Reality Story: 'Al die tijd geloofde ik dat mijn vader dood was'

Deze keiharde leugen kwam uit toen ze op de uitvaart van haar moeder naast hem zat

plaid, red, pattern, tartan, textile, design, dress, photography,
Japser Rens van Es

Als kind wist Gwen (40) niet beter dan dat ze geen vader had; die was volgens haar moeder overleden. Dat dat een keiharde leugen was, bleek toen ze – nota bene op de uitvaart van haar moeder – naast hem zat.

Mijn moeder de held

“Mijn moeder was mijn held. Vanaf dat ik me kan herinneren, woonden we met z’n tweetjes. Vaak bakten we samen pannenkoeken, of we gingen naar het bos en maakten thuis beestjes van takjes en eikels.Ik was dol op haar. Dat ze anders was dan andere moeders, merkte ik pas toen ik zeven was en ze zesweken werd opgenomen op een PAAZ, een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. De creatieve, levendige vrouw die ik kende, veranderde in een schim. Ze zag grauw van de medicatie, was lusteloos. Ik zag haar afglijden. Eenmaal thuis kreeg ze een vriend. Ik kreeg weer hoop dat mijn moeder beter zou worden. Maar op vakantie met deze man en zijn dochter wist ik: mama is zieker dan ooit. Ze was jaloers op zijn tienerdochter en zocht continu ruzie. Ze goot flessen rode wijn in hun koffers en sprak onsamenhangend. Na vier helse dagen reden we terug naar Nederland. In de auto spoot mijn moeder nog zonder reden haarlak in de ogen van dat meisje.”

Doodgezwegen

“Mijn ouders zijn gescheiden toen ik negen maanden oud was. Mijn moeder heeft vanaf toen altijd tegen me gezegd dat mijn vader was overleden. De eerste keer dat ik vroeg naar een vader, zat ik op de kleuterschool. Ik zag mannelijke wezens hun kinderen naar school brengen en wilde weten of ik er ook zo een had. Ik was zo jong dat ik zonder meer het antwoord van mijnmoeder aannam: dat mijn vader dood was. Nooit heb ik doorgevraagd waaraan hij bijvoorbeeld gestorven was en of ik naar zijn graf kon. Mijn moeder schreef me op school, bij zwemles bijvoorbeeld, altijd in met haar naam. Daarom wist ik niet beter. Ik geloofde haar. Zelfs toen ik ouder werd, vroeg ik niet door. Dat mijn vader me jarenlang kaarten heeft gestuurd, heb ik nooit geweten. Mijn moeder gaf ze nooit aan mij. En als papa me kwam opzoeken, verstopte ze mij bij de buren.”

“Ik logeerde al een halfjaar bij een oom en tante omdat mijn moeder weer was opgenomen, toen de telefoon ging. Mijn oom klonk raar en gaf de hoorn door aan mijn tante. Ik wist meteen dat mijn moeder was overleden. De radertjes in haar hoofd werkten niet meer. Ze bleek van een flat gesprongen; een leven op een gesloten afdeling waar ze werd volgespoten met tranquillizers leek haar de hel. Ik was tien jaar oud en begreep toen al dat haar overlijden voor haarzelf beter was. Wel was ik kapot van verdriet – stiekem had ik altijd gehoopt dat de tijd van pannenkoeken bakken weer zou terugkomen. Mijn familie besloot dat het beter was dat ik nu mijn vader leerde kennen. Ik was op bezoek bij mijn oma toen de deurbel ging. Toen duidelijk werd dat mijn vader voor de deur stond, sloot ik mezelf een uur lang op in de wc. Alles wat ik ooit had gekend, stond op z’n kop. Ik was geen wees! Mijn tante overtuigde meervan dat ik mijn vader op z’n minst moest ontmoeten. Een paar dagen later zat ik naast hem op de crematie van mijn moeder. Een wildvreemde man. Tegelijkertijd voelde het heel vertrouwd. Ik was er compleet vanonder de indruk dat ik dezelfde trekjes als hij had. Ik lachte hetzelfde, had zijn ogen. Dit was zonder twijfel mijn vader.”

Vrijheid, blijheid

“Van een wereld van op tijd naar bed gaan en spreken met twee woorden, ging ik ineens op zaterdag mee naar mijn vaders stamkroeg. Ik werd op een kruk gezeten het was supergezellig. Ik mocht de straten rond-struinen met mijn nieuwe nichtje en neefjes. Leuk dat het was! Rouwen deed ik niet. Ik had een heel nieuwleven vol vrijheid, waarvan ik met volle teugen genoot. Mijn vader kreeg van de ene op de andere dag eenmeisje van tien voor zijn voeten gegooid. Ik had het idee dat hij niet wist hoe hij zijn rol als vader moest invullen. Bij vriendinnetjes zag ik hoe een happy family eruitzag en hoe betrokken vaders waren. Dat stond in schril contrast met mijn leven. Andere vaders brachten bijvoorbeeld hun kinderen naar een zwembad als ze dat wilden, mijn vader deed daar niet aan mee. Ik hoefde niet op een bepaald tijdstip thuis te komen, mocht op mijn twaalfde al op stap. En als de conrector van school belde omdat hij zich geen raad meer wist met mij en een afspraak met mijn vader wilde maken, zei papa gewoon: ‘Jullie zoeken het maar uit met haar, ik kom daar niet voor.’

'Jullie zoeken het maar uit met haar, ik kom daar niet voor'

Natuurlijk waren er mensen die daar een mening overhadden, en die ook lieten horen. Hun afkeuring trok ik me erg aan. Ik dacht dat mijn vader niet om me gaf. Niet omdat dat zo voelde – hij liet juist vaak merken dat hij dol op me was – maar omdat de prototypevader-dochterrelatie er zo totaal anders uitzag. Ik bedacht dat ik andere dingen moest verzinnen om aandacht te krijgen. Maar wat ik ook probeerde, mijn vader corrigeerde me niet. Dat kon ik op mijn dertiende helemaal niet aan. Ik werd een opstandige tiener, verweet mijn vader dat hij niet harder voor mij gevochten had toen ik klein was en dat hij dat nu nog steeds niet deed. Elk jaar werd ik wel van een school gestuurd. Spijbelen, blowen, een grote mond geven: ik deed het allemaal. Ik had foute vriendjes, feestte alleen maar. Af en toe ging dat verkeerd en belandde ik op het politiebureau voor diefstal of joyriden. Maar wanneer de politie dan naar mijn vader belde om te zeggen dat hij me kon komen ophalen, zei hij dat ik prima kon lopen. Vijftien jaar lang bestond mijn leven uit niets anders dan feesten, drugs en lang leve de lol.”

Stuurloos

“Ik was al ver in de twintig toen ik me bewust werd van het feit dat ik dingen had meegemaakt die me nog steeds beïnvloedden en waar ik zelf geen controle over had. Al mijn sturing was met de dood van mijn moeder verdwenen. Ineens voelde het alsof ik mezelf continu verschuilde achter mijn verleden. Ik wilde mijn leven beteren, voelde dat er méér in me zat. Maar waar moest ik beginnen? Ik heb gemediteerd, bij de psycholoog op de bank gezeten, familie-opstellingen geprobeerd en edelstenen gedragen. Ik deed reiki, nam bachbloesem. Maar niets hielp. Ik voelde me stuurloos. Was dit dan de zin van het leven? Dat kon toch niet? Ik begon te twijfelen of ik misschien erfelijk belast was; wat als ik net als mijn moeder een keer zou flippen? Ik ging naar de psychiatrische instelling waar mijnmoeder was verpleegd en vroeg inzage in haar dossier. Zou ik ook gek worden of kon het een generatie overslaan? Veel wijzer werd ik niet van wat ik las, maar gelukkig gaven nieuwe studies me meer inzicht in hoe de geest werkt en werd ik uiteindelijk gerustgesteld.

Ik kreeg een vaste baan en verlangde intens naar huisje-boompje-beestje. In die periode kwam ik in aanraking met scientology. Ik weet dat dat een veel besproken filosofie is, waarover in de media wisselende verhalen verspreid worden, maar ik stapte er blanco in en werd verrast. Scientology gaf me antwoorden op mijn levensvragen. Ineens lukte het
me om anders naar het leven te kijken. En naar mijnvader. Ik zag in dat hij een intens goede man is. Dat ik me altijd had laten leiden door wat andere mensenvan hem vonden. Mijn vader is altijd een integere man geweest, die zich niet liet dirigeren door ‘hoe het heurt’. Hij deed altijd wat híj vond dat goed was. Mijn vaderheeft mij altijd vertrouwd in mijn zoektocht. Uiteindelijk,na jaren, kon ik ook vanuit mezelf zien dat dat wat hij had gekozen, goed was. Daardoor kon ik de kronkels en onzekerheden waarmee ik rondliep eindelijk opruimen.”

Stabiele relatie

“Dat is nu alweer een kleine tien jaar geleden. Ik ben nog steeds actief in scientology. De filosofie en de kennis die ik dankzij hen opdeed, gaven me inzicht in de natuurwetten van het leven en in het menselijke verstand. Het mooie is dat mijn vader me al die jaren al steunt. Hij ziet wat scientology me heeft gebracht. Ook mijn andere familie en vrienden zijn er inmiddels aangewend dat ik me verbonden voel met deze levensvisie. Ze weten dat scientology niet mainstream is, maar dat ben ik zelf ook nooit geweest.

Voor het eerst heb ik een stabiele relatie, iets wat ik vroeger nooit kon volhouden. Mijn vriend en ik zijn nu zes jaar samen. Hij is erg evenwichtig en heeft geen moeilijk verleden. Ik hou van zijn logica, van het leven dat we leiden. Ik heb een leuke baan, fijne vrienden en ben gelukkig. Het was een lange weg, maar achterafben ik blij met hoe het allemaal gegaan is. Mijn jeugd was allesbehalve cliché. Ik heb echt mijn eigen pad kunnen bewandelen, mijn eigen keuzes kunnen maken.Ik heb fouten gemaakt en ze ook weer zelf mogen rechtzetten. Mijn vader bleek mijn rots in de branding. Ik heb nooit ruzie met hem gehad. Hij vond gewoon alles prima wat ik deed. Nu is hij mijn voorbeeld. Hij geniet van het leven en werkt hard. Nooit heeft hij mijn moeder zwartgemaakt; hij wilde niet dat ik een ander beeld van haar kreeg. Ik hoorde alleen van anderen hoe het vroeger echt is gegaan.

'Voor het eerst heb ik een stabiele relatie, iets wat ik vroeger nooit kon volhouden'

Ik ben blij dat hij me zo heeft opgevoed, dat ik hem heb leren kennen. Ik ben dankbaar voor wat ik nu heb. Dat ik goed terecht ben gekomen. Want ik weet dondersgoed hoe vaak ik aan de afgrond heb gestaan. Misschien daarom, of juist dankzij al dit verdriet, ben ik nu zo tevreden met mijn leven.”

Deze real life verscheen in 2019 in het decembernummer van Glamour. Deze maand is er ook weer een gloednieuw issue ui, bomvol real life verhalen en nog véél meer. Je bestelt 'm hier online!


This content is created and maintained by a third party, and imported onto this page to help users provide their email addresses. You may be able to find more information about this and similar content at piano.io
Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Talking points