Nederlandse Yazmin (26) belandde in de Thaise cel

‘Ik dacht aan Bridget Jones, die ook in een Thaise gevangenis belandde’

gevangen-in-buitenland
Sabine Tone

Yazmin Riemers (26) wordt op een Thais eiland slachtoffer van corruptie. Urenlang wordt ze vastgehouden en geïntimideerd op een politiebureau, terwijl haar vriend naar haar op zoek is.

Rondreis door Thailand

“Een aantal jaar geleden besloten mijn vriend Thijs en ik om in de zomervakantie te gaan backpacken. We waren nooit eerder met alleen een rugzak op reis geweest. Wel hadden we allebei een klik met Azië. Daarom kozen we voor Thailand. Onze rondreis duurde een maand. Na drie weken kwamen we aan op het eiland Koh Phi Phi. Ondanks de prachtige stranden en het helderblauwe water viel het eiland mij een beetje tegen: het was wel heel erg toeristisch. We sliepen gelukkig in een supermooi huisje met uitzicht op zee.

Omdat je rond Koh Phi Phi prachtig kunt snorkelen, gingen we mee op een snorkeltour. Na afloop besloten we om te investeren in twee eigen snorkels, want we hadden nog een aantal dagen eilandhoppen voor de boeg. In een winkeltje in een van de drukke straten van het eiland vonden we een snorkelset die er kwalitatief goed uitzag, verpakt in een doos. Ze hadden gelukkig een losse set om te passen en die zat goed. Voor omgerekend 15 euro per snorkelset gingen we blij de deur uit.”

Met een kwartiertje terug

“De volgende dag vertrokken we – voor de veiligheid zonder onze paspoorten of telefoons – naar het strand om te gaan snorkelen. Eenmaal in zee kwamen we erachter dat de snorkelsets ons allebei niet pasten. Wat we ook deden, de brilletjes bleken niet waterdicht. Enigszins geïrriteerd kwamen we het water weer uit. Omdat Thijs en ik geen ochtendmensen zijn en we allebei geen zin hadden om met de snorkels terug te gaan naar het winkeltje, deden we een wedstrijdje steen-papier-schaar. Ik verloor. En dus vertrok in naar de winkel, met de hoop dat we de sets konden ruilen voor andere snorkels. Ik zei tegen Thijs dat ik met een kwartiertje terug zou zijn.

Koh Phi Phi is klein, het winkeltje was maar vijf minuten lopen van onze plek op het strand. Ik was een beetje gefrustreerd, maar niet van plan om een probleem te maken van de slecht passende snorkels. We waren immers op vakantie. Bij de kassa probeerde ik de eigenaar van de winkel vriendelijk uit te leggen wat er aan de hand was. Om mijn verhaal kracht bij te zetten pakte ik de doos van de bewuste snorkelset uit het rek. Maar nog voordat ik me weer kon omdraaien richting de kassa, lag ik opeens op de grond. Even had ik geen idee wat er gebeurd was. Ik dacht aan een aardbeving, totdat ik besefte dat de man van de winkel zich had afgezet op een rek en mij had gevloerd – om ons heen lagen duikbrilletjes en onderwatercamera’s op de grond.

De man pakte mij hardhandig vast en trok me omhoog. Voordat ik een woord kon uitbrengen werd ik achterin de winkel op een stoel gezet. Een vrouw die ook in de winkel werkte kwam erbij staan. Allebei begonnen ze tegen me te schreeuwen: ‘you steal, you steal!’ Toen ik verbouwereerd riep dat dat helemaal niet het geval was, zeiden ze dat ik loog. Ze hadden me zo stevig vast dat mijn armen pijn deden en rood werden. Ze begonnen nog harder te schreeuwen, waardoor andere winkeleigenaren en passerende toeristen schaapachtig mijn kant op keken. Sommigen begonnen te filmen en foto’s te maken. Ik voelde me hulpeloos. Ik riep: ‘gaan jullie me nog helpen?’, maar niemand deed iets.”

Bizarre situatie

“De winkeleigenaar was woedend en zei dat ik moest blijven zitten. Hij ging de politie bellen. Op dat moment vond ik dat eigenlijk wel prima – ik had niets gestolen, er was geen enkel bewijs. Gelukkig was de politie er snel. Ze wilden dat we allemaal meekwamen naar het bureau. Ik verwachtte dat ik handboeien om kreeg en achterin een politieauto gezet zou worden, maar ik kon gewoon mee op de scooter. Eigenlijk ging het ritje er vrij relaxed aan toe – zoals dat gaat op een eiland. Het voelde als een opluchting. Waarschijnlijk kon ik zo weer gaan als ik tegen de agenten vertelde wat er gebeurd was.

Ik voelde me hulpeloos. Ik riep: ‘gaan jullie me nog helpen?’

Op het politiebureau moest ik heel lang wachten. Ik dacht: de winkeleigenaar is kwaad en probeert een punt te maken, ze laten hem waarschijnlijk uitrazen en dan mag ik mijn kant van het verhaal vertellen. Ik probeerde rustig en geduldig te blijven, duidelijk te laten zien dat ik zou meewerken en geen problemen zou veroorzaken. Op een gegeven moment kwam er een agent naar mij toe. Hij zei plompverloren dat ik 500.000 moest betalen. Nu is 500.000 baht zo’n 20 euro, dus besloot ik voor mezelf dat ik dat wel zou betalen. Dan was ik van deze bizarre situatie af en kon ik terug naar Thijs, want die zou zich inmiddels wel afvragen waar ik bleef. ‘500.000 baht?’, vroeg ik ter bevestiging. ‘No, 500.000 dollars’, was het antwoord. Daar schrok ik enorm van. Ik werd onrustig, maar heb zo zelfverzekerd mogelijk gezegd dat ik niet ging betalen, geen cent. Ik wilde dat ze mij serieus namen en eerst naar mijn verhaal zouden luisteren.”

'500.000 baht?', vroeg ik ter bevestiging. No, 500.000 dollars'

Rustig blijven

“Dat gebeurde niet. In plaats daarvan werd ik in een cel gezet. Het was een heel kleine ruimte, helemaal van beton. Er was geen toilet. Water of iets te eten kreeg ik niet. De adrenaline gierde door mijn lijf. Na een minuut of tien ging de deur open. Tot mijn verbazing kwam de vrouw uit de winkel de cel in en ging de deur weer achter haar dicht. Zij was duidelijk ontzettend emotioneel over de situatie. Ze was kwaad en begon te schreeuwen, deels in het Engels, deels in het Thais. Wat ik begreep was dat ik gestolen zou hebben en daarvoor gestraft zou worden.

Twee uur lang ging ze zo door. Ik wist niet of ik haar serieus moest nemen. Moest ik geïntimideerd raken? Boos worden? Het leek mij het best om rustig te blijven. Ik ben van mezelf een heel nuchter en kalm persoon, dus ik probeerde me af te sluiten voor haar geschreeuw. Ik bleef me vasthouden aan het feit dat er geen bewijs was. Ook probeerde ik positief te blijven. Ik dacht aan Bridget Jones, die ook in een Thaise gevangenis belandde en er maar het beste van maakte. Bizar misschien, maar dat hielp. Ik was niet bang, maar hoopte heel erg dat ze verder niet fysiek zouden worden. En dat Thijs niet naar de politie zou stappen omdat hij mij nergens kon vinden. Dan zouden ze hem vast ook om een groot geldbedrag vragen.

Na een tijdje kwam er een andere agent binnen. Hij sloeg met zijn vuist tegen de muur en riep dat ik echt moest gaan betalen. ‘Why?!’, riep ik. Hij vertelde een heel verhaal: dat het een schande was voor de familie van de winkeleigenaar, dat toeristen die het voorval gezien hadden niet meer bij hem zouden kopen, dat de schade zeker een half miljoen dollar zou zijn.”

Blauwe plekken

“Toen viel bij mij het kwartje. Het verhaal kwam er zo soepel uit. Dat had deze agent vaker verteld. Ik besefte dat het vanaf het moment dat ik in mijn eentje de winkel was binnengestapt een truc was, een toneelstukje, waar zowel de eigenaar als de politie geld aan zouden verdienen. Vanaf dat moment ben ik gaan bluffen. Ik vertelde dat ik een advocaat had en dat ik mentaal en fysiek schade had geleden – ik had de blauwe plekken op mijn armen als bewijs. Ik moest hen niet betalen, zij moesten mij gaan betalen. En wilde de agent deze familie echt drie generaties laten werken om dit kleine akkefietje op te lossen? Ik zag in zijn ogen dat hij mijn reactie niet verwacht had. Hij verliet de cel en even later kwamen zijn collega’s mij ophalen. Ik werd in een kamertje gezet en er werd me gezegd dat ik geen half miljoen euro hoefde te betalen, maar wel de spullen die in de winkel op de grond gevallen waren moest vergoeden. Ook dat was ik niet van plan. Na enige discussie kwam het erop neer dat ik een excuusbrief moest schrijven aan de eigenaar. In het Nederlands schreef ik op wat er gebeurd was en dat ik helemaal nergens mijn excuses voor aanbood. Misschien kon ik zo andere Nederlanders waarschuwen.

Ik ontdekte dat ik acht uur weg was geweest

Toen mocht ik eindelijk gaan. Buiten was het inmiddels aan het schemeren. Ik ontdekte dat ik acht uur weg was geweest. Ik ben meteen teruggelopen naar de plek op het strand waar ik met Thijs had gezeten, maar hij was er niet meer. Toen ben ik maar naar ons verblijf gelopen. En daar zat Thijs, op ons balkon. Hij sprong meteen op toen hij mij zag. Hij had in mijn afwezigheid het eiland vele keren rondgelopen om mij te zoeken, hij had blaren onder zijn voeten. Uiteindelijk was hij teruggegaan naar ons huisje en stond hij op het punt om mijn ouders en de politie te bellen.”

Zelfvertrouwen

“Het klinkt misschien gek, maar we konden al vrij snel om de situatie lachen. Toch waren we allebei verbijsterd dat het mij was gelukt om van het politiebureau weg te komen zonder een hoop geld te betalen. Als ik niet zoveel zelfvertrouwen had gehad, was het vast anders afgelopen. Ik heb gezien wat corruptie doet. Aan de andere kant: die mensen hebben geen geld en zien de hele dag rijke toeristen. Ik kan me wel in ze verplaatsen, maar ik kan me niet voorstellen dat je een ander dit aandoet. Thijs en ik zijn inmiddels getrouwd en we reizen nog steeds veel: we zijn nu al meer dan een jaar in Australië. We hebben de afspraak dat we elkaar in situaties die ook maar enigszins lastig kunnen zijn niet alleen laten. Dat geeft een hoop rust. En anders weet ik, door deze ervaring, dat ik op mezelf kan vertrouwen.”

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Wil je weten