was voor het eerst dat ik opgaf. Ik kon niet meer. Thuis kroop ik huilend in bed. Ik kon mijn werk niet meer doen. Hier haalde ik mijn eigenwaarde uit. Wie was ik nu nog?

Advertentie - Lees hieronder verder

"De buitenwereld mocht niets aan mij merken, was mijn overtuiging, zelfs mijn vrienden niet"

Rigoureuze stap
Dankzij de oxazepam – de huisarts had me die eerste keer meer dan voldoende meegegeven – kon ik een week later toch naar Schiphol. Slechter kon het voor mijn gevoel niet met me gaan. Deze rigoureuze stap zou ervoor zorgen dat ik weer lekker in mijn vel zou komen te zitten, ook al voelde het tegenstrijdig om mijn veilige omgeving achter te laten. Maar ik zag dit als het laatste obstakel dat ik moest nemen op weg naar verbetering. Mijn broertje liep met me mee naar het station. Hij pakte me stevig beet en zei droogjes: “Veel plezier, Jas.” Ik kan heel goed doen alsof; zelfs voor hem kon ik verborgen houden hoe slecht het eigenlijk met me ging. Maar zodra de deuren van de trein sloten en hij niet meer keek, liet ik de tranen over mijn wangen stromen.

Kroepoek tegen flauwte
Vanaf mijn strandbed keek ik uit over zee. Terwijl ik uit een kokosnoot dronk, benoemde ik in mijn hoofd hoe fantastisch het op Bali was. De zon scheen, ik hoefde he-le-maal niets. Toch voelde het alsof iemand mijn keel dichtkneep. Als ik zo’n paradijs niet meer kon waarderen, wat dan nog wel? Het lukte me niet om te ontspannen. De paniekaanvallen voelden als flauwvallen en ik was continu bezig om dat te voorkomen. Ik sloeg alle soorten kroepoek in die ik kon vinden, om iets zouts bij de hand te hebben, tegen het flauwe gevoel.

Met kleren het water in
Veel tijd bracht ik op bed door, in de koelte van de airco. Mijn reisgenote haalde boodschappen en regelde dingen, ik voelde me als een blok aan haar been. Daarom ging ik af en toe geforceerd de deur uit om wat leuks te doen. De nacht ervoor sliep ik dan niet. Met een rugzak vol proviand ging ik op pad. Ik was continu in overlevingsmodus. Midden op een warme dag kwamen we bij heilige baden aan, toen ik een flauwte voelde opkomen. Ik moest dat koude water in, nú. Een Balinees hield me een gevlochten offer voor en legde uit welk ritueel ik moest volgen om het bad in te mogen. Ik deed alsof ik hem niet verstond en stapte met kleren en al het water in.

Advertentie - Lees hieronder verder
Advertentie - Lees hieronder verder

Skypen met de psycholoog
Mijn ouders en vrienden met wie ik belde, vroegen waarom ik niet gewoon naar huis kwam. Ik durfde niet te vliegen; al die mensen op dat vliegveld en het opgesloten zitten in een toestel voor minstens zestien uur, dat kon ik in deze toestand niet aan. Ik moest zorgen dat het hier beter met me ging. Uiteindelijk hield ik Skype-sessies met een psycholoog. Ik had al één sessie met haar gehad voor ik naar Bali ging, helaas was er toen geen tijd voor meer. Via Skype bespraken we vooral hoe ik kalmer kon worden. Ze gaf me mindfulness- en ademhalingsoefeningen. Die zorgden ervoor dat ik op een dag ten minste twee keer tien minuten kon ontspannen. Diepgaandere gesprekken over de wortels van mijn depressie en angst, zouden we na mijn terugkeer houden.

Antidepressiva
In overleg met mijn psycholoog en dokter in Nederland, is een vriendin naar Bali gevlogen met antidepressiva. Daar wilde ik niet weer aan, maar ik wist ook wel dat het zo niet verder kon. De opbouw van de medicatie was verschrikkelijk. Ik voelde alle zenuwen in mijn lijf, kon mijn ledematen niet stil houden en lag te zweten in bed. Slapen lukte niet meer, eten ook niet. Ik huilde onophoudelijk. ’s Ochtends lag ik te wachten tot die vriendin haar slaapkamer uit kwam, de nachten duurden zo lang. Ik klampte me wanhopig aan haar vast: “Ik kan dit niet meer. Ik wil wegzakken en nooit meer wakker worden.” Ze had tranen in haar ogen. “Krijg je yoghurt weg? Dan ga ik yoghurt voor je halen.”

Terugweg
In mijn laatste week op Bali begon de medicatie iets te doen. Ik voelde iets meer lucht en zag ineens hoe groen de rijstvelden waren. De vlucht terug durfde ik ook aan. Ik nam extra oxazepam in en sliep de hele terugweg.

Advertentie - Lees hieronder verder

Niet werken
Eenmaal thuis, vond ik dat het nu maar eens over moest zijn met dit gedoe. Het zat toch allemaal in mijn hoofd? Fysiek mankeerde ik niks. Ik plande drie interviews in. Voordat ik naar de eerste moest, stond ik huilend onder de douche. Zo hevig dat ik naar adem moest happen. Druipend nat kroop ik achter mijn laptop en mailde al mijn opdrachtgevers dat ik voorlopig niet kon werken.

"Ik durfde niet terug te vliegen. Zestien uur opgesloten zitten in een toestel, dat kon ik niet aan"

De bijstand
Daarna ging ik in bed liggen en kwam daar alleen uit als het echt nodig was. Maandenlang. Ik kwam in de bijstand terecht. Vrienden kwamen op de rand van mijn bed zitten en namen kliekjes mee. Eens per week zat ik trillend en huilend bij de psycholoog. En ik slikte nog steeds mijn antidepressiva. Ik voelde me zo verdrietig dat het me weer niet gelukt was om mijn depressie te boven te komen zonder medicatie.

Te streng
De psycholoog zei vaak: “Jij bent te streng voor jezelf.” Dat klopt, dat zit er bij ons in de familie ingebakken. Ik mag nooit opgeven, moet me van mezelf maximaal inzetten, en ik vind dat ik niet aan anderen mag laten zien dat ik niet alles perfect op orde heb. Mijn psycholoog liet mij inzien dat het leven niet zwart-wit is. Ik ben niet meteen een nietsnut als ik één steek laat vallen.

Geen ramp
Langzaamaan liet ik dingen schieten die mij extreem veel druk gaven en tot mijn verbazing merkte ik dat zich daarna geen ramp voltrok. Bijvoorbeeld toen ik mijn opdrachtgevers mailde dat ik niet meer kon werken. Daarna kreeg ik tientallen lieve mails en zelfs een grote bos bloemen van collega’s.

Meer ruimte in mijn hoofd
Na een tijdje waren daar ineens lichte fonkelingen in mijn hoofd. Zin om even tv te kijken, om een kopje thee te maken. Die lichtpuntjes zorgden ervoor dat het me lukte om dingen te doen waarin ik helemaal geen zin had, maar waarvan ik wist dat ze goed waren voor mijn herstel. Verstand op nul en doorzetten. Sporten, een kopje koffie drinken met een vriend buiten de deur: langzaam kreeg ik meer ruimte in mijn hoofd.

"Tijdens een depressie heb ik het meest aan een veilige, comfortabele omgeving met weinig prikkels"

Veilige omgeving
Het is nu twee jaar geleden dat ik naar Bali vertrok. Nog altijd trekt mijn maag samen bij de gedachte aan die tijd. Achteraf gezien was het een slechte beslissing om te gaan. Tijdens een depressie heb ik het meest aan een veilige, comfortabele omgeving met zo min mogelijk prikkels. Op Bali was het heet, chaotisch in het verkeer, en allesbehalve een comfortzone. Een standaard recept tegen depressie bestaat niet. Maar voor mezelf kan ik nu wel een lijst maken met dingen die helend zijn: eerst rust nemen, niets hoeven en wanneer er wat ruimte komt in mijn hoofd stapje voor stapje weer dingen gaan ondernemen die goed voelen. Iedere stap die lukt, voelt als een overwinning en is een boost om een volgende stap te zetten.

Ik wil een kalm hoofd
Dat strenge zit nog steeds in mij. Maar ik geef het niet meer de regie over mijn leven. Ik werk weer fulltime, maar ik accepteer dat ik niet alle ballen – een sociaal leven, mooi lijf, carrière, et cetera – hoog kan houden. Dat wil ik ook niet meer. Ik wil een kalm hoofd. En daarvoor moet ik soms een bal wegschoppen. Dingen afzeggen, af en toe helemaal niets inplannen. Dat voelt als een enorme opluchting, ik heb geen paniekaanvallen meer. Soms slaap ik ineens weer een hele dag, dan weet ik dat ik te veel heb gedaan. Het blijft aftasten wat ik moet doen om me goed te voelen. Het leven blijft me optillen en dan weer genadeloos neersmijten. Maar nu weet ik dat blijven liggen de boel er niet beter op maakt. En dat er altijd hoop is. Altijd.

Jasmine heeft dailydipster.com opgericht waar zij haar eigen verhalen deelt en die van andere “dipsters en paniekvogels”.

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Psyche