Ik hou heel erg van thuis zijn

"Elke dag van 9 tot 18u op een kantoor zitten vind ik om onnoemelijk veel redenen de hel"

image
Quentin de Briey

Lianne Marije Sanders (30) woont in Amsterdam en leeft een heel normaal leven. Een beetje werken, eten, slapen en soms over een stoeptegel struikelen. Ze schrijft het liefst over wat haar bezighoudt.

Afgelopen maandag vroeg iemand of ik die avond nog wat leuks ging doen. Een ding was zeker: die persoon kende mij nog niet zo goed. Als ik namelijk iéts niet doe, is het wel van m’n bank af komen op een doordeweekse avond. Ik hou gewoon heel erg van thuis zijn.

Zwervers
Thuis voel ik me altijd het allerfijnst. Veilig, op m’n gemak, rustig, in balans. Dingen die nogal lekker zijn om te voelen, dus ik wentel me daar zo vaak mogelijk in. Je hebt van die mensen die zeggen: ‘Ja, mijn huis is niet zo groot, maar dat geeft niet, want ik ben toch nooit thuis.’ Eh, wie zijn jullie? Zwervers? En waar ben je dan? Want er is toch niks vermoeiender dan de hele tijd van hot naar her rennen?

Ik vind het al erg genoeg dat je voor je werk naar buiten moet. Godzijdank zijn er tegenwoordig genoeg bedrijven die ‘een mogelijkheid bieden tot thuiswerken’, want ik kan je vertellen: als dat niét in de vacaturetekst staat, heb je mij niet gezien. Elke dag van 9 tot 18u op een kantoor zitten vind ik om onnoemelijk veel redenen de hel. (Beperking van je vrijheid, ik ben om 16 uur al klaar met m’n taken dus waarom moet ik tot 18 uur gaan zitten Facebooken en je moet dan dus nog vóór negenen naar de tandarts - kan het erger?) Maar bovenaan staat: ‘Je bent nooit thuis’.

Nadeel
De enige reden waarom ik vaak van huis weg zou gaan, is omdat je dan ook minder hoeft schoon te maken. Ik heb namelijk het idee dat ik altijd wel iets aan het poetsen ben. Is de badkamer niet vies, dan moet ik wel weer stofzuigen, en is dat gebeurd, dan staat er wel weer wat afwas op het aanrecht. Als je nooit thuis bent, voelt je huis misschien meer als een hotel. Als dat betekent dat je 24/7 een vakantiegevoel hebt, dan begrijp ik de zwervertjes weer wat beter.

Veel thuis willen zijn is, zolang je studeert en in die fase daarna, niet bepaald cool. In mijn post-studentenhuis, een soort huis voor mensen die al wel volwassen werk doen maar nog steeds op vrijdagavond staan te tongen met een stagiair, was ik de enige die bijna elke doordeweekse avond thuis was. Er hing een bord in de gang, waarop je kon schrijven of je mee at, en mijn naam stond toch zeker bij vijf van de zeven dagen. Daar maakte ik me niet populair mee. Want je moest uitvliegen, leuke dingen doen, je sociale leven bijhouden, sporten, veel sporten, en borrelen. Met jan en alleman en je oude vriendinnen en je zus en diens vriend. En ik zat maar thuis.

En daar zit ik nu nog steeds. Maar nu in m’n eigen ministudio, waar ik niet meer op een bord hoef te schrijven of ik mee eet, omdat er altijd wel een kopje soep (in zak) klaarstaat. En dat vind ik heerlijk. Niet saai, niet ongezellig, niet suf. Want ik voel me daardoor veilig, op m’n gemak, rustig en in balans. En dat kon ik van overal maar heen zwerven niet zeggen.

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Psyche