Reality Story: "Met een keukenmes probeerde ik de pijn uit mijn hoofd te snijden"

Lisa (25) kreeg op haar zestiende een hockey-ongeluk en heeft sindsdien chronische hoofdpijn

Fixing hair.
Narisa LadakGetty Images

Lisa (25) kreeg als tiener een ongeluk, waaraan ze chronische hoofdpijn heeft overgehouden. Ze probeerde haar leven voort te zetten als ieder ander, maar moest daar een hoge prijs voor betalen. Aan Glamour doet ze haar verhaal.

"Toen ik zestien jaar oud was, deed ik mee aan een hockeytoernooi. Ik was keeper bij het lokale hockeyteam, dus ik had er al aardig wat wedstrijden opzitten. Ik wist toen niet dat deze wedstrijd mijn leven voorgoed zou veranderen.

Het was halverwege de wedstrijd. Een meisje kwam op me afgerend met een bal. Ik dook naar voren om de bal weg te schuiven met mijn stick. Mijn tegenstander kon niet meer afremmen en struikelde over mij heen. Ze viel op mijn nek, waardoor mijn hoofd hard op de grond belandde. Ik verloor kort mijn bewustzijn, sprong weer op – dat had ik op keeperstraining geleerd – en hoorde in de verte mensen schreeuwen om een strafcorner. Op dat moment viel ik weer neer en werd alles zwart. Het volgende dat ik me kan herinneren is dat ik in een ziekenhuis was.

Whiplash

Ik had vreselijke hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en voelde me constant slap en traag. Typische symptomen bij een hersenschudding. Ik kreeg het advies om zes tot acht weken volledig te rusten. Binnen twee maanden zou het wel weg zijn, dacht iedereen. Maar dat gebeurde niet.

De hoofdpijn bleef. Steeds vaker werd het zwart voor mijn ogen, bijvoorbeeld als ik tien minuten wandelde of een paar pagina’s uit een boek las. Tot er een punt kwam waarop ik maandenlang zwarte vlekken bleef zien en de pijn niet meer te verdragen was. Een neuroloog vertelde me dat de gevolgen van het ongeluk veel ernstiger waren dan alleen een hersenschudding. Ik heb inmiddels al negen jaar een whiplash.

Revalideren

Na die tweede diagnose mocht ik niet meer naar school, waardoor ik mijn examenjaar heb gemist. Met behulp van een neuropsycholoog en fysiotherapeut kon ik langzaam weer dingen opbouwen. Het voelde op dat moment alsof de wereld voor mij stilstond. Terwijl ik mijn best deed om een half uur te wandelen, haalden mijn vriendinnen hun schoolexamens en maakten ze zich klaar om te gaan studeren.

"Ik dacht dat ik een vol leven kon leiden. Dat ik wel zou wennen aan de pijn."

Ik kon niet veel. Op dat moment merkte ik dat het me een fijn gevoel gaf als ik op mijn eten lette. Ik at zo weinig mogelijk, maar nét genoeg om normaal te kunnen functioneren. Dat gaf me een kick. Terwijl alles op dat moment buiten mijn macht lag, kon ik mijn eetgedrag tenminste wel veranderen. Daar had ik wél controle over. Ik had niet door dat dit de start van een eetstoornis was.

Leven met chronische pijn

Na driekwart jaar revalideren ging het beter. Natuurlijk had ik nog veel klachten, maar ik kon in ieder geval weer naar school. De neuropsycholoog gaf me als advies dat ik mijn leven drastisch moest omgooien. “Je bent een renpaardje,” zei hij. “En als renpaardjes vallen, dan vallen ze extra hard. Je moet voortaan leven als een Zuid-Amerikaan. Tranquilo.” Een beetje racistisch als je het mij vraagt, maar wat hij bedoelde was duidelijk: ik moest rustig aan doen, minder van mezelf eisen en minder streberig zijn – want dat streberig, dat was ik.

Achteraf gezien hield ik me niet genoeg aan zijn advies. Ik ben – zoals de neuropsycholoog zo mooi verwoordde – een renpaardje. Ik wilde studeren, lezen, sporten, feesten, carrière maken, dingen dóén. En dat probeerde ik ook. Omdat ik steeds meer op mijn bordje kon nemen, dacht ik dat ik de doelen kon halen die ik voor mezelf stelde. Dat ik een vol leven zou kunnen leiden. Dat ik steeds meer zou wennen aan de pijn. Misschien deed ik het wel om iets aan mezelf te bewijzen, ‘Je voelt je misschien slecht, maar kijk eens wat je allemaal kan,’ dacht ik. Ik wilde het nare gevoel dat ik constant had onderdrukken met een groots leven.

"Ik liep ’s nachts naar de keuken om met keukenkastjes tegen mijn hoofd te slaan."

Angst en depressie

Toen ik mijn bachelor Nederland had gehaald, begon ik aan een research master. Ik woonde bij mijn toenmalige vriend in Gent en ging stagelopen in Brussel. Op dat moment ging het bergafwaarts met mijn gezondheid. De hoofdpijn werd erger, ik kreeg sneller vlekken voor mijn ogen, begon flauw te vallen in de trein, kon soms niet meer helder nadenken en voelde angst op mijn borst. Die angst was nieuw en werd erger en erger. De neuroloog vertelde me dat ik mijn werkzaamheden moest verminderen, maar het bleek al te laat te zijn. Ik was qua klachten weer helemaal terug bij af. Erger zelfs. Ik had nu ook nog hevige angstaanvallen en een depressie erbij.

Ik stopte met stage, was constant thuis en zag bijna niemand. Achteraf zie ik pas in hoe geïsoleerd ik op dat moment was, met mijn vrienden en familie in Nederland. Ik vond een fijne psycholoog, die me vertelde dat mijn angst en depressie vasthingen aan de pijn. Verder kon ze me weinig helpen: de pijn moest verminderd worden en dat kon zij niet zo snel doen. Mijn herinneringen van deze periode zijn wazig. Ik weet nog flarden uit die tijd. Ik begon heftige dwanghandelingen, dwanggedachtes en zelfs suïcidale gedachtes te krijgen.

Dwanggedachtes

Ik mocht vaak niet van mezelf slapen. Als ik in slaap zou vallen, wist ik zeker dat ik niet meer wakker zou worden. Ik moest de pijn aanvallen met alles wat ik op dat moment kon bedenken. Ik liep ’s nachts naar de keuken om met keukenkastjes of lege flesjes tegen mijn hoofd te slaan. Soms had ik niet eens door dat ik dat deed. De grens tussen fictie en werkelijkheid vervaagde in mijn hoofd. Mijn vriend probeerde me te helpen, deed de kamerdeur op slot zodat ik mezelf geen pijn zou doen. Maar het was alsof hij een pleister op een open wond probeerde te doen. Het werkte niet.

Psychose

Op een dag kreeg ik een psychose. Ik was aan het koken en voelde een verstikkende angst op mijn borst. Zo erg dat het zeer deed. Ik begon te hyperventileren. Ik probeerde mezelf te kalmeren met muziek waar ik normaal rustig van werd, maar ik hoorde het nummer niet eens. Het enige dat ik hoorde, was een allesoverheersende stem in mijn hoofd die maar bleef herhalen: “Het moet eruit. De pijn moet eruit.” Dat was heel logisch op dat moment. Het was niet eens eng. Ik pakte zonder na te denken het grote snijmes waarmee ik zojuist nog groentes had gesneden en begon een lijn te trekken over mijn hoofd – de pijn eruit te snijden. Dat deed ik een paar keer, tot ik besefte dat mijn pijn er helemaal niet minder van werd. Sterker nog: het werd erger.

"Ik wilde er niet meer zijn."

Op dat moment besefte ik dat ik mijn eigen gedachten niet kon vertrouwen. Dat wat ik dacht helemaal niet waar was. Ik begon te dissociëren. Ik weet niet hoe lang ik daar heb gezeten, op de keukenvloer, met een bebloed mes in mijn handen. Mijn vriend schrok zich rot toen hij thuiskwam. Na een hoop tegenstribbelen – ik mocht de deur niet uit van mezelf – wist hij me mee te krijgen naar het ziekenhuis.

Bij de Spoedeisende Hulp kwam er een psychiater, die veel voor me betekend heeft. Ik kreeg voor het eerst een antidepressivum (waardoor ik eindelijk kon slapen), een crisisteam dat wekelijks langskwam om bij me te checken en een doorverwijzing naar een neuropsychiater.

Er niet meer zijn

Ik heb toen nog een tijdje in Gent gezeten. Het was een rare periode. Ik voelde me schuldig omdat ik iedereen van wie ik hield had laten schrikken. Ik probeerde heel hard om het weer fijn te hebben, maar de pijn zat nog te veel in de weg. Ik wilde gezellig zijn, lief zijn, perfect zijn. Maar tegelijkertijd wilde ik niets. Ik wilde er niet meer zijn.

Die tijd is nu een waas in mijn gedachten. Ik heb alles mentaal weggestopt. Als overlevingsmechanisme, denk ik. Na een maand kwamen mijn ouders me halen om een week bij hen te blijven. Toen ik daarna terug naar Gent ging, besefte ik dat het niet langer kon zo. Ik verbrak die nacht mijn relatie en de volgende ochtend stond een vriendin op de stoep om me naar huis te brengen. Naar Nederland.

Iets om voor te leven

Ik bouwde mijn leven heel langzaam weer op. Ik zag mijn vrienden weer wat meer, begon te schrijven en maakte muziek. Ik had voor het eerst momenten waarbij ik dacht: nu wil ik niet dood. Nu wil ik graag hier zijn. Dat was mijn redding. Ik maakte een belofte aan mezelf: ik ga nooit meer zo erg over mijn grenzen heen. Ik laat het nooit meer zo ver komen.

Inmiddels ben ik naar Amsterdam verhuisd. Ik werk drie dagen in de week in het office-team van een reclamebureau. Ik had grote dromen, maar die verwachtingen heb ik bijgesteld. Toen ik eenmaal merkte dat het leven weer fijn kan zijn, voelde dat als een gigantische opluchting. Daar heb ik me aan vastgegrepen. Ik focus me op wat ik echt belangrijk vind, in plaats van wat ik belangrijk moet vinden van mezelf. Ik doe wat goed voelt en houd mijn grenzen in de gaten. In plaats van de pijn wegduwen probeer ik de pijn er te laten zijn. Ik kan niet doen alsof het er niet is, want het is er wel. En het gaat nooit meer weg. Het hoort bij mij."

This content is created and maintained by a third party, and imported onto this page to help users provide their email addresses. You may be able to find more information about this and similar content at piano.io
Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Power