Danielle: "Ik was 25 toen ik de diagnose longkanker kreeg"

Danielle kreeg nog zes maanden te leven. Zes jaar later vertelt ze aan Glamour over hoe de kanker haar helpt de toekomst te bouwen waarvan ze dacht dat ze die nooit zou krijgen.

trachea and lungs
Jasenka ArbanasGetty Images

Ik was vijfentwintig en werkte als verpleegkundige in Tulsa, Oklahoma, toen ik iets geks ontdekte: ik was buiten adem nadat ik de trap op was gelopen naar mijn slaapkamer. Waarschijnlijk iets van bronchitis, dacht ik. Naast dat ik buiten adem was voelde ik me verder goed. Mijn collega's haalden me over om toch even langs de eerste hulp te gaan zodat ik een pufje of antibiotica kon krijgen. Ik weet nog dat ik in de wachtkamer zat en om me heen keek. Ik kon alleen maar denken dat deze mensen zó ziek waren. Ik maakte me zelfs zorgen over dat ze me niet zouden aansteken. Tijdens het doktersonderzoek kwam het medische team er achter dat het zuurstofgehalte in mijn bloed heel laag was en mijn hartslag hoog - dat was zorgelijk. Eerst dachten we dat er misschien een bloedpropje in mijn long zat, dus voordat ik naar de spoedeisende hulp zou gaan werd er eerst nog een röntgenfoto van mijn borstkas gemaakt. Daar zagen ze wat er aan de hand was: mijn rechter long was bijna helemaal ingeklapt.

Mijn zus haalde me op om naar de spoedeisende hulp te gaan, waar ik een CT-scan in zou gaan - en toen werd het nog erger. Op de scan waren abnormaal ogende lymfeklieren te zien en daar zou een biopsie van genomen moeten worden. Toen we daar achter kwamen boekte mijn moeder meteen een vlucht om naar me toe te komen. De biopsie en de vloeistof die uit mijn ingestorte long kwam bevatten kwaadaardige kankercellen. Er werd toen bij mij fase 4 longkanker vastgesteld, wat terminaal is. Ik was vijfentwintig en kreeg nog zes maanden te leven.

Vechten voor een toekomst

Dat moment heeft de richting van mijn leven veranderd. Als verpleegkundige heb ik voor mensen gezorgd die longkanker hadden, voornamelijk oudere mannen, en die overleden. Ik wist niet eens dat ik longkanker kon krijgen - ik rookte niet en viel niet onder een van de risicofactoren. Sindsdien weet ik dat longkanker de nummer een killer is onder vrouwen - elke vijf minuten wordt er een vrouw in de Verenigde Staten met de ziekte gediagnosticeerd. Voor de meeste van ons is de ziekte alleen te genezen wanneer het in een vroeg stadium ontdekt wordt.

Ik weet nog dat ik in het kantoor van de dokter zat en dacht aan alles wat ik tot nu toe gedaan had in mijn leven; als kind had ik last van mijn gehoor en daar heb ik toen een aantal operaties voor gehad. Later wilde ik verpleegkundige worden en mocht ik die opleiding ook gaan doen. Toen dacht ik aan alles wat ik had gepland in de toekomst: ik wilde een man vinden, trouwen, kinderen krijgen en leven totdat ik oud was. Op dat ene moment verloor ik alles.

Toen mijn moeder alles met de longarts besprak, ging het woord terminaal telkens weer door mijn hoofd. Ik weet nog dat er constant door mijn hoofd spookte, "Wat nu? Wat moet ik nu doen?" en het antwoord was duidelijk: vecht ervoor.

Ik begon met chemokuren en raakte in een diepe depressie. Op een dag, tussen de chemokuren door, zat ik op mijn bed en dacht ik: het zou zoveel makkelijker zijn als het nu eindigde. Mijn familie hield me erbij - ik moest mezelf eraan blijven herinneren dat mijn leven eindigen niet het plan was voor mij. Ik hield me vast aan dat idee en vocht dag voor dag, uur voor uur.

Voordat ik werd behandeld lieten de PET-scans (die laten zien waar de kankercellen zitten) zien dat mijn lymfeklieren oplichtten alsof het kerstlichtjes waren. Maar na vier rondes chemokuren begon ik aan een medicijn behandeling en toen gebeurde er iets geweldigs: alle lichtjes waren verdwenen. Voor het eerst begon ik weer aan mijn toekomst te denken.

Medicijnbehandelingen zorgen niet voor genezing, dat moest ik accepteren. Uiteindelijk zullen de medicijnen minder goed werken omdat mijn lichaam er aan gaat wennen en dan zal de kanker zijn weg weer vinden. De kerstlichtjes zullen weer gaan branden. Maar ik heb nog steeds hoop. Mijn nieuwe oncoloog vertelde dat er hoop is dat dit type longkanker, of eigenlijk alle soorten kanker, behandeld kunnen worden alsof het diabetes is - als een chronische ziekte die onder controle gehouden kan worden.

Leven met terminale kanker

Ik heb de ziekte tot nu toe zes jaar overleefd, maar het is nog steeds lastig om over de toekomst na te denken. Het gevoel dat alles wat je gepland hebt ineens wegvalt, vergeet je niet snel. Maar op het moment dat ik accepteerde dat de medicijnbehandeling werkte, begon ik me ook te bedenken wat ik allemaal ging doen in de tijd die ik nog had. Ging ik in bed liggen, of ging ik er nog iets van maken? Dus ik heb geholpen een support group in Oklahoma op te zetten met de American Lung Associaton; zo heb ik andere overlevenden ontmoet. Ik begon ook met vrijwilligerswerk in de kerk en doe nu allemaal dingen die buiten mijn comfortzone liggen.

In 2015, twee jaar nadat ik de diagnose kanker kreeg, ben ik getrouwd met mijn beste vriend en werd ik stiefmoeder van zijn zoon. Op het moment dat ik in de chemokuur zat en er aan dacht mezelf te doden, kreeg ik stemmen in mijn hoofd die zeiden, 'niemand wil met iemand trouwen zoals jij'. Maar dat was een leugen. Ik had nog steeds een goede toekomst; ik zag het op dat moment alleen niet. Ineens had ik een familie - bewijs dat alles waar ik van droomde alsnog kon gebeuren.

Door mijn behandelingen kan ik niet zwanger worden. Maar mijn man en ik realiseerden ons dat er al kinderen zijn die een moeder nog hebben die van ze houdt. We hadden een lijst op Facebook rond zien gaan van een kindje in Oklahoma. Op die lijst stonden alle dingen die hij wilde in een familie: schone kleren, een eigen bed, een thuis waar geen geweld was. Mijn man zei: "We hebben niet veel, maar dat wel. Genoeg."

Ik heb niet gewerkt sinds mijn diagnose. De laatste dag van mijn carrière was de dag dat ik buiten adem was en naar de eerste hulp ging. Voor een lange tijd dacht ik dat het allemaal voor niets was - ik was vier jaar naar school geweest om verpleegkundige te worden en dat heb ik maar twee jaar gedaan - maar ik gebruik die kennis nu meer dan ooit als een pleegmoeder van baby's en kinderen van ouders die een drugsverslaving hebben. We hebben eigenlijk een hoop gemeen: voor mij en voor de kinderen is de toekomst onduidelijk. Maar voor nu ga ik van ze houden, zolang het kan. Zij zijn de reden dat ik blijf vechten.

De eerste baby die we thuis brachten was drie maanden oud en woog maar vier kilo. Ik heb hard mijn best gedaan om de moeder van het kindje betrokken te houden. Zij werd uiteindelijk clean en kon voor het kindje gaan zorgen. De volgende baby, een klein meisje, namen we mee van de intensive care. Ook voor haar hebben we ons best gedaan om de biologische ouders betrokken te houden maar zij konden niet voor haar zorgen. Dus op 1 oktober hebben we onze dochter JoyAnne Danielle geadopteerd. Ze heeft mijn naam omdat ze onderdeel van mij is - ook al zal er iets met mij gebeuren, en ook al is ze biologisch gezien niet van mij, ik zal altijd bij haar zijn.

Wat er ook gebeurt, ik wil dat mijn kinderen weten dat ik kanker had. Maar ook dat ik mijn leven leefde. De diagnose kanker krijgen op je 25 liet me wel het leven wat ik voor me zag verliezen, maar ik heb er ook mijn roeping door gevonden.

Dit artikel is eerder verschenen op Glamour US.

This content is created and maintained by a third party, and imported onto this page to help users provide their email addresses. You may be able to find more information about this and similar content at piano.io
Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Reality