Duran Lantink: 'Hopelijk gaan we een toekomst tegemoet waarin we op inclusieve wijze mode produceren'

Glamour vroeg Amsterdamse ontwerper Duran Lantink het hemd van het lijf

LVMH Prize 2019 Edition In Paris
Bertrand Rindoff PetroffGetty Images

Grote kans dat je de spraakmakende designs van de Amsterdamse Duran Lantink (31) al voorbij hebt zien komen. In de video ‘Pynk’ van Janelle Monáe bijvoorbeeld, waarvoor hij de veelbesproken vaginabroek ontwierp. Maar Duran heeft ook een belangrijke boodschap: hij wil een statement maken tegen de massaproductie van luxe merken en grote warenhuizen. Zo knipt hij bestaande kledingstukken kapot om er iets nieuws van te maken (dat heet upcycling). Internationaal gooit hij hoge ogen met zijn collecties. Recent ontwierp hij nog een aantal kledingstukken voor Billie Eilish.

Wat inspireert jou?

“Ik ben gefascineerd door dingen waar de gemiddelde Nederlander niet per se interesse in heeft. Zo maakte ik een collectie over een groep transgendersekswerkers in Zuid-Afrika. Voor mij zijn thema’s als emancipatie, gelijkheid en duurzaamheid geen hype, maar vanzelfsprekend. Dat geldt gelukkig voor de meesten uit mijn generatie. Hopelijk gaan we een toekomst tegemoet waarin we op inclusieve wijze mode produceren, zonder de aarde te vervuilen.”

Hoe ga je meestal te werk?

“Ik werk bijna elke dag aan mijn collecties, maar zou mezelf niet als workaholic omschrijven. Daarbij denk ik eerder aan iemand die tot laat op kantoor zit te typen. Ik ben een chaoot, maar heb gelukkig een team om me heen dat secuur is. Mijn werkproces verschilt enorm van traditionele ontwerpers, die vanuit een patroon werken en vervolgens een stofje en een ritsje gaan uitzoeken. Ik loop een loods binnen vol rekken afgedankte kleding en ga dan puzzelen met wat ik voor me heb. Ik werk vanuit bestaande kledingstukken, die ik tot iets nieuws omtover. Zo werk ik met dead stock van winkels of tweedehandskleding. Ik schets ook wel, maar hou niet van regeltjes. Ik bewandel mijn eigen pad.”

Hoe is jouw passie voor mode ontstaan?

“Die is er altijd geweest; als kind koos ik mijn eigen kleding al uit. Ik weet nog dat ik de Spice Girls tekende en outfits uitdacht als ik bij mijn oma ging spelen. Mijn droom was om de hoofddesigner van Chanel te worden. In groep zeven gaf ik zelfs een spreekbeurt over Chanel. Ik groeide op in een modebewuste omgeving: mijn moeder en tante waren altijd met kleding bezig. Mijn moeder had haar kast volhangen met kleren van Walter van Beirendonck. Ik was geobsedeerd door Puk Puk, de mascotte van dat merk. Ik had er een sleutelhanger, tas en boekje van. Soms trok ik mijn moeders kleding aan voor de spiegel. Ik was al vrij jong heel expressief. Ik ging bijvoorbeeld in een rokje en met een hoofdband op naar school.”

'Hopelijk gaan we een toekomst tegemoet waarin we op inclusieve wijze mode produceren'

Hoe reageerden leeftijdsgenoten daarop?

“Ik werd soms aangestaard, maar niemand deed me wat op de basisschool. Ik was vrij brutaal als kind en liet niet over me heen lopen. Door mijn houding was ik eerder de cool kid. Op de middelbare school werd het lastiger. Ik werd bijvoorbeeld eens met de dood bedreigd omdat ik in een rok liep, maar zelfs daar had ik schijt aan. Het was deels homofobie; ik was al vrij jong open over mijn seksuele voorkeur en helaas riep dat soms agressie op.”

Hoe hield je desondanks vast aan je eigen stijl?

“Ik dacht alleen maar: ik breng blijkbaar iets teweeg, laat ik nog harder trappen! Ik wilde absoluut niet veranderen vanwege negatieve reacties. Mijn moeder was jong toen ik geboren werd, waardoor ik als enig kind met veel volwassenen om me heen opgroeide. Ik had als kind, denk ik, al een oude geest.”

Voel je die drang om tegen dingen aan te schoppen nog steeds?

“Esthetiek weegt nu het zwaarst voor me, mijn ontwerpen moeten modieus ogen. Maar begrijp me niet verkeerd: ik werk niet vanuit trends. Wanneer zonnebloemen hip zijn, ga ik mijn collectie niet opeens aan zonnebloemen wijden. Ik ben op de Rietveld Academie opgeleid en heb daar geleerd juist verder te kijken dan trends. Ik hou ervan om iets aan te kaarten, maar ik ontwerp mijn kleding nooit vanuit een statement.”

Vanwaar je interesse in oude kledingstukken?

“Het is interessant om oude kleding tot iets nieuws om te toveren. Ik creëer door mijn manier van ontwerpen een dialoog: ik kijk naar de kledingkast van degene voor wie ik ontwerp en stel vragen, waardoor de kleding tot leven komt. Er kleven immers herinneringen aan kledingstukken. Je leert iemand echt kennen als je in haar of zijn kledingkast mag kijken. Ik mag binnenkort vier jurken voor een prinses in Saudi-Arabië ontwerpen en ben benieuwd wat zij in haar kast heeft hangen!”

Wauw!

“Ja, het is vrij surreëel allemaal. Billie Eilish stuurde me laatst haar oude kleding, met de vraag of ik daar iets nieuws van kon maken. En Solange heeft net een bezoekje aan mijn Instagrampagina gebracht…”

Zien: Steal her style! Deze vrouwen recreëeren Billie's meest iconische looks

Hoe run je als jonge creatieveling een business?

“Het voelt soms nog steeds alsof ik geen business ben. Ik ben gewoon in het diepe gesprongen en heb nooit strategisch uitgedacht hoe ik klussen moest krijgen. Natuurlijk heb ik wel doelen, maar ik werk liever niet met PR-bureau’s om meer aandacht te krijgen. Ik heb een tijdje bij Karla Otto (een wereldberoemd pr-bureau, red.) gezeten, maar merkte dat ik het niet fijn vond om dingen uit handen te geven. Gelukkig heb ik wel een fiscalist die me helpt, want ik ben geen ster met belastingzaken.”

Kun je er makkelijk van leven?

“Ik heb daar nooit moeite mee gehad. Als student leende ik maximaal bij en woonde ik antikraak – een investering in mezelf. Wel heb ik regelmatig een beetje bijgeklust, door bijvoorbeeld collagekunst te maken voor bedrijven. Niet erg, want in ongemak en improvisatie schuilt groei. Het scheelt dat ik een soort adrenalinejunkie ben – ik neem graag risico’s.”

Welke designers inspireren je?

“Nog steeds Walter van Beirendonck. En natuurlijk het bekende riedeltje: Alexander McQueen, Grayson Perry en John Galliano. Nu ik de commerciële kant van de modebranche heb leren kennen, vind ik het moeilijker om de waarde van designermode te zien – het is een dirty business. De modebranche is zó commercieel dat het moeilijk is daarin inspiratie te vinden. Ik haal inspiratie uit het nachtleven, voornamelijk de techno- en housescene. Ik ging vanaf mijn veertiende al uit.”

Ga je nog steeds uit?

“Ik heb bijna geen tijd om uit te gaan, maar soms ga ik nog wel naar een club om urenlang te dansen. Daar laad ik echt van op! Ik reis veel voor mijn werk, ook dat geeft veel energie. Ik zit minimaal twee keer per maand in Londen en volgende week vlieg ik naar Los Angeles en Kopenhagen. Mijn werk werd na mijn afstuderen in 2017 aan het Sandberg Instituut meteen opgepikt in het buitenland, daarna pas in Nederland.”

'De modebranche is zó commercieel dat het moeilijk is daarin inspiratie te vinden'

Voor wie ontwerp je?

“Voor iedereen, ik vind het moeilijk om me te beperken tot een doelgroep. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat ik op mijn tachtigste iets wat een twintiger cool vindt, niet meer kan waarderen.”

Ben je bang om oud te worden?

“Nee hoor, ik heb zin om oud te worden. Maar wie weet ga ik wel jong dood… Als ik de 85 haal, ga ik mijn hele lichaam onder laten tatoeëren op mijn verjaardag, lekker tussen mijn rimpels. No reason, het lijkt me gewoon wel tof.”

Hoe ziet de toekomst van de modewereld eruit?

“Hergebruiken van dead stock is het nieuwe chic. Er is berekend dat er voor de komende veertig jaar genoeg materiaal is om mee te werken. We zijn de afgelopen decennia in een soort vicieuze cirkel terechtgekomen, waarin we trends uit de jaren vijftig, zestig en negentig reproduceren. Die cirkel wordt hopelijk doorbroken met een nieuwe, duurzame manier van ontwerpen. Ik ben me momenteel aan het verdiepen in hoe je met licht materialen kunt bewerken. Innovatie heeft de toekomst en hergebruik is tot die tijd een hartstikke prima tussenoplossing.”

Waar hoop je over tien jaar te staan?

Ik hoop dat ik dan een digital nomad ben. Ik wil niet gebonden zijn aan een fysieke plek, maar overal ter wereld vanaf mijn computer kunnen ontwerpen. Het is voor mij belangrijk om on the move te zijn, zo blijf ik scherp. Mijn ambitie is niet om een gevestigd modehuis te hebben en met mijn team om negen uur ‘s ochtends koffie te drinken – die drang om te settelen heb ik niet.”

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Celebs