Iedereen is weleens onzeker, maar voor mensen met Body Dysmorphic Disorder (ook wel: ingebeelde lelijkheid) is het uiterlijk zo’n obsessie dat het hun hele leven overneemt. Charlotte, Margreet en Mandy vertellen hoe deze stoornis hun leven beïnvloedt.

‘Ik douchte jarenlang in het donker’


Charlotte Simons (27) ontwikkelde op haar twaalfde BDD en boulimia. Het gaat nu goed met haar, al blijven er dagen waarop ze zich zo lelijk voelt dat ze de deur niet uit wil.

“Rond mijn zestiende opperde iemand dat ik weleens BDD kon hebben. Ik zocht op internet op wat het was. Ergens werd gesuggereerd dat de aandoening veel voorkomt bij bovengemiddeld aantrekkelijke mensen. Dan kan ik het dus niet hebben, dacht ik, en daarmee was de kous af.

Advertentie - Lees hieronder verder

Ik had in mijn puberteit natuurlijk wel door dat ik mijn leven heel anders inrichtte dan vriendinnen. Zij waren bezig met vriendjes en shoppen, ik had een spaarrekening geopend om een neuscorrectie te ondergaan. In een schrift hield ik nauwgezet bij welke procedures ik bij de plastisch chirurg wilde ondergaan. Ik printte plaatjes uit van gezichten die mijn ideaalbeeld waren en had altijd minstens drie handspiegels in mijn tas, waar ik om de tien minuten in keek. Pure zelfkastijding, want het enige wat ik zag was een afschuwelijk, mismaakt monster.

‘Wat ben je toch ijdel,’ zeiden mensen tegen me, maar intussen douchte ik jarenlang in het donker omdat ik zo van mijn lichaam walgde.

Mijn BDD en eetstoornis manifesteerde zich als stemmetje in mijn hoofd dat voortdurend tegen me praatte. Liep ik door de stad en hoorde ik mensen lachen, dan zei het stemmetje: ‘Ze lachen om hoe lelijk en dik jij bent’. Dan ging ik linea recta naar huis om twee dagen mijn bed niet uit te komen.

Advertentie - Lees hieronder verder

Op mijn zeventiende organiseerden mijn ouders en zusje een interventie. Ik kreeg antidepressiva en ging in behandeling bij een eetstoornissenkliniek, waar ik intensieve therapie kreeg. Dat heeft mijn leven gered. Daar leerde ik beter onderscheid te maken tussen die zieke stem en mijn eigen stem.

Het is een heel naar idee dat jouw eigen hoofd zo tegen je kan werken. In mijn familie komen meer geestelijke aandoeningen voor, dus ik heb aanleg. Achteraf gezien begon het op mijn twaalfde. Ik ging van de basisschool, waar ik de slimste was, naar het tweetalig gymnasium. Ineens kostte het me veel tijd en moeite om goede cijfers te halen. Mijn eigenwaarde kelderde, faalangst en extreem perfectionisme deden de rest. De controle die ik was kwijtgeraakt, zocht ik terug in dwangmatig op mijn uiterlijk focussen.

Advertentie - Lees hieronder verder

Van BDD kan je wel herstellen, maar niet genezen. Nog steeds heb ik slechte dagen, vooral als ik stress ervaar op werk of thuis. Op zulke momenten voel ik me zo lelijk dat ik het Nederland niet wil aandoen om mijn gezicht te hoeven zien en blijf ik thuis, maar gelukkig lukt het me meestal om de stem in mijn hoofd te negeren.”

'In mijn ogen ben ik een soort alien'

Margreet Nijboer (33) schaamde zich zo voor haar uiterlijk, dat haar hele leven erdoor overheerst werd. Ze durft pas sinds kort toe te geven dat die schaamte voortkomt uit haar BDD.

“Ik heb me altijd kapot geschaamd voor hoe ik eruitzie. In mijn ogen ben ik misvormd, anders dan anderen, een soort alien. Die negatieve gedachten over mijzelf begonnen tijdens de puberteit. Ik was obsessief met mijn make-up en kleding bezig om op deze manier mijn gezicht en lijf te ‘verbloemen’. Vrijwel al mijn tijd en energie gingen hierin zitten. Ik was angstig en probeerde zo veel mogelijk sociale situaties te vermijden. Ik vond mezelf afzichtelijk, maar praatte met niemand over mijn gevoelens. Het laatste wat ik wilde was de nadruk leggen op mijn uiterlijk.

Na jaren van mooi weer spelen, was mijn levenslust op mijn eenentwintigste compleet weg. Ik stortte in en verkeerde voortdurend in een staat van paniek. Ik stopte met mijn studie rechten, omdat ik de deur amper uit durfde. Ik ging in therapie, maar durfde de kern – dat ik me zo enorm lelijk en anders voelde en daarom het idee heb dat ik niets waard ben – nooit echt aan te kaarten.

Ik vind het nog steeds lastig om toe te geven dat ik BDD heb. Aan de ene kant door de stem in mijn hoofd die zegt dat ik misvormd en lelijk ben, maar ook omdat het pijnlijk is om in te zien dat ik mijn leven compleet heb laten beheersen door een zieke gedachte.

Leeftijdgenoten krijgen kinderen, hebben hobby’s en maken carrière, terwijl ik nog niet eens weet wie ik ben zónder deze stoornis. Mede daardoor voelt het soms veiliger om in mijn oude, zieke gedrag te blijven.

Dankzij groepstherapie in het AMC gaat het nu beter met me. Voor het eerst ga ik van overleven naar leven. Daardoor durfde ik hier ook aan mee te werken. Het is het engste wat ik ooit heb gedaan, maar als er maar één persoon is die dit leest en hierdoor hulp zoekt, is het alle stress waard.”

Advertentie - Lees hieronder verder

'Mijn uiterlijk kost me zes uur per dag'

Mandy Huppertz (28) durft door haar BDD nauwelijks het huis uit, maar omwille van haar vijfjarige dochter dwingt ze zichzelf haar angsten te overwinnen.

“Van kleins af aan heb ik geleerd: dik zijn is lelijk, slank zijn is mooi. Ik ben altijd onzeker geweest, maar op mijn drieëntwintigste nam het mijn leven volledig over. Na medicijngebruik met cortisol en de bevalling van mijn dochter, kwam ik aan. Ik walgde van mijn lichaam, maar begon ook steeds meer ‘fouten’ in mijn gezicht te zien.

Inmiddels schaam ik me zo voor hoe ik eruitzie dat ik amper het huis uit durf. Ik dwing mezelf, maar het gaat gepaard met constante angst en paranoïde gedachten dat mensen mij uitlachen om hoe ik eruitzie. In het openbaar vervoer houd ik mijn blik strak naarbuiten gericht, zodat ik niemand hoef aan te kijken. In elke spiegel, autoruit of reflectie check ik of mijn make-up goed zit. Het is dwangmatig. Ik móet kijken, ook al weet ik dat ik er verdrietig van word.

Vier tot zes uur per dag ben ik bezig met mijn uiterlijk. Make-up op, make-up eraf, mijn haren opnieuw stijlen, omkleden, staren naar alles wat in mijn ogen ‘fout’ is aan mijn lijf. Of ik scroll eindeloos door Instagram om mezelf te vergelijken met andere meiden. Natuurlijk weet ik dat die perfecte plaatjes niet écht zijn, maar ik kan de gedachte dat zij wél gelukkig zijn omdat ze mooi zijn, gewoon niet uitschakelen.

Op dit moment sta ik op de wachtlijst voor therapie. Dat is eng, maar ik moet dit doen voor mijn dochter. Ik probeer het te verbergen, maar zie haar mijn gedrag kopiëren. Mijn man, met wie ik al dertien jaar samen ben, is mijn steun en toeverlaat. Ik vraag hem soms wel dertig keer op een dag om bevestiging, maar hij blijft geduldig zeggen dat ik mooi ben zoals ik ben. Ik hoop dat ik hem op een dag kan geloven.”

Dit artikel is te lezen in het Glamour november 2018 nummer met algemeen thema 'no beauty issues'.