Journalist Joanne Wienen heeft haar 27ste verjaardag net achter de rug. Waar dat vroeger toch echt een ‘volwassen’ leeftijd was, is die grens de laatste jaren opgeschoven. In deze ‘bonusjaren’ kan alles, en hoeft niks. Nu alleen nog leren daarvan te genieten.

Huisje-boompje-beestje
Toen mijn moeder 27 was, had ze twee kinderen, een baan en een hypotheek. De koers van haar leven leek op dat moment al helemaal uitgestippeld. Ik ben nu net zelf 27, maar voor mij en mijn leeftijdgenoten ziet het leven er heel anders uit. Ik verdien al een paar jaar mijn eigen geld, bezit een koophuis en betaal netjes mijn gemeentebelastingen – toch heb ik nog lang niet het idee dat mijn leven zich heeft uitgekristalliseerd. Het huisje-boompje-beestje-verhaal is voor mij en de meeste zevenentwintigjarigen nog verre toekomstmuziek.

Oorspronkelijk lag de grens tussen het jongemensenleven en volwassenbestaan ergens rond de 25, maar die grens is allang opgeschoven. Met 27 jaar mág je wel ‘volwassen’ zijn, maar het hoeft zeker nog niet. Alsof we in deze levensfase wat bonusjaren hebben gekregen. Jong genoeg zijn om uit de band te springen en ermee weg te komen en oud genoeg om serieus genomen te worden.

En nu?
Op papier klinken die bonusjaren als één groot feest. Alles kan en alles mag, maar niets hoeft echt. In de praktijk lukt het mij en veel leeftijdgenoten niet om daar echt van te genieten. Zo is Anna (28) blij dat ze niet meer aan het begin van haar carrière staat. “Het is fijn dat ik meer geld te besteden heb dan toen ik jonger was. En waar ik soms onzeker kon zijn over mijn prestaties, weet ik inmiddels dat ik het werk aankan. Maar in plaats van tevreden zijn, voel ik me onrustig. Ik heb keihard gewerkt om mijn rechtenstudie te halen en me te bewijzen op mijn werk, maar nu ik als jurist een baan met toekomstperspectief heb, denk ik ineens: is dit het wel voor mij?”

'Het huisje-boompje-beestje-verhaal is voor mij en de meeste 27-jarigen nog verre toekomstmuziek'

Ook Charlotte (27) vraagt zich af of het roer niet om moet. “Er moet toch meer zijn dan vijf dagen per week hard werken en in het weekend een feestje of festival. Dit is toch niet waarvoor ik leef? Uiteindelijk heb ik na veel wikken en wegen besloten mijn vaste baan op te zeggen om een paar maanden op reis te gaan. Eng, want om me heen gaan mensen samenwonen en maken ze promoties. Maar ik denk alleen maar: ik wil nog helemaal niet.”

Keuzes, keuzes, keuzes
“Veel eind-twintigers willen nog niet settelen of vinden het lastig te kiezen voor een vaste partner,” zegt klinisch psycholoog Jan Derksen. “Want dan moeten ze het avontuur loslaten en inruilen voor een stabiel leven met allerlei verplichtingen.” Aan de ene kant zijn we dus blij dat ons leven op ons 27ste nog niet in kannen en kruiken is (of hoeft te zijn), maar we zijn ons ook wel degelijk bewust van het feit dat we de schets van die toekomst aan het tekenen zijn. En zo’n schets, tja… moet die niet mooier, beter of gewoon anders? Het zijn vragen die mij niet onbekend zijn.

Ik weet ergens wel wát ik wil (namelijk: een leuke baan en dito vriend, een hond, een kat en een robotstofzuiger). Maar wat ik vandaag denk, kan morgen weer anders zijn. Daarom zit ik nu met een koophuis in Utrecht opgescheept, terwijl ik eigenlijk liever in Amsterdam wil wonen. Moet ik dan gaan samenwonen met mijn vriend die toevallig in de hoofdstad woont? Tja, ik wil die robotstofzuiger uiteindelijk heus wel samen met hem, maar de vraag is: wil ik dat nú al?

En dan is er nog de werkkwestie. Waar ik er op mijn 19e nog heilig van overtuigd was dat ik de nieuwe Carrie Bradshaw zou worden en voor mijn 25ste een boek had geschreven, is er van die ambities uiteindelijk nog niet zoveel terechtgekomen. Ik loop rond op redacties waar ik tijdens mijn studietijd alleen maar over kon dromen en toch heb ik het afgelopen jaar overwogen me te laten omscholen tot – achtereenvolgens – makelaar, zeebioloog of programmeur (fyi: ik heb hierbij niet echt rekening gehouden met de realiteit).

Error in ons brein
Nu kan het natuurlijk gewoon mijn wispelturige aard zijn dat ik eindeloos twijfel over de keuzes die ik moet maken en of het roer niet om moet. Maar de praktijk van Derksen en andere psychologen zit intussen vol met leeftijdgenoten die met dezelfde vragen worstelen. Eind-twintigers die in voortdurende tweestrijd zitten tussen het gevoel belangrijke keuzes te moeten maken, maar dat nog niet willen of überhaupt niet weten wat ze willen. Volgens Derksen is dat ook niet zo gek. Ons brein is namelijk helemaal niet gebouwd op zoveel keuzevrijheid. Geef een mens meer dan drie of vier opties en er ontstaat stress, legt hij uit.

'‘Veel eind-twintigers willen nog niet settelen'

Het leven is dan misschien minder saai en voorspelbaar dan vroeger, het is ook een stuk complexer. Op papier klinkt het geweldig om duizend-en-een mogelijkheden te hebben. In de praktijk lijken veel mensen er nog niet echt goed mee om te kunnen gaan. Volgens het CBS kampt 1 op de 5 vrouwen tussen de 25 en 35 jaar met burn-outverschijnselen als stress, vermoeidheid of depressieve klachten. En uit onderzoek van Metro blijkt dat bijna 75 procent van de mensen tussen de 18 en 34 erover denkt om een psycholoog te bezoeken met klachten over keuzestress en prestatiedruk.

Ideaalplaatje
Hoewel ik heus wel weet dat ik op mijn 27ste echt nog niet alle hokjes op de checklist van ‘succesvol leven’ hoef te hebben afgevinkt, verwacht ik tegelijkertijd wel van mezelf dat ik al van alles bereikt heb voor mijn dertigste. Want het leven mag dan flexibeler zijn, er bestaat nog steeds een ideaalplaatje van hoe het eruit zou moeten zien, zegt Thijs Launspach, psycholoog en co-auteur van ‘Het millennial manifest’. “Een goede baan, getrouwd zijn, kinderen krijgen, een druk en leuk sociaal leven, gezond en fit zijn, er goed uit zien, gelukkig zijn en ook nog eens fijne, mooie reizen maken over de hele wereld. We stellen best veel eisen aan onszelf.”

'‘Het is geen schande om het leven nog niet op een rijtje te hebben'

Dat is precies wat filmmaker en schrijver Sarah Domogala (39) ook deed. Onlangs verscheen haar boek ‘De kunst van het verdwijnen’, waarin ze vertelt over de burn-out waar ze middenin zat op haar 27ste. “Ik voelde toen heel sterk: nú moet het gebeuren. Ik had een paar succesvolle documentaires gemaakt, was jong en veelbelovend en draafde maar door. Ik had het idee: als ik gewoon doe wat iedereen doet, word ik gelukkig en succesvol. Verre reizen maken, er goed uitzien, een druk sociaal leven met veel vrienden, hard werken. Dat deed ik allemaal, tot ik ineens thuis op de bank zat met een heftige burn-out en niet eens meer naar buiten durfde. Een belangrijke reden daarvoor was dat ik totaal niet in verbinding stond met wie ik echt ben en wat ik belangrijk vond. Ik was alleen maar bezig met wie ik wilde zijn.”

Constant vergelijken
En wie we willen zijn, laten we grotendeels bepalen door wat onze omgeving doet. Dankzij Instagram, LinkedIn, Snapchat en Facebook kunnen we voortdurend meten waar we precies staan op de succesladder. “Als ik op de bank door Instagram scroll, denk ik: waarom kijk ik hiernaar,” vertelt Lisa (27), terwijl ze een foto van haar glas wijn op Instastories zet. “Wat boeit mij het nou dat mijn oud-collega die ik nooit meer spreek op vakantie is in Vietnam en een huis heeft gekocht? Ik voel een soort afgunst, maar die komt vooral doordat ik zelf nevernooit een hypotheek zou kunnen krijgen voor een huis.”

Ook Melissa (27) vergelijkt zich voortdurend met leeftijdgenoten. “Ik dacht tot een paar maanden geleden nog binnen twee jaar te trouwen en moeder te worden. Nu is mijn relatie na acht jaar ineens uit en staat mijn hele toekomst op losse schroeven. Als ik dan de zoveelste #couplegoals-foto voorbij zie komen, voel ik me toch een beetje de loser die het leven nog niet heeft uitgedokterd.”

Maar wat wil ik?
We weten dondersgoed hoe onzinnig het is om onszelf te vergelijken met de perfecte online-versies van leeftijdgenoten. En toch doen we het voortdurend, bewust of onbewust. Volgens psycholoog Thijs Launspach is het daarom belangrijk open en eerlijk over vragen en gevoelens te praten. “We zijn heel goed geworden in onszelf verkopen, in gesprekken en op social media. Maar de meeste mensen lopen rond met dezelfde vragen en gevoelens. Wanneer je dat beseft, kun je die keuzestress en prestatiedruk relativeren. Het is geen schande om het leven nog niet op een rijtje te hebben op je 27ste. Dan loop je niet achter, maar doe je precies wat normaal is in deze levensfase: ontdekken wat je überhaupt belangrijk vindt.”

'Dankzij social media kunnen we voortdurend meten waar we precies staan op de succesladder'

Geen haast
Ik ben net 27. Waar ik voorheen dacht nu toch wel knopen door te moeten hakken op het gebied van werk en relaties, denk ik nu sneller: het loopt wel los. Mijn goede voornemen voor mijn 27ste: me minder aantrekken van wat mijn omgeving doet, meer luisteren naar wat ik zelf belangrijk vind. Want als dat helder is, gaat kiezen (of tevreden zijn dat je nog niet weet wat te kiezen) een stuk soepeler. Zoals Sarah, die uiteindelijk tijdens haar burn-out ontdekte wat wel en niet voor haar werkte. “Als je eenmaal weet waar die persoonlijke waardes liggen, wordt het ook makkelijker om grote keuzes te maken over werk of met wie je wil samenleven, zonder dat je je laat opjagen door wat leeftijdgenoten doen.” En dan wordt 27 zijn ineens wél weer leuk, want hé de wereld ligt aan je voeten.

Dit verhaal is in het Glamour mei 2018 issue te lezen met het thema 'Forever 27'.