Zo is het écht om als Limburger in Amsterdam te wonen

Glamour's Elke weet er alles van

model-blond-quentin-de-briey
Quentin de Briey

Daar ging ik dan eindelijk. Achttien jaar oud, een 'levensgroentje', een provinciaal die voor het eerst in Nijmegen (de ‘grote stad’) ging wonen en studeren. All by myself (beeld je daar vooral Céline Dions dramatische stem bij in).

Gelukkig was er eerst een introductieweek van de studie die ik zou volgen. Met goede moed en heel veel zenuwen stelde ik me voor aan een groepje mentor-mama’s en -papa’s. “Hoi, ik ben Elke.” “Sorry, wat is je naam?” luidde het. “Elke,” antwoordde ik duidelijk (dacht ik dan). “Oooh, Anke!” Zo ging het nog even door, totdat één van hen mentorpapa Koos erbij haalde. “Zo, praten jullie maar even met elkaar.” Koos komt – net als ik – uit Limburg. Koos kon me wel verstaan. Raad eens welke studie ik ging doen? Nederlandse Taal en Cultuur.

Achttien jaar lang heb ik in een klein dorpje in Zuid-Limburg gewoond. In de zes jaar dat ik nu in ‘het Noorden’ woon, wordt het me iedere dag duidelijker hoeveel invloed dat op mijn leven heeft; een geboren en getogen Limburger zijn.

“Limburgers zijn stom”
Toen ik aankwam in Nijmegen, verraadde mijn accent mijn geboorteplaats. Sterker nog: het zorgde ervoor dat ik onverstaanbaar was voor de mensen in een stadje dat een paar kilometer boven Limburg ligt (zoek het maar eens op, Nijmegen ligt heel dicht bij de Limburgse grens). En toen ik vervolgens een paar dagen met mijn studiegenoten had doorgebracht, bekende één van de meisjes met wie ik bevriend was geraakt dat ze “Limburgers normaal niet aardig vindt,” maar dat ik “de uitzondering” ben. Ik wist niet of ik ronduit beledigd of gevleid moest zijn.

Een tijdje later had ik een gesprek met een Amsterdammer die zei dat hij “Limburgers gewoon niet mag” en “nooit een klik met ze zou kunnen krijgen.” Een accent niet mooi vinden is tot daar aan toe (en soms best begrijpelijk), maar vooroordelen over je persoonlijkheid omdat je uit een bepaalde provincie komt, is in mijn ogen discriminatie. En behoorlijk kwetsend.

Je bent een Limburger of je bent het niet
Na vier jaar in Nijmegen te hebben doorgebracht verloor ik mijn zachte ‘g’ en zangerige zinnen bijna. Bíjna, maar niet helemaal. Ik sprak zonder erover na te denken, het ging vanzelf. Een verandering die bij mijn vrienden in Limburg niet onopgemerkt was gebleven. “Hè, praat normaal,” kreeg ik te horen als ik een 'grote cappuccino' met een semi-harde 'g' bestelde. In Limburg was ik een 'Hoog-Hollander' en in de rest van Nederland was ik een Limburger. Ikzelf was vooral in de war.

We're all in this together
Ik was inmiddels naar Amsterdam verhuisd. Nog een tikkeltje verder van mijn geboorteplaats af. En met een stuk minder Limburgers – met wie je toch meestal een instant connectie voelt omdat je in hetzelfde schuitje zit. Solidariteit en zo. Ik begon te werken bij het leukste tijdschrift van Nederland (raad eens welke?).

Zelfs nu nog, zes jaar nadat ik uit Limburg weg ben, zeg ik dagelijks dingen die bij mijn collega’s een hoop vraagtekens opleveren. “Wacht even, dan pak ik mijn beurs.” (“Ha-ha, ga je naar de economische beurs?”) Over de manier waarop ik ‘haargel’ uitspreek, ligt de helft van de redactie nog steeds in een deuk (ik zeg ‘zjel’ in plaats van ‘djel’). Ik vind het allemaal prima, zolang ik gewoon vrij krijg met carnaval.

Als ik nieuwe mensen ontmoet, belandt het gesprek bijna altijd wel een keer bij ‘Limburg’. Op de een of andere manier praten mensen dan altijd in “jullie”, en betrap ik mezelf erop dat ik “wij” gebruik. “Wij eten zo’n drie stukken vlaai op een verjaardag.” “Voor ons is carnaval de beste tijd van het jaar.” “Jullie hebben Lowlands, wij Pinkpop.”

Wie ben ik?
Aan de ene kant wil ik er niet constant aan herinnerd worden dat ik een Limburger ben. Dat is immers niet wie ik bén. Ik ben zo veel meer dan dat. Aan de andere kant blijf ik genegenheid voelen naar de provincie waarin ik opgroeide. Met haar eigen cultuur. Met haar eigen taal (ja, het is een taal, don’t fight me ons this). Met haar eten (hallo vlaai, nonnevotten en friet met zuurvlees). En met haar gezellige mensen (of is dat dan ook een vooroordeel?). Maar laat ik één ding duidelijk stellen: ik ben geen Limburger. En ook geen Amsterdammer. Ik ben gewoon een Nederlander. Net als jij.

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Psyche